IALACOLREG
Bekijk je voortgang

Geluids- en lichtseinen

Dit zijn internationale COLREG-seinen. Voorschrift 34(a) betreft varende motorschepen die elkaar zien; 34(e) omvat ook onoverzichtelijke bochten. Voorschrift 35 geldt in of nabij beperkt zicht, dag en nacht. De intervallen zijn maxima. Controleer de alternatieven onder 20 m en onder 12 m.

Een scheepsfluit, een scheepsbel en een gong.
Apparatuur voor geluidsseinen: fluit, bel en gong.

Fluitseinen in één oogopslag

SeinBetekenisRegel
1 korte stoot (•)Ik verander mijn koers naar stuurboord34(a)
2 korte stoten (• •)Ik verander mijn koers naar bakboord34(a)
3 korte stoten (• • •)Ik sla achteruit met mijn voortstuwing34(a)
5+ korte stoten (• • • • •)Twijfel over de bedoeling of uitwijkmaatregel van het andere schip34(d)
1 lange stoot (—)Werktuiglijk voortbewogen schip dat vaart door het water loopt35(a)
2 lange stoten (— —)Werktuiglijk voortbewogen schip, varende maar gestopt en zonder vaart door het water35(b)
1 lange + 2 korte stoten (— • •)Onmanoeuvreerbaar, beperkt manoeuvreerbaar, beperkt door diepgang, zeilend, vissend, slepend of duwend35(c)

Vijf uitgewerkte situaties met mistseinen

In of nabij een gebied met beperkt zicht geldt voorschrift 35 bij dag en nacht. Deze voorbeelden gaan over schepen van 30 m en de internationale voorschriften. Een korte stoot duurt ongeveer 1 seconde; een lange stoot 4–6 seconden. Elke weergave laat één reeks horen; het geschreven antwoord geeft het maximale herhalingsinterval.

COLREG · USCG NAVCEN · 2026-09-10

Werktuiglijk voortbewogen schip met vaart door het water

Een werktuiglijk voortbewogen schip van 30 m vaart bij mist door het water en heeft geen bijzondere operationele status.

Eén lange stoot op de fluit (4–6 s), herhaald met tussenpozen van ten hoogste 2 minuten.

De beweging door het water telt, niet de snelheid over de grond. De motor stoppen betekent niet dat het schip meteen geen vaart meer door het water maakt.

COLREG 35(a)

Speler voor geluidsseinen

Lange stoot
0:00 / 0:05

Varend, gestopt en zonder vaart door het water

Hetzelfde schip van 30 m is bij mist gestopt en maakt geen vaart meer door het water. Het ligt niet voor anker, is niet aan de wal vastgemaakt en zit niet aan de grond.

Twee lange stoten op de fluit (elk 4–6 s), met ongeveer 2 seconden ertussen. Herhaal het paar met tussenpozen van ten hoogste 2 minuten.

Het is volgens de voorschriften nog steeds varend: dat beschrijft de toestand, niet de snelheid. Zonder vaart door het water is iets anders dan voor anker liggen; het ankersein met de klok geldt hier niet.

COLREG 35(b)

Uitsluitend onder zeil

Een zeilschip van 30 m is bij mist varend, uitsluitend onder zeil. De motor wordt niet voor de voortstuwing gebruikt.

Eén lange stoot op de fluit, gevolgd door twee korte stoten. Herhaal de groep met tussenpozen van ten hoogste 2 minuten.

Een zeilschip gebruikt dit sein ook als het vaart door het water maakt. Bij motoraandrijving geldt het als werktuiglijk voortbewogen, ook met gezette zeilen. Andere categorieën van voorschrift 35(c) geven hetzelfde sein; alleen het horen ervan bewijst niet dat het een zeilschip is.

COLREG 35(c)

Schip van 30 m voor anker

Een schip van 30 m ligt bij mist voor anker. Het is niet bezig met vissen en is niet beperkt manoeuvreerbaar door werkzaamheden voor anker.

Luid de klok snel gedurende ongeveer 5 seconden, herhaald met tussenpozen van ten hoogste 1 minuut.

Bij 30 m is de klok verplicht, maar de gong niet; de extra gong is verplicht vanaf 100 m. Het aanvullende waarschuwingssein kort–lang–kort op de fluit vervangt de klok niet. Voor vissen of beperkt manoeuvreerbare werkzaamheden voor anker geldt voorschrift 35(d).

COLREG 35(g)

Schip van 30 m aan de grond

Een gewoon schip van 30 m is bij mist op een ondiepte vastgelopen. Het rust op de bodem en drijft niet voor anker.

Drie afzonderlijke klokslagen, ongeveer 5 seconden snel luiden, gevolgd door drie afzonderlijke klokslagen. Herhaal de volledige reeks met tussenpozen van ten hoogste 1 minuut.

De drie slagen vóór en na het snelle luiden onderscheiden vastzitten aan de grond van voor anker liggen. Het zijn klokslagen, geen drie fluitstoten. Bij 30 m is geen gong vereist; vanaf 100 m ook een gong.

COLREG 35(h)
Voorbeeldsituaties: schepen in zicht, een werktuiglijk voortbewogen schip dat vaart door het water maakt bij beperkt zicht, en een rode handstakel als noodsein. De voorgeschreven seinen hangen af van het toepasselijke voorschrift en de omstandigheden.

Geluidsseinen — de drie families die je moet kennen

Dit zijn internationale COLREG-seinen. Voorschrift 34(a) betreft varende motorschepen die elkaar zien; 34(e) omvat ook onoverzichtelijke bochten. Voorschrift 35 geldt in of nabij beperkt zicht, dag en nacht. De intervallen zijn maxima. Controleer de alternatieven onder 20 m en onder 12 m.

COLREG 32 · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): a Het woord „fluit” betekent elk geluidseinen voortbrengend toestel dat de voorgeschreven stoten kan voortbrengen en dat voldoet aan de eisen vermeld in Bijlage III van deze Bepalingen. b De uitdrukking „korte stoot” betekent een stoot van ongeveer één seconde duur. c De uitdrukking „lange stoot” betekent een stoot van vier tot zes seconden duur. COLREG 34(a) · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): a Wanneer schepen in zicht van elkaar zijn, dient een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is, indien het handelt zoals in deze Voorschriften is toegestaan of voorgeschreven, deze handeling kenbaar te maken door de volgende seinen met zijn fluit: - één korte stoot om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar stuurboord”; - twee korte stoten om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar bakboord”; - drie korte stoten om aan te geven: „Ik sla achteruit”.

COLREG 35(d) · Uittreksel uit officiële bron · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): (d) Een schip, bezig met de uitoefening van de visserij, dat ten anker ligt en een beperkt manoeuvreerbaar schip dat ten anker liggend werkzaamheden uitvoert, dient, in plaats van de seinen voorgeschreven onder (g) van dit Voorschrift, het sein te geven, voorgeschreven onder (c) van dit Voorschrift. COLREG 35(c,e,g,i,j) · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): (c) Een onmanoeuvreerbaar schip, een beperkt manoeuvreerbaar schip, een schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid, een zeilschip, een schip bezig met de uitoefening van de visserij en een schip dat een ander schip sleept of duwt, dient, in plaats van de seinen, voorgeschreven onder (a) of (b) van dit voorschrift, met tussenpozen van niet meer dan twee minuten drie opeenvolgende stoten te geven, namelijk een lange stoot gevolgd door twee korte stoten. (e) Een schip dat gesleept wordt of, indien meer dan één schip wordt gesleept het laatste schip van de sleep, dient, indien bemand, met tussenpozen van niet meer dan twee minuten vier achtereenvolgende stoten te geven, namelijk een lange stoot gevolgd door drie korte stoten. Indien uitvoerbaar dient dit sein te worden gegeven onmiddellijk na het door het slepende schip gegeven sein. (g) Een ten anker liggend schip dient, met tussenpozen van niet meer dan één minuut, gedurende ongeveer vijf seconden de klok snel te luiden. Op een schip met een lengte van 100 meter of meer dient de klok te worden geluid op het voorschip en onmiddellijk na het luiden van de klok dient de gong gedurende ongeveer vijf seconden snel te worden geluid op het achterschip. Een ten anker liggend schip mag tevens drie opeenvolgende stoten geven, namelijk een korte, een lange en een korte stoot, om een naderend schip te waarschuwen voor zijn positie en voor de mogelijkheid van aanvaring. (i) Een schip van 12 meter of meer doch minder dan 20 meter in lengte is niet verplicht de klokseinen te geven zoals voorgeschreven in de paragrafen g en h van dit Voorschrift. Echter, indien het deze klokseinen niet geeft, dient het een ander doelmatig sein te geven met tussenpozen van niet meer dan twee minuten. (j) Een schip met een lengte van minder dan 12 meter is niet verplicht de bovengenoemde seinen te geven, doch indien het deze niet geeft, dient het een ander doelmatig geluidsein te geven met tussenpozen van niet meer dan twee minuten.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een korte stoot en een lange stoot?
COLREG 32 · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): a Het woord „fluit” betekent elk geluidseinen voortbrengend toestel dat de voorgeschreven stoten kan voortbrengen en dat voldoet aan de eisen vermeld in Bijlage III van deze Bepalingen. b De uitdrukking „korte stoot” betekent een stoot van ongeveer één seconde duur. c De uitdrukking „lange stoot” betekent een stoot van vier tot zes seconden duur.
Wat betekenen vijf korte stoten?
COLREG 34(d) · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): d Wanneer schepen die in zicht van elkaar zijn elkaar naderen en om welke reden dan ook één van de schepen de voornemens of handelingen van het andere niet begrijpt, of eraan twijfelt dat het andere schip voldoende handelingen verricht om een aanvaring te vermijden, dient het in twijfel verkerende schip zijn twijfel onmiddellijk kenbaar te maken door ten minste vijf korte stoten op de fluit in snelle opeenvolging. Dit sein mag worden aangevuld met een lichtsein van ten minste vijf korte schitteringen in snelle opeenvolging.
Welk geluidssein moet een vaartuig ten anker in mist geven?
COLREG 35(d) · Uittreksel uit officiële bron · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): (d) Een schip, bezig met de uitoefening van de visserij, dat ten anker ligt en een beperkt manoeuvreerbaar schip dat ten anker liggend werkzaamheden uitvoert, dient, in plaats van de seinen voorgeschreven onder (g) van dit Voorschrift, het sein te geven, voorgeschreven onder (c) van dit Voorschrift. COLREG 35(g,h,i,j) · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): (g) Een ten anker liggend schip dient, met tussenpozen van niet meer dan één minuut, gedurende ongeveer vijf seconden de klok snel te luiden. Op een schip met een lengte van 100 meter of meer dient de klok te worden geluid op het voorschip en onmiddellijk na het luiden van de klok dient de gong gedurende ongeveer vijf seconden snel te worden geluid op het achterschip. Een ten anker liggend schip mag tevens drie opeenvolgende stoten geven, namelijk een korte, een lange en een korte stoot, om een naderend schip te waarschuwen voor zijn positie en voor de mogelijkheid van aanvaring. (h) Een schip dat aan de grond zit, dient het sein met de klok en indien vereist het sein met de gong te geven, voorgeschreven onder (g) van dit voorschrift en dient bovendien drie van elkaar gescheiden duidelijke slagen op de klok te geven onmiddellijk vóór en onmiddellijk na het snelle luiden van de klok. Een schip dat aan de grond zit mag tevens een passend fluitsein geven. (i) Een schip van 12 meter of meer doch minder dan 20 meter in lengte is niet verplicht de klokseinen te geven zoals voorgeschreven in de paragrafen g en h van dit Voorschrift. Echter, indien het deze klokseinen niet geeft, dient het een ander doelmatig sein te geven met tussenpozen van niet meer dan twee minuten. (j) Een schip met een lengte van minder dan 12 meter is niet verplicht de bovengenoemde seinen te geven, doch indien het deze niet geeft, dient het een ander doelmatig geluidsein te geven met tussenpozen van niet meer dan twee minuten.
Wanneer moet ik een mistsein geven?
Dit zijn internationale COLREG-seinen. Voorschrift 34(a) betreft varende motorschepen die elkaar zien; 34(e) omvat ook onoverzichtelijke bochten. Voorschrift 35 geldt in of nabij beperkt zicht, dag en nacht. De intervallen zijn maxima. Controleer de alternatieven onder 20 m en onder 12 m. COLREG 3(l) · Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016): (l) betekent de uitdrukking „beperkt zicht” elke situatie waarin het zicht wordt beperkt door mist, nevelig weer, sneeuwval, zware regenbuien, zandstormen of andere soortgelijke oorzaken.
Is morsecode SOS nog steeds een geldig noodsein?
Ja. Bijlage IV 1(d) erkent SOS: drie punten, drie strepen, drie punten als één doorlopende groep met elk seinmiddel. Voeg geen letterpauzes in. Het verouderde radiotelegrafische alarmsein staat niet meer in de huidige lijst.