Tekst van de aangehaalde publicatie
Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)
a Een schip bezig met de uitoefening van de loodsdienst dient te tonen:
- 2wanneer het varende is, tevens boordlichten en een heklicht;
- 3wanneer het ten anker ligt, behalve de lichten, voorgeschreven onder
- 1, tevens het licht, de lichten of het dagmerk, voorgeschreven in Voorschrift 30 voor ten anker liggende schepen.
b Een loodsvaartuig dat niet bezig is met de uitoefening van de loodsdienst dient de lichten of dagmerken te tonen, voorgeschreven voor een schip van zijn soort en lengte.
IMO COLREG 1972Officiële tekst
De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.
a Een schip bezig met de uitoefening van de loodsdienst dient te tonen:
(i) aan of nabij de top van de mast twee rondom zichtbare lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste wit en het onderste rood;
(ii) wanneer het varende is, tevens boordlichten en een heklicht;
(iii) wanneer het ten anker ligt, behalve de lichten, voorgeschreven onder (i), tevens het licht, de lichten of het dagmerk, voorgeschreven in Voorschrift 30 voor ten anker liggende schepen.
b Een loodsvaartuig dat niet bezig is met de uitoefening van de loodsdienst dient de lichten of dagmerken te tonen, voorgeschreven voor een schip van zijn soort en lengte.Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) A vessel engaged on pilotage duty shall exhibit:
(i) at or near the masthead, two all-round lights in a vertical line, the upper being white and the lower red;
(ii) when underway, in addition, sidelights and a sternlight;
(iii) when at anchor, in addition to the lights prescribed in subparagraph (i), the anchor light, lights, or shape prescribed in Rule 30 for vessels at anchor.
(b) A pilot vessel when not engaged on pilotage duty shall exhibit the lights or shapes prescribed for a similar vessel of her length.Hier wordt een interactieve 3D-illustratie getoond. Dezelfde inhoud is beschreven in de regeltekst en de kernpunten hieronder.
Herkenningsvolgorde
Classificeer eerst de toestand van het schip: varend, vaart door het water lopend, gestopt, ten anker, aan de grond, slepend, vissend, in loodsdienst of in bijzondere omstandigheden.
Lees bijzondere lichten verticaal van boven naar beneden voordat je met boordlichten en heklicht het aspect bevestigt.
Gebruik het volledige seinbeeld en de opgegeven scheepslengte.
Een facultatief tweede toplicht, twee ankerlichten of dekverlichting bewijzen op zichzelf geen minimumlengte.
Examenfocus
Herken een schip nooit aan één kleur alleen.
Veel fouten ontstaan doordat iemand een rood licht ziet en gokt zonder het volledige lichtenbeeld te controleren.
Noemt de vraag 'vaart door het water lopend', 'varend maar gestopt', 'ten anker' of 'aan de grond', dan bepaalt die formulering meestal welke extra lichten of dagmerken verschijnen.
Kernpunten
Een schip bezig met loodsdienst toont bij de masttop twee rondom zichtbare lichten, wit boven rood; varend voegt het boordlichten en heklicht toe en ten anker de lichten of het dagmerk van Voorschrift 30.
Test je kennis
Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.
Meer regels in dit Deel
- Zeilschepen varend en schepen onder riemenDe vrijwillige rondom zichtbare lichten rood boven groen van een zeilschip mogen niet samen met de driekleurenlantaarn worden getoond. Een zeilschip dat ook door een machine wordt voortbewogen is een werktuiglijk voortbewogen schip en toont overdag een kegel met de punt omlaag.
- Vissende schepena Een schip bezig met de uitoefening van de visserij, varende of ten anker liggende, mag alleen de in dit voorschrift voorgeschreven lichten en dagmerken tonen.
- Onmanoeuvreerbare of beperkt manoeuvreerbare schepena Een onmanoeuvreerbaar schip dient te tonen:
- WatervliegtuigenWanneer het voor een watervliegtuig onuitvoerbaar is lichten met exact de voorgeschreven kenmerken te tonen, moet het zo gelijk mogelijke lichten tonen.
Laatst beoordeeld:
