Geluids- en lichtseinen
COLREG Deel D (regels 32-37) standaardiseert de fluit-, klok- en gongseinen die worden gebruikt om bedoelingen te communiceren, voor gevaar te waarschuwen en de aanwezigheid bij verminderd zicht aan te geven.
- 32Begripsomschrijvingen (geluidsseinen)
- 33Uitrusting voor geluidsseinen
- 34Manoeuvreer- en waarschuwingsseinen
- 35Geluidsseinen bij beperkt zicht
- 36Seinen om de aandacht te trekken
- 37Noodseinen
Geluidsseinen — de drie families die je moet kennen
COLREG-geluidsseinen vallen in drie families uiteen. Manoeuvreer- en waarschuwingsseinen (regel 34) — korte fluitstoten die worden gebruikt wanneer twee vaartuigen elkaar in zicht hebben, om een koerswijziging aan te kondigen of het andere vaartuig te waarschuwen. Mistseinen (regel 35) — lange stoten en bel-/gongpatronen in of nabij een gebied met beperkt zicht, overdag of ’s nachts. Noodseinen (regel 37, bijlage IV) — aanhoudend geluid met mistseinapparaat en SOS via elke methode.
Twee duurklassen: een KORTE stoot duurt ongeveer één seconde; een LANGE stoot duurt vier tot zes seconden. Combineer ze en je hebt het grootste deel van regel 34: één kort = “ik verander koers naar stuurboord”, twee kort = “naar bakboord”, drie kort = “mijn voortstuwingswerktuigen werken achteruit”, vijf of meer kort = “ik begrijp je bedoelingen niet” of “ik twijfel”. Examinatoren zijn dol op die laatste — veel kandidaten vergeten hem.
Mistseinen (regel 35) volgen een strikt ritme. Werktuiglijk voortbewogen vaartuig met vaart door het water: één lange stoot elke 2 minuten. Werktuiglijk voortbewogen vaartuig varende maar gestopt: twee lange stoten. Zeilen, vissen, onmanoeuvreerbaar, beperkt manoeuvreerbaar, beperkt door diepgang, slepend of gesleept: één lange + twee korte stoten. Voor anker onder 100 m: snel belgeluid gedurende 5 seconden elke minuut. Aan de grond: drie afzonderlijke slagen op de bel vóór en na het ankerpatroon. Leer de ritmes — ze leveren veel meer examenpunten op dan de letterlijke regeltekst.
Fluitseinen in één oogopslag
| Sein | Betekenis | Regel |
|---|---|---|
| 1 korte stoot (•) | Ik verander koers naar stuurboord | 34(a) |
| 2 korte stoten (• •) | Ik verander koers naar bakboord | 34(a) |
| 3 korte stoten (• • •) | Ik gebruik achteruitwerkende voortstuwing | 34(a) |
| 5+ korte stoten (• • • • •) | Ik begrijp je bedoelingen niet / ik twijfel | 34(d) |
| 1 lange stoot (—) | Werktuiglijk voortbewogen vaartuig met vaart door het water (mist) | 35(a) |
| 2 lange stoten (— —) | Werktuiglijk voortbewogen vaartuig varende maar gestopt (mist) | 35(b) |
| 1 lange + 2 korte stoten (— • •) | Zeilen, vissen, onmanoeuvreerbaar, beperkt manoeuvreerbaar, beperkt door diepgang, slepen (mist) | 35(c) |
Oefen de seinen
- Regel 34 — Manoeuvreer- en waarschuwingsseinenKorte-fluitstotenwoordenschat wanneer vaartuigen elkaar in zicht hebben.
- Regel 35 — Beperkt zicht (mistseinen)Patronen met lange stoten, belslagen en gongreeksen.
- Regel 36 — Seinen om de aandacht te trekkenLicht- of geluidsseinen die niet met een andere regel verward mogen worden.
- Regel 37 — NoodseinenBijlage IV — elk internationaal erkend noodsein.