Voorschrift 1 bepaalt het toepassingsgebied van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (Aanvaringsregels (COLREG 1972)). Zij gelden voor alle schepen op volle zee en in alle daarmee verbonden wateren die door zeeschepen kunnen worden bevaren.
STCW-blik op de brugwacht
Bepaal vóór het manoeuvreren welke regels gelden: de COLREG-regels 4-10 gelden bij elk zicht, de regels 11-18 alleen voor schepen die elkaar in zicht hebben, en regel 19 regelt contacten op alleen radar bij beperkt zicht.
Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.
Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.
Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.
Examenfocus
Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.
Lijken twee regels te botsen, controleer dan zorgvuldig de volgorde: de plichten van de oploper blijven gelden en regel 2 blijft goed zeemanschap eisen.
Kernpunten
De Aanvaringsregels gelden niet alleen voor koopvaardijschepen of reizen op open zee
Plaatselijke haven- en binnenwaterregels mogen de Aanvaringsregels aanvullen, maar moeten er zo dicht mogelijk bij blijven
Bijzondere overheidsregels voor lichten en signalen bestaan voor oorlogsschepen, konvooien en vlootvisserij
Verkeersscheidingsstelsels die onder de Aanvaringsregels worden gebruikt, worden binnen het IMO-kader vastgesteld
Veelgemaakte fouten
Aannemen dat de Aanvaringsregels alleen buiten territoriale wateren gelden
Plaatselijke havenregels behandelen alsof zij de aanvaringsvoorschriften volledig opheffen
Test je kennis
Test je kennis en bewijs je beheersing.
Meer regels in dit Deel
Laatst beoordeeld: