IALACOLREG
Bekijk je voortgang
34

Manoeuvreer- en waarschuwingsseinen

Voor varende werktuiglijk voortbewogen schepen in zicht die toegestane manoeuvres uitvoeren: één korte stoot betekent koers wijzigen naar stuurboord, twee naar bakboord en drie achteruitslaan. Drie stoten bewijzen geen vaart achteruit. Tijdvoorbeeld: korte stoten duren ongeveer 1 s en lange 4–6 s; de afgebeelde tussenpozen van 1 s zijn niet voorgeschreven.

Tekst van de aangehaalde publicatie

Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

a Wanneer schepen in zicht van elkaar zijn, dient een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is, indien het handelt zoals in deze Voorschriften is toegestaan of voorgeschreven, deze handeling kenbaar te maken door de volgende seinen met zijn fluit:

  • één korte stoot om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar stuurboord”;
  • twee korte stoten om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar bakboord”;
  • drie korte stoten om aan te geven: „Ik sla achteruit”.

b Een schip mag de onder (a) van dit voorschrift voorgeschreven fluitseinen aanvullen met lichtseinen, die afhankelijk van de omstandigheden worden herhaald, terwijl de handeling wordt uitgevoerd:

i
deze lichtseinen hebben de volgende betekenis:
  • één schittering om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar stuurboord”;
  • twee schitteringen om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar bakboord”;
  • drie schitteringen om aan te geven: „Ik sla achteruit”;

  • 2de duur van elke schittering dient ongeveer één seconde te zijn, de tussenpoos tussen de schitteringen ongeveer één seconde en de tussenpoos tussen de achtereenvolgende seinen niet minder dan tien seconden;

  • 3het voor dit sein gebruikte licht dient, indien aangebracht, een rondom zichtbaar wit licht te zijn, zichtbaar op een afstand van ten minste 5 zeemijlen, en dient te voldoen aan het bepaalde in Bijlage I van deze Bepalingen.

c Wanneer in zicht van elkaar in een nauw vaarwater of vaargeul:

i
dient een schip dat voornemens is een ander op te lopen overeenkomstig het bepaalde in voorschrift 9 (e)
  • 1zijn voornemen kenbaar te maken door de volgende seinen met zijn fluit:
  • twee lange stoten gevolgd door een korte stoot om aan te geven: „Ik ben van plan u op te lopen aan uw stuurboordszijde”;
  • twee lange stoten gevolgd door twee korte stoten om aan te geven: „Ik ben van plan u op te lopen aan uw bakboordszijde”;

  • 2dient het schip dat opgelopen wordt, wanneer het handelt overeenkomstig het bepaalde in voorschrift 9 (e)
  • 1zijn instemming kenbaar te maken door het volgende sein met zijn fluit:

  • een lange, een korte, een lange en een korte stoot in die volgorde.

d Wanneer schepen die in zicht van elkaar zijn elkaar naderen en om welke reden dan ook één van de schepen de voornemens of handelingen van het andere niet begrijpt, of eraan twijfelt dat het andere schip voldoende handelingen verricht om een aanvaring te vermijden, dient het in twijfel verkerende schip zijn twijfel onmiddellijk kenbaar te maken door ten minste vijf korte stoten op de fluit in snelle opeenvolging.

Dit sein mag worden aangevuld met een lichtsein van ten minste vijf korte schitteringen in snelle opeenvolging.

e Een schip dat een bocht of een gebied van een vaarwater of vaargeul nadert waar het zicht op andere schepen kan worden belemmerd door een tussenliggend obstakel, dient een lange stoot te geven. Dit sein dient door een naderend schip dat zich rond de bocht of achter het tussenliggende obstakel bevindt en het sein hoort, te worden beantwoord met een zelfde sein.

f Indien op een schip fluiten zijn aangebracht op een onderlinge afstand van meer dan 100 meter, mag slechts één fluit worden gebruikt voor het geven van manoeuvreer- en waarschuwingseinen.

Voor schepen die elkaar in zicht hebben. Voorstel tot oplopen in nauw vaarwater: twee lange stoten en één korte om aan stuurboord van het andere schip voorbij te lopen, of twee korte voor zijn bakboordzijde. Instemming: lang-kort-lang-kort. Tijdvoorbeeld: korte stoten duren ongeveer 1 s en lange 4–6 s; de afgebeelde tussenpozen van 1 s zijn niet voorgeschreven.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

a Wanneer schepen in zicht van elkaar zijn, dient een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is, indien het handelt zoals in deze Voorschriften is toegestaan of voorgeschreven, deze handeling kenbaar te maken door de volgende seinen met zijn fluit: - één korte stoot om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar stuurboord”; - twee korte stoten om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar bakboord”; - drie korte stoten om aan te geven: „Ik sla achteruit”. b Een schip mag de onder (a) van dit voorschrift voorgeschreven fluitseinen aanvullen met lichtseinen, die afhankelijk van de omstandigheden worden herhaald, terwijl de handeling wordt uitgevoerd: (i) deze lichtseinen hebben de volgende betekenis: - één schittering om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar stuurboord”; - twee schitteringen om aan te geven: „Ik verander mijn koers naar bakboord”; - drie schitteringen om aan te geven: „Ik sla achteruit”; (ii) de duur van elke schittering dient ongeveer één seconde te zijn, de tussenpoos tussen de schitteringen ongeveer één seconde en de tussenpoos tussen de achtereenvolgende seinen niet minder dan tien seconden; (iii) het voor dit sein gebruikte licht dient, indien aangebracht, een rondom zichtbaar wit licht te zijn, zichtbaar op een afstand van ten minste 5 zeemijlen, en dient te voldoen aan het bepaalde in Bijlage I van deze Bepalingen. c Wanneer in zicht van elkaar in een nauw vaarwater of vaargeul: (i) dient een schip dat voornemens is een ander op te lopen overeenkomstig het bepaalde in voorschrift 9 (e) (i) zijn voornemen kenbaar te maken door de volgende seinen met zijn fluit: - twee lange stoten gevolgd door een korte stoot om aan te geven: „Ik ben van plan u op te lopen aan uw stuurboordszijde”; - twee lange stoten gevolgd door twee korte stoten om aan te geven: „Ik ben van plan u op te lopen aan uw bakboordszijde”; (ii) dient het schip dat opgelopen wordt, wanneer het handelt overeenkomstig het bepaalde in voorschrift 9 (e) (i) zijn instemming kenbaar te maken door het volgende sein met zijn fluit: - een lange, een korte, een lange en een korte stoot in die volgorde. d Wanneer schepen die in zicht van elkaar zijn elkaar naderen en om welke reden dan ook één van de schepen de voornemens of handelingen van het andere niet begrijpt, of eraan twijfelt dat het andere schip voldoende handelingen verricht om een aanvaring te vermijden, dient het in twijfel verkerende schip zijn twijfel onmiddellijk kenbaar te maken door ten minste vijf korte stoten op de fluit in snelle opeenvolging. Dit sein mag worden aangevuld met een lichtsein van ten minste vijf korte schitteringen in snelle opeenvolging. e Een schip dat een bocht of een gebied van een vaarwater of vaargeul nadert waar het zicht op andere schepen kan worden belemmerd door een tussenliggend obstakel, dient een lange stoot te geven. Dit sein dient door een naderend schip dat zich rond de bocht of achter het tussenliggende obstakel bevindt en het sein hoort, te worden beantwoord met een zelfde sein. f Indien op een schip fluiten zijn aangebracht op een onderlinge afstand van meer dan 100 meter, mag slechts één fluit worden gebruikt voor het geven van manoeuvreer- en waarschuwingseinen.
Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) When vessels are in sight of one another, a power-driven vessel underway, when maneuvering as authorized or required by these Rules, shall indicate that maneuver by the following signals on her whistle: − one short blast to mean “I am altering my course to starboard”; − two short blasts to mean “I am altering my course to port”; − three short blasts to mean “I am operating astern propulsion”. (b) Any vessel may supplement the whistle signals prescribed in paragraph (a) of this Rule by light signals, repeated as appropriate, while the maneuver is being carried out: (i) these light signals shall have the following significance: − one flash to mean “I am altering my course to starboard”; − two flashes to mean “I am altering my course to port”; − three flashes to mean “I am operating astern propulsion”; (ii) the duration of each flash shall be about one second, the interval between flashes shall be about one second, and the interval between successive signals shall be not less than ten seconds; (iii) the light used for this signal shall, if fitted, be an all-round white light, visible at a minimum range of 5 miles, and shall comply with the provisions of Annex I to these Regulations. (c) When in sight of one another in a narrow channel or fairway: (i) a vessel intending to overtake another shall in compliance with Rule 9(e)(i) indicate her intention by the following signals on her whistle: − two prolonged blasts followed by one short blast to mean “I intend to overtake you on your starboard side”; − two prolonged blasts followed by two short blasts to mean “I intend to overtake you on your port side”. (ii) the vessel about to be overtaken when acting in accordance with Rule 9(e)(i) shall indicate her agreement by the following signal on her whistle: − one prolonged, one short, one prolonged and one short blast, in that order. (d) When vessels in sight of one another are approaching each other and from any cause either vessel fails to understand the intentions or actions of the other, or is in doubt whether sufficient action is being taken by the other to avoid collision, the vessel in doubt shall immediately indicate such doubt by giving at least five short and rapid blasts on the whistle. Such signal may be supplemented by a light signal of at least five short and rapid flashes. (e) A vessel nearing a bend or an area of a channel or fairway where other vessels may be obscured by an intervening obstruction shall sound one prolonged blast. Such signal shall be answered with a prolonged blast by any approaching vessel that may be within hearing around the bend or behind the intervening obstruction. (f) If whistles are fitted on a vessel at a distance apart of more than 100 meters, one whistle only shall be used for giving maneuvering and warning signals.

Werkwijze bij seinen

Bepaal eerst de context: manoeuvreren in zicht, beperkt zicht of nood.

Dezelfde fluit kan in een andere context iets heel anders betekenen.

Controleer zowel het patroon als het interval.

Bij mistseinen hoort de tijdsafstand bij de regel, niet alleen de reeks stoten.

Als schepen in zicht elkaar naderen en je de bedoelingen of handelingen van het andere schip niet begrijpt, of twijfelt aan zijn maatregelen om aanvaring te voorkomen, geef dan onmiddellijk ten minste vijf korte, snelle stoten (Voorschrift 34(d)).

Examenfocus

Drie korte stoten betekenen 'ik sla achteruit', geen mistsein.

De seinen van Voorschrift 35(a)–(f) hebben een maximale tussenpoos van 2 minuten; de anker- en grondseinen van (g)–(h) van 1 minuut.

Onderdelen (i)–(j) geven alternatieven voor kleine schepen.

Test je kennis

Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.

Laatst beoordeeld: