IALACOLREG
31

Watervliegtuigen

Watervliegtuig / WIG-vaartuig — lichten zo veel mogelijk gelijk aan het voorgeschreven patroon.

Voorschrift 31 van de Aanvaringsregels (COLREG 1972) bepaalt dat wanneer het voor een watervliegtuig of WIG-vaartuig onuitvoerbaar is lichten en dagmerken met de in Deel C voorgeschreven kenmerken of op de voorgeschreven plaatsen te tonen, het lichten en dagmerken moet tonen die qua kenmerken en plaats zo veel mogelijk daarmee overeenkomen.

Hier wordt een interactieve 3D-illustratie getoond. Dezelfde inhoud is beschreven in de regeltekst en de kernpunten hieronder.

Herkenningsvolgorde

Classificeer eerst de toestand van het schip: varend, vaart door het water lopend, gestopt, ten anker, aan de grond, slepend, vissend, in loodsdienst of in bijzondere omstandigheden.

Lees bijzondere lichten verticaal van boven naar beneden voordat je met boordlichten en heklicht het aspect bevestigt.

Bevestig het antwoord daarna met het dagmerk, de scheepslengte en eventuele extra seinen zoals sleeplichten, dekverlichting of een cilinder.

Examenfocus

Herken een schip nooit aan één kleur alleen.

Veel fouten ontstaan doordat iemand een rood licht ziet en gokt zonder het volledige lichtenbeeld te controleren.

Noemt de vraag 'vaart door het water lopend', 'varend maar gestopt', 'ten anker' of 'aan de grond', dan bepaalt die formulering meestal welke extra lichten of dagmerken verschijnen.

Kernpunten

1

Watervliegtuigen moeten lichten tonen die zo veel mogelijk overeenkomen met de regels

2

WIG-vaartuigen vallen ook onder dit voorschrift

3

Praktische beperkingen worden erkend

Veelgemaakte fouten

Aannemen dat watervliegtuigen zijn vrijgesteld van navigatielichten

Test je kennis

Test je kennis en bewijs je beheersing.

Laatst beoordeeld: