Dit zijn internationale COLREG-seinen. Voorschrift 34(a) betreft varende motorschepen die elkaar zien; 34(e) omvat ook onoverzichtelijke bochten. Voorschrift 35 geldt in of nabij beperkt zicht, dag en nacht. De intervallen zijn maxima. Controleer de alternatieven onder 20 m en onder 12 m.
COLREG 32 · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): a Het woord „fluit” betekent elk geluidseinen voortbrengend toestel dat de voorgeschreven stoten kan voortbrengen en dat voldoet aan de eisen vermeld in Bijlage III van deze Bepalingen.
b De uitdrukking „korte stoot” betekent een stoot van ongeveer één seconde duur.
c De uitdrukking „lange stoot” betekent een stoot van vier tot zes seconden duur. COLREG 34(a) · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): a Wanneer schepen in zicht van elkaar zijn, dient een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is, indien het handelt zoals in deze Voorschriften is toegestaan of voorgeschreven, deze handeling kenbaar te maken door de volgende seinen met zijn fluit: - één korte stoot om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar stuurboord”; - twee korte stoten om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar bakboord”; - drie korte stoten om aan te geven: „Ik sla achteruit”.
COLREG 35(d) · Uittreksel uit officiële bron · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): (d) Een schip, bezig met de uitoefening van de visserij, dat ten anker ligt en een beperkt manoeuvreerbaar schip dat ten anker liggend werkzaamheden uitvoert, dient, in plaats van de seinen voorgeschreven onder (g) van dit Voorschrift, het sein te geven, voorgeschreven onder (c) van dit Voorschrift.
COLREG 35(c,e,g,i,j) · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): (c) Een onmanoeuvreerbaar schip, een beperkt manoeuvreerbaar schip, een schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid, een zeilschip, een schip bezig met de uitoefening van de visserij en een schip dat een ander schip sleept of duwt, dient, in plaats van de seinen, voorgeschreven onder (a) of (b) van dit voorschrift, met tussenpozen van niet meer dan twee minuten drie opeenvolgende stoten te geven, namelijk een lange stoot gevolgd door twee korte stoten. (e) Een schip dat gesleept wordt of, indien meer dan één schip wordt gesleept het laatste schip van de sleep, dient, indien bemand, met tussenpozen van niet meer dan twee minuten vier achtereenvolgende stoten te geven, namelijk een lange stoot gevolgd door drie korte stoten. Indien uitvoerbaar dient dit sein te worden gegeven onmiddellijk na het door het slepende schip gegeven sein. (g) Een ten anker liggend schip dient, met tussenpozen van niet meer dan één minuut, gedurende ongeveer vijf seconden de klok snel te luiden. Op een schip met een lengte van 100 meter of meer dient de klok te worden geluid op het voorschip en onmiddellijk na het luiden van de klok dient de gong gedurende ongeveer vijf seconden snel te worden geluid op het achterschip. Een ten anker liggend schip mag tevens drie opeenvolgende stoten geven, namelijk een korte, een lange en een korte stoot, om een naderend schip te waarschuwen voor zijn positie en voor de mogelijkheid van aanvaring. (i) Een schip van 12 meter of meer doch minder dan 20 meter in lengte is niet verplicht de klokseinen te geven zoals voorgeschreven in de paragrafen g en h van dit Voorschrift. Echter, indien het deze klokseinen niet geeft, dient het een ander doelmatig sein te geven met tussenpozen van niet meer dan twee minuten. (j) Een schip met een lengte van minder dan 12 meter is niet verplicht de bovengenoemde seinen te geven, doch indien het deze niet geeft, dient het een ander doelmatig geluidsein te geven met tussenpozen van niet meer dan twee minuten.