IALACOLREG
Bekijk je voortgang
23

Werktuiglijk voortbewogen schepen varend

Stuurboordaanzicht van de armaturen: twee toplichten, het achterste hoger, en het boordlicht achter het voorste toplicht. Twee toplichten zijn verplicht vanaf 50 m en toegestaan onder 50 m.

Tekst van de aangehaalde publicatie

Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

a Een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is dient te tonen:

i
een toplicht op het voorschip;

  • 2een tweede toplicht achter het toplicht op het voorschip en hoger geplaatst, behalve dat een schip met een lengte van minder dan 50 meter niet verplicht is zulk een licht te tonen, doch het wel mag doen;

  • 3boordlichten;

  • 4een heklicht.

b Een luchtkussenvaartuig, varende zonder waterverplaatsing, dient, behalve de lichten voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, een rondom zichtbaar geel schitterlicht te tonen.

c Een WIG-tuig dient alleen tijdens de start, de landing en de vlucht vlak boven water, behalve de lichten voorgeschreven onder a van dit voorschrift, een rondom zichtbaar rood schitterlicht te tonen.

d

i
Een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van minder dan 12 meter mag, in plaats van de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit Voorschrift, een rondom zichtbaar wit licht en de boordlichten tonen;

  • 2een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van minder dan 7 meter en waarvan de hoogst bereikbare snelheid niet meer is dan 7 zeemijl per uur mag, in plaats van de lichten voorgeschreven onder (a) van dit Voorschrift, een rondom zichtbaar wit licht tonen en dient, indien uitvoerbaar, ook boordlichten te tonen;

  • 3het toplicht of het rondom zichtbaar wit licht van een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van minder dan 12 meter mag uit het midscheeps verticale vlak in langsrichting worden geplaatst, indien plaatsing in dit vlak niet uitvoerbaar is, mits de boordlichten worden gecombineerd in één lantaarn, die gevoerd dient te worden in het midscheeps verticale vlak in langsrichting of nabij hetzelfde langsscheepse vlak als waarin het toplicht of het rondom zichtbaar wit licht zich bevindt.

Schematisch bovenaanzicht van de armaturen. Een werktuiglijk voortbewogen schip korter dan 12 m mag in plaats van de gebruikelijke opstelling een rondom zichtbaar wit licht en boordlichten voeren.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

a Een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is dient te tonen: (i) een toplicht op het voorschip; (ii) een tweede toplicht achter het toplicht op het voorschip en hoger geplaatst, behalve dat een schip met een lengte van minder dan 50 meter niet verplicht is zulk een licht te tonen, doch het wel mag doen; (iii) boordlichten; (iv) een heklicht. b Een luchtkussenvaartuig, varende zonder waterverplaatsing, dient, behalve de lichten voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, een rondom zichtbaar geel schitterlicht te tonen. c Een WIG-tuig dient alleen tijdens de start, de landing en de vlucht vlak boven water, behalve de lichten voorgeschreven onder a van dit voorschrift, een rondom zichtbaar rood schitterlicht te tonen. d (i) Een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van minder dan 12 meter mag, in plaats van de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit Voorschrift, een rondom zichtbaar wit licht en de boordlichten tonen; (ii) een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van minder dan 7 meter en waarvan de hoogst bereikbare snelheid niet meer is dan 7 zeemijl per uur mag, in plaats van de lichten voorgeschreven onder (a) van dit Voorschrift, een rondom zichtbaar wit licht tonen en dient, indien uitvoerbaar, ook boordlichten te tonen; (iii) het toplicht of het rondom zichtbaar wit licht van een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van minder dan 12 meter mag uit het midscheeps verticale vlak in langsrichting worden geplaatst, indien plaatsing in dit vlak niet uitvoerbaar is, mits de boordlichten worden gecombineerd in één lantaarn, die gevoerd dient te worden in het midscheeps verticale vlak in langsrichting of nabij hetzelfde langsscheepse vlak als waarin het toplicