Tekst van de aangehaalde publicatie
Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)
a Een schip met een lengte van 12 meter of meer dient te zijn voorzien van een fluit; een schip met een lengte van 20 meter of meer dient naast de fluit tevens te zijn voorzien van een klok; een schip met een lengte van 100 meter of meer dient tevens te zijn voorzien van een gong, waarvan de toon en het geluid niet kunnen worden verward met die van de klok. De fluit, klok en gong dienen te voldoen aan de eisen vermeld in Bijlage III van deze voorschriften. De klok of de gong of beide mogen worden vervangen door andere middelen die dezelfde onderscheidenlijke geluidskenmerken bezitten, met dien verstande dat het altijd mogelijk moet zijn om de voorgeschreven seinen door bediening met de hand te geven.
b Een schip met een lengte van minder dan 12 meter is niet verplicht de toestellen voor het geven van geluidseinen, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, aan boord te hebben, doch indien het deze niet heeft, dient het te zijn voorzien van een ander middel voor het geven van een doelmatig geluidsein.
Fluit
≥ 12 m
Bel
≥ 20 m
Gong
≥ 100 m
IMO COLREG 1972Officiële tekst
De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.
a Een schip met een lengte van 12 meter of meer dient te zijn voorzien van een fluit; een schip met een lengte van 20 meter of meer dient naast de fluit tevens te zijn voorzien van een klok; een schip met een lengte van 100 meter of meer dient tevens te zijn voorzien van een gong, waarvan de toon en het geluid niet kunnen worden verward met die van de klok. De fluit, klok en gong dienen te voldoen aan de eisen vermeld in Bijlage III van deze voorschriften. De klok of de gong of beide mogen worden vervangen door andere middelen die dezelfde onderscheidenlijke geluidskenmerken bezitten, met dien verstande dat het altijd mogelijk moet zijn om de voorgeschreven seinen door bediening met de hand te geven.
b Een schip met een lengte van minder dan 12 meter is niet verplicht de toestellen voor het geven van geluidseinen, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, aan boord te hebben, doch indien het deze niet heeft, dient het te zijn voorzien van een ander middel voor het geven van een doelmatig geluidsein.Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) A vessel of 12 meters or more in length shall be provided with a whistle, a vessel of 20 meters or more in length shall be provided with a bell in addition to a whistle, and a vessel of 100 meters or more in length shall, in addition, be provided with a gong, the tone and sound of which cannot be confused with that of the bell. The whistle, bell and gong shall comply with the specifications in Annex III to these Regulations. The bell or gong or both may be replaced by other equipment having the same respective sound characteristics, provided that manual sounding of the prescribed signals shall always be possible.
(b) A vessel of less than 12 meters in length shall not be obliged to carry the sound signaling appliances prescribed in paragraph (a) of this Rule but if she does not, she shall be provided with some other means of making an efficient sound signal.Werkwijze bij seinen
Bepaal eerst de context: manoeuvreren in zicht, beperkt zicht of nood.
Dezelfde fluit kan in een andere context iets heel anders betekenen.
Controleer zowel het patroon als het interval.
Bij mistseinen hoort de tijdsafstand bij de regel, niet alleen de reeks stoten.
Als schepen in zicht elkaar naderen en je de bedoelingen of handelingen van het andere schip niet begrijpt, of twijfelt aan zijn maatregelen om aanvaring te voorkomen, geef dan onmiddellijk ten minste vijf korte, snelle stoten (Voorschrift 34(d)).
Examenfocus
Drie korte stoten betekenen 'ik sla achteruit', geen mistsein.
De seinen van Voorschrift 35(a)–(f) hebben een maximale tussenpoos van 2 minuten; de anker- en grondseinen van (g)–(h) van 1 minuut.
Onderdelen (i)–(j) geven alternatieven voor kleine schepen.
Test je kennis
Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.
Meer regels in dit Deel
- Geluidsseinen bij beperkt zichtEen schip bezig met vissen en een beperkt manoeuvreerbaar schip dat voor anker werkzaamheden uitvoert geven één lange en twee korte stoten in plaats van het ankersein. Een schip aan de grond mag een passend fluitsein toevoegen; Voorschrift 35(h) schrijft daarvoor niet kort-lang-kort voor.
- Seinen om de aandacht te trekkenWanneer het nodig is om de aandacht te trekken van een ander schip mag elk schip licht- of geluidseinen geven die niet kunnen worden gehouden voor een sein dat elders in deze Voorschriften moet of mag worden gegeven, of mag het zijn zoeklicht laten schijnen in de richting van het gevaar, zonder daardoor een ander schip te hinderen of in verwarring te brengen. Elk licht dat gebruikt wordt om de aandacht van een ander schip te trekken, dient van zodanige aard te zijn dat het niet voor een navigatiemerk kan worden gehouden. Voor de toepassing van dit Voorschrift dient het gebruik van zeer felle schitter- of zwaailichten, zoals „strobe”-lichten, te worden vermeden.
- NoodseinenWanneer een schip in nood is en hulp nodig heeft, moet het de seinen gebruiken die in Bijlage IV staan (rode vuurpijlen, SOS, MAYDAY, DSC, EPIRB en andere).
Laatst beoordeeld:
