Lichten en dagtekens — Overzichtskaart
Elke variant uit de regels 23-30 op één plek. Elke rij toont de lichten gezien vanuit bakboord, stuurboord, vooraan en achter, plus het dagteken — bedoeld voor snelle herhaling vóór een examen.
Regel 23 — Motorvaartuig
Elk werktuiglijk voortbewogen schip dat varend is. De lengte bepaalt de toplichtindeling: ≥50 m vereist twee toplichten, <50 m één, en <12 m mag in plaats daarvan één rondom zichtbaar wit licht gebruiken.
werktuiglijk voortbewogen schip < 50 m
werktuiglijk voortbewogen schip < 12 m - vereenvoudigd
werktuiglijk voortbewogen schip < 7 m, max. 7 kn (minimum)
luchtkussenvaartuig, niet-waterverplaatsend
WIG-vaartuig bij starten, landen of nabij het oppervlak
Regel 24 — Slepen en duwen
Een werktuiglijk voortbewogen schip dat een ander schip sleept of duwt. De sleepboot toont extra toplichten afhankelijk van zijn lengte en de lengte van de sleep. Slepen >200 m voegen op beide schepen een ruitvormig dagmerk toe.
sleepvaartuig - sleep <= 200 m
sleepvaartuig - sleep > 200 m
schip dat vooruit duwt (niet samengesteld)
schip langszij slepend
samengesteld geheel, getoond als een werktuiglijk voortbewogen schip
gesleept schip of object
slecht zichtbaar of deels ondergedompeld gesleept object, sleep <= 200 m
slecht zichtbaar of deels ondergedompeld gesleept object, sleep > 200 m
assistentiesleep wanneer voorgeschreven lichten niet mogelijk zijn
Regel 25 — Zeilvaartuig
Welke variant geldt voor jou? → Motor draait: gebruik de variant 'motor draait' (behandeld als werktuiglijk voortbewogen). → Alleen zeil, <7 m: geen permanente lichten nodig, houd alleen een wit licht gereed. → Alleen zeil, elke grootte: toon 3 afzonderlijke lichten (boordlichten + heklicht). Als <20 m mag je in plaats daarvan één driekleurenlantaarn bij de masttop gebruiken — die vervangt alle drie. Optioneel (alleen met de 3 afzonderlijke lichten, nooit met driekleur): je mag rood-boven-groen rondom zichtbare lichten bij de masttop toevoegen.
alleen zeil -> hoofdoptie: 3 afzonderlijke lichten
alleen zeil - optionele rode/groene rondomlichten in top, niet met driekleurenlicht
motor in gebruik -> geldt als werktuiglijk voortbewogen: toplicht + omgekeerde kegel
alleen zeil < 20 m - enkel driekleurenlicht in top vervangt 3 afzonderlijke lichten
onder riemen -> wit licht gereed om zo nodig te tonen
alleen zeil <7 m -> geen vaste lichten vereist: wit licht gereed om te tonen
Regel 26 — Vissersvaartuig
Schepen die actief vissen met vistuig dat de manoeuvreerbaarheid beperkt. Trawlers (sleepnetten) tonen groen-boven-wit rondom zichtbare lichten; andere vissende schepen rood-boven-wit. Dagmerk: twee kegels met de punten tegen elkaar.
trawler vaart lopend < 50 m
trawler zonder vaart < 50 m
vissend schip vaart lopend - niet trawlend
vissend schip zonder vaart - niet trawlend
trawler vaart lopend >= 50 m
trawler zonder vaart >= 50 m
vissend schip vaart lopend, vistuig > 150 m aan stuurboord
vissend schip vaart lopend, vistuig > 150 m aan bakboord
vissend schip zonder vaart, vistuig > 150 m aan stuurboord
vissend schip zonder vaart, vistuig > 150 m aan bakboord
vissend schip < 20 m (mand als dagsein toegestaan)
vissen nabij andere vissersschepen (Bijlage II extra seinen)
vissersvaartuig niet vissend
Regel 27 — Onmanoeuvreerbaar / beperkt manoeuvreerbaar / baggeren
Drie speciale categorieën: NUC (Not Under Command) — onmanoeuvreerbaar door uitzonderlijke omstandigheden; RAM (Restricted in Ability to Maneuver) — beperkt manoeuvreerbaar door de aard van het werk; en schepen bezig met baggeren of onderwaterwerkzaamheden.
