IALACOLREG
Bekijk je voortgang
25

Zeilschepen varend en schepen onder riemen

Detail van de herkenningslichten en -tekens. Een zeilschip mag rondom zichtbare lichten rood boven groen toevoegen aan zijn boordlichten en heklicht. Dit paar mag niet samen met de driekleurenlantaarn worden gevoerd.

Tekst van de aangehaalde publicatie

Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

a Een zeilschip dat varende is, dient te tonen:

i
boordlichten;

  • 2een heklicht.

b Op een zeilschip met een lengte van minder dan 20 meter mogen de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift worden gecombineerd in één lantaarn, gevoerd aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kan worden gezien.

c Een zeilschip dat varende is, mag, behalve de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kunnen worden gezien, twee rondom zichtbare lichten tonen, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste rood en het onderste groen. Deze lichten mogen evenwel niet worden getoond te zamen met de gecombineerde lantaarn, toegestaan onder (b) van dit voorschrift.

d

i
Een zeilschip met een lengte van minder dan 7 meter dient, indien uitvoerbaar, de lichten, voorgeschreven onder (a) of (b) van dit voorschrift, te tonen, maar indien het zulks niet doet, dient het een elektrische lamp of een aangestoken lantaarn die een wit licht geven, gereed te houden en tijdig genoeg te tonen om aanvaring te voorkomen.

  • 2Een door riemen voortbewogen schip mag de in dit voorschrift voor zeilschepen voorgeschreven lichten tonen, maar indien het zulks niet doet, dient het een elektrische lamp of een aangestoken lantaarn die een wit licht geven, gereed te houden en tijdig genoeg te tonen om aanvaring te voorkomen.

e Een schip dat onder zeil is doch tevens werktuiglijk wordt, voortbewogen, dient op het voorschip, waar deze het best kan worden gezien, een kegel met de punt naar beneden te tonen.

Een schip onder zeil dat ook door zijn motor wordt voortbewogen geldt als werktuiglijk voortbewogen: het voert de bijbehorende lichten en overdag een kegel met de punt naar beneden.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

a Een zeilschip dat varende is, dient te tonen: (i) boordlichten; (ii) een heklicht. b Op een zeilschip met een lengte van minder dan 20 meter mogen de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift worden gecombineerd in één lantaarn, gevoerd aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kan worden gezien. c Een zeilschip dat varende is, mag, behalve de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kunnen worden gezien, twee rondom zichtbare lichten tonen, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste rood en het onderste groen. Deze lichten mogen evenwel niet worden getoond te zamen met de gecombineerde lantaarn, toegestaan onder (b) van dit voorschrift. d (i) Een zeilschip met een lengte van minder dan 7 meter dient, indien uitvoerbaar, de lichten, voorgeschreven onder (a) of (b) van dit voorschrift, te tonen, maar indien het zulks niet doet, dient het een elektrische lamp of een aangestoken lantaarn die een wit licht geven, gereed te houden en tijdig genoeg te tonen om aanvaring te voorkomen. (ii) Een door riemen voortbewogen schip mag de in dit voorschrift voor zeilschepen voorgeschreven lichten tonen, maar indien het zulks niet doet, dient het een elektrische lamp of een aangestoken lantaarn die een wit licht geven, gereed te houden en tijdig genoeg te tonen om aanvaring te voorkomen. e Een schip dat onder zeil is doch tevens werktuiglijk wordt, voortbewogen, dient op het voorschip, waar deze het best kan worden gezien, een kegel met de punt naar beneden te tonen.
Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) A sailing vessel underway shall exhibit: (i) sidelights; (ii) a sternlight. (b) In a sailing vessel of less than 20 meters in length the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule may be combined in one lantern carried at or near the top of the mast where it can best be seen. (c) A sailing vessel underway may, in addition to the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule, exhibit at or near the top of the mast, where they can best be seen, two all-round lights in a vertical line, the upper being red and the lower green, but these lights shall not be exhibited in conjunction with the combined lantern permitted by paragraph (b) of this Rule. (d) (i) A sailing vessel of less than 7 meters in length shall, if practicable, exhibit the lights prescribed in paragraph (a) or (b) of this Rule, but if she does not, she shall have ready at hand an electric torch or lighted lantern showing a white light which shall be exhibited in sufficient time to prevent collision. (ii) A vessel under oars may exhibit the lights prescribed in this Rule for sailing vessels, but if she does not, she shall have ready at hand an electric torch or lighted lantern showing a white light which shall be exhibited in sufficient time to prevent collision. (e) A vessel proceeding under sail when also being propelled by machinery shall exhibit forward where it can best be seen a conical shape, apex downwards.

Hier wordt een interactieve 3D-illustratie getoond. Dezelfde inhoud is beschreven in de regeltekst en de kernpunten hieronder.

Herkenningsvolgorde

Classificeer eerst de toestand van het schip: varend, vaart door het water lopend, gestopt, ten anker, aan de grond, slepend, vissend, in loodsdienst of in bijzondere omstandigheden.

Lees bijzondere lichten verticaal van boven naar beneden voordat je met boordlichten en heklicht het aspect bevestigt.

Gebruik het volledige seinbeeld en de opgegeven scheepslengte.

Een facultatief tweede toplicht, twee ankerlichten of dekverlichting bewijzen op zichzelf geen minimumlengte.

Examenfocus

Herken een schip nooit aan één kleur alleen.

Veel fouten ontstaan doordat iemand een rood licht ziet en gokt zonder het volledige lichtenbeeld te controleren.

Noemt de vraag 'vaart door het water lopend', 'varend maar gestopt', 'ten anker' of 'aan de grond', dan bepaalt die formulering meestal welke extra lichten of dagmerken verschijnen.

Kernpunten

1

De vrijwillige rondom zichtbare lichten rood boven groen van een zeilschip mogen niet samen met de driekleurenlantaarn worden getoond. Een zeilschip dat ook door een machine wordt voortbewogen is een werktuiglijk voortbewogen schip en toont overdag een kegel met de punt omlaag.

Test je kennis

Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.

Laatst beoordeeld: