Lichten en dagtekens
COLREG 20(a,c) · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): a De voorschriften in dit Deel dienen in alle weersomstandigheden te worden nageleefd. c De in deze Voorschriften voorgeschreven lichten dienen, indien zij worden gevoerd, ook te worden getoond van zonsopkomst tot zonsondergang bij beperkt zicht en mogen in alle andere omstandigheden worden getoond wanneer zulks noodzakelijk wordt geacht.

Lichten en dagtekens — Overzichtskaart
Bestudeer geselecteerde lichten en dagmerken uit Voorschriften 23–30. Vergelijk de vier aanzichten en controleer scheepstype, lengte en toestand in het voorschrift. Eén zichtbaar patroon kan bij meerdere situaties passen.
Lichten en dagmerken per vaartuigtype (Voorschriften 20–31)
| Vessel type or situation | Lights and shapes shown | Rule |
|---|---|---|
| Toepassing (lichten) | De voorgeschreven lichten worden van zonsondergang tot zonsopkomst getoond en, indien aanwezig, ook overdag bij beperkt zicht. Ze mogen ook in andere omstandigheden worden getoond wanneer dat nodig wordt geacht. Dagmerken worden overdag getoond. | Regel 20 COLREG |
| Begripsomschrijvingen (lichten) | Definieert toplicht, boordlichten, heklicht, sleeplicht, rondom zichtbaar licht en flikkerlicht. | Regel 21 COLREG |
| Zichtbaarheid van lichten | Bepaalt de minimumzichtbaarheidsafstanden voor lichten op basis van de lengte van het schip. | Regel 22 COLREG |
| Werktuiglijk voortbewogen schepen varend | Een werktuiglijk voortbewogen schip korter dan 50 m hoeft het tweede toplicht niet te voeren, maar mag dat wel. Alleen twee toplichten bewijzen dus niet hoe lang het schip is. | Regel 23 COLREG3D |
| Slepen en duwen | a Een werktuiglijk voortbewogen schip dient bij het slepen te tonen: | Regel 24 COLREG3D |
| Zeilschepen varend en schepen onder riemen | De vrijwillige rondom zichtbare lichten rood boven groen van een zeilschip mogen niet samen met de driekleurenlantaarn worden getoond. Een zeilschip dat ook door een machine wordt voortbewogen is een werktuiglijk voortbewogen schip en toont overdag een kegel met de punt omlaag. | Regel 25 COLREG3D |
| Vissende schepen | a Een schip bezig met de uitoefening van de visserij, varende of ten anker liggende, mag alleen de in dit voorschrift voorgeschreven lichten en dagmerken tonen. | Regel 26 COLREG3D |
| Onmanoeuvreerbare of beperkt manoeuvreerbare schepen | a Een onmanoeuvreerbaar schip dient te tonen: | Regel 27 COLREG3D |
| Schepen gehinderd door hun diepgang | Een schip gehinderd door zijn diepgang mag drie rode rondom zichtbare lichten loodrecht boven elkaar tonen, of een cilindervormig dagmerk. | Regel 28 COLREG3D |
| Loodsvaartuigen | Een schip bezig met loodsdienst toont bij de masttop twee rondom zichtbare lichten, wit boven rood; varend voegt het boordlichten en heklicht toe en ten anker de lichten of het dagmerk van Voorschrift 30. | Regel 29 COLREG3D |
| Ten anker liggende schepen en aan de grond zittende schepen | a Een ten anker liggend schip dient te tonen, waar deze het best kunnen worden gezien: | Regel 30 COLREG3D |
| Watervliegtuigen | Wanneer het voor een watervliegtuig onuitvoerbaar is lichten met exact de voorgeschreven kenmerken te tonen, moet het zo gelijk mogelijke lichten tonen. | Regel 31 COLREG3D |
Scheepslichten lezen — het raamwerk dat echt werkt
COLREG 21(a,b,c) · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): a Onder „toplicht” wordt verstaan een wit licht, geplaatst in het midscheepse vertikale vlak in langsrichting, dat ononderbroken schijnt over een boog van de horizon van 225 graden en zo is aangebracht dat het schijnt van recht vooruit tot 22,5 graden achterlijker dan dwars aan elke zijde van het schip. b Onder „boordlichten” wordt verstaan een groen licht aan stuurboordszijde en een rood licht aan bakboordszijde, die elk ononderbroken schijnen over een boog van de horizon van 112,5 graden en zo zijn aangebracht dat zij schijnen van recht vooruit tot 22,5 graden achterlijker dan dwars, elk aan hun zijde. Bij een schip met een lengte van minder dan 20 meter mogen de boordlichten worden gecombineerd in één lantaarn, gevoerd in het midscheepse vertikale vlak in langsrichting. c Onder „heklicht” wordt verstaan een wit licht, geplaatst zo dicht mogelijk bij het hek als uitvoerbaar, dat ononderbroken schijnt over een boog van de horizon van 135 graden en zo is aangebracht dat het schijnt van recht achteruit over 67,5 graden naar elke zijde van het schip.
Dagmerken: één bol betekent ten anker (Voorschrift 30); twee bollen verticaal betekenen onmanoeuvreerbaar (27); drie bollen verticaal betekenen aan de grond (30). De cilinder is het facultatieve dagmerk voor een schip beperkt door zijn diepgang (28). Houd rekening met voorwaarden en uitzonderingen voor kleine schepen.
Regels 23–31 behandelen specifieke vaartuigcategorieën: werktuiglijk voortbewogen (23), slepen en duwen (24), zeilen en roeien (25), vissen (26), onmanoeuvreerbaar en beperkt manoeuvreerbaar (27), beperkt door diepgang (28), loods (29), voor anker en aan de grond (30), watervliegtuigen en WIG-vaartuigen (31). Bestudeer geselecteerde lichten en dagmerken uit Voorschriften 23–30. Vergelijk de vier aanzichten en controleer scheepstype, lengte en toestand in het voorschrift. Eén zichtbaar patroon kan bij meerdere situaties passen.
Snelste routes door de stof over lichten
- Overzichtskaart lichten en dagtekensBestudeer geselecteerde lichten en dagmerken uit Voorschriften 23–30. Vergelijk de vier aanzichten en controleer scheepstype, lengte en toestand in het voorschrift. Eén zichtbaar patroon kan bij meerdere situaties passen.
- Studeren met beelden (3D)Bekijk vaartuigtypen met vaste 3D-aanzichten en bijpassende 2D-lichtdiagrammen.
- Testen met beeldenEen vaartuig verschijnt zonder label — herken de COLREG-variant aan de lichten.
- Geluidsseinen (deel D)Fluit-, bel- en mistseinen — de hoorbare tegenhanger van de visuele regels.
