Lichten en dagtekens
COLREG Deel C (regels 20-31) definieert de lichten die 's nachts worden getoond en de dagtekens die door verschillende soorten vaartuigen worden gehesen — motorvaartuigen, zeilvaartuigen, onmanoeuvreerbare vaartuigen, beperkt manoeuvreerbare vaartuigen, vissende vaartuigen, loodsvaartuigen, voor anker liggende en aan de grond zittende vaartuigen.
⚡Lichten en dagtekens — Overzichtskaart
Elke variant uit de regels 23-30 op één plek. Elke rij toont de lichten gezien vanuit bakboord, stuurboord, vooraan en achter, plus het dagteken — bedoeld voor snelle herhaling vóór een examen.
- 20Toepassing (lichten)
- 21Begripsomschrijvingen (lichten)
- 22Zichtbaarheid van lichten
- 23Werktuiglijk voortbewogen schepen varend3D
- 24Slepen en duwen3D
- 25Zeilschepen varend en schepen onder riemen3D
- 26Vissende schepen3D
- 27Onmanoeuvreerbare of beperkt manoeuvreerbare schepen3D
- 28Schepen gehinderd door hun diepgang3D
- 29Loodsvaartuigen3D
- 30Ten anker liggende schepen en aan de grond zittende schepen3D
- 31Watervliegtuigen3D
Scheepslichten lezen — het raamwerk dat echt werkt
Een vaartuig ’s nachts herkennen doe je in drie stappen: tel de witte lichten, zoek de gekleurde boordlichten en lees daarna de toptekens. Een werktuiglijk voortbewogen vaartuig dat varende is toont één of twee witte toplichten (afhankelijk van de lengte), een heklicht en een rood/groen paar boordlichten. Voeg rood boven rood toe en het vaartuig is onmanoeuvreerbaar. Voeg rood-wit-rood toe en het is beperkt manoeuvreerbaar. Vervang het witte toplicht door groen boven wit en het is een trawler.
Dagtekens zijn het equivalent overdag. Een zwarte bol betekent voor anker of, in paren/drietallen, beperkte manoeuvreerbaarheid. Een zwarte kegel met de punt omlaag is een zeilvaartuig op de motor. Een zwarte cilinder betekent beperkt door diepgang. De IMO koos deze vormen omdat ze op afstand ondubbelzinnig zijn — zodra je de zeven standaardvormen kent (bol, kegel, ruit, cilinder, twee kegels met de punten naar elkaar, twee kegels met de bases naar elkaar, vlag A), kun je elk sein uit deel C lezen.
Regels 23–31 behandelen specifieke vaartuigcategorieën: werktuiglijk voortbewogen (23), slepen en duwen (24), zeilen en roeien (25), vissen (26), onmanoeuvreerbaar en beperkt manoeuvreerbaar (27), beperkt door diepgang (28), loods (29), voor anker en aan de grond (30), watervliegtuigen en WIG-vaartuigen (31). Hieronder vind je elke regel — de 3D-viewer toont de lichten op hun geometrische positie, de overzichtsposter toont elke variant op één scrollbare pagina en de visuele quiz test of je ze herkent.
Snelste routes door de stof over lichten
- Overzichtskaart lichten en dagtekensElke variant uit regels 23–30 op één printbare pagina — bakboord, stuurboord, vooruit, achteruit, plus dagteken.
- Studeren met beelden (3D)Bekijk vaartuigtypen met vaste 3D-aanzichten en bijpassende 2D-lichtdiagrammen.
- Testen met beeldenEen vaartuig verschijnt zonder label — herken de COLREG-variant aan de lichten.
- Geluidsseinen (deel D)Fluit-, bel- en mistseinen — de hoorbare tegenhanger van de visuele regels.