onmanoeuvreerbaar schip, vaart lopend
onmanoeuvreerbaar schip, zonder vaart
RAM-schip vaart lopend < 50 m
RAM-schip vaart lopend >= 50 m
beperkt manoeuvreerbaar schip, zonder vaart
RAM-schip ten anker < 50 m
RAM-schip ten anker >= 50 m
RAM: onderhoud aan navigatiemerk, onderzeese kabel of pijpleiding
RAM: bevoorrading of overdracht varend
RAM: luchtvaartuigen te water laten of innemen
baggerschip vaart lopend (< 50 m) - obstructie bakboord, passeer stuurboord
baggerschip vaart lopend (< 50 m) - obstructie stuurboord, passeer bakboord
baggerschip vaart lopend (>= 50 m) - obstructie bakboord, passeer stuurboord
baggerschip vaart lopend (>= 50 m) - obstructie stuurboord, passeer bakboord
baggerschip ten anker - obstructie bakboord, passeer stuurboord
baggerschip ten anker - obstructie stuurboord, passeer bakboord
beperkt manoeuvreerbaar sleepvaartuig - sleep <= 200 m, sleper < 50 m
beperkt manoeuvreerbaar sleepvaartuig - sleep <= 200 m, sleper >= 50 m
beperkt manoeuvreerbaar sleepvaartuig - sleep > 200 m, sleper < 50 m
beperkt manoeuvreerbaar sleepvaartuig - sleep > 200 m, sleper >= 50 m
duikwerkzaamheden, compacte weergave
mijnenruimvaartuig varend (< 50 m)
mijnenruimvaartuig varend (>= 50 m)
mijnenruimvaartuig ten anker (< 50 m)
mijnenruimvaartuig ten anker (>= 50 m)
schip < 12 m vrijgesteld van seinen Voorschrift 27, behalve bij duikwerkzaamheden
Regel 28 — Beperkt door diepgang
Een werktuiglijk voortbewogen schip dat door zijn diepgang ten opzichte van de beschikbare waterdiepte ernstig beperkt is in zijn vermogen om van koers af te wijken. Voegt drie rode rondom zichtbare lichten verticaal toe aan de lichten van Voorschrift 23.
schip gehinderd door diepgang < 50 m
schip gehinderd door diepgang >= 50 m
Regel 29 — Loodsvaartuig
Een schip in loodsdienst — het begeleidt schepen door havens en beperkte wateren. Herkenbaar aan wit-boven-rood rondom zichtbare lichten. Voor anker of varend maar niet in dienst toont het alleen de lichten voor zijn lengteklasse.
loodsvaartuig varend
loodsvaartuig ten anker (< 50 m)
loodsvaartuig ten anker (>= 50 m)
loodsvaartuig niet in loodsdienst
Regel 30 — Voor anker / aan de grond
Voor anker liggende schepen tonen voorlijk één rondom zichtbaar wit licht (twee voor ≥50 m); aan de grond zittende schepen voegen twee rode rondom zichtbare lichten verticaal toe. Dagmerken: één zwarte bal voor voor anker, drie ballen in een verticale lijn voor aan de grond.
schip ten anker < 50 m
schip ten anker >= 50 m
schip ten anker (>= 100 m, dek verlicht)
schip < 7 m ten anker buiten verkeersgebieden (vrijgesteld)
schip aan de grond < 50 m
schip aan de grond >= 50 m
schip < 12 m aan de grond (geen extra vastgelopen-lichten vereist)
watervliegtuigen
watervliegtuig, lichten en dagmerken zo gelijk mogelijk
Hoe gebruik je deze overzichtskaart?
De juridische tekst van COLREG deel C vertelt welke lichten een vaartuig moet tonen, maar laat nooit zien hoe die lichten er van twee mijl afstand UITZIEN. Deze overzichtskaart doet dat wel. Elke rij is één vaartuigtype uit regels 23–30 bij één specifieke lengte. De vier kolommen tonen de lichten zoals je ze ziet vanuit elke hoofdrichting (bakboord dwars, stuurboord dwars, recht vooruit, recht achteruit), plus het dagteken dat het vaartuig voert.
Gebruik de lengtefilters om te beperken (“<12 m”, “<50 m”, “50+ m”), want examenvragen zijn bijna altijd geschreven rond een specifieke lengteklasse — juist op die grenslengtes voegt deel C een toplicht toe of laat er een weg. Gebruik het zoekvak om naar een vaartuigcategorie te springen (“trawler”, “NUC”, “loods”). Tik op een variant om de volledige 3D-viewer in een nieuw tabblad te openen.
Voor examenherhaling is de aanbevolen oefening: verberg de labels, kies een willekeurige rij, kijk of je het vaartuig vanuit elke richting kunt benoemen en controleer daarna met het label. De visuele quiz op /test-images/lights-shapes automatiseert dit met tijdscore.
Oefen dezelfde stof interactief
- Studeren met beelden (3D)Dezelfde vaartuigen, maar als 3D-modellen die je kunt draaien — wanneer de statische overzichtskaart niet genoeg is.
- Testen met beelden — vaartuigherkenningEr verschijnt een vaartuig zonder label — benoem het alleen aan de hand van de lichten.
- Hub lichten en dagtekens (regels 20–31)Open een regel voor de volledige juridische tekst, veelgemaakte fouten en FAQ.
- NUC versus RAM — de twee rode lichtbeelden die het vaakst worden verwardNaast elkaar: “onmanoeuvreerbaar” en “beperkt manoeuvreerbaar”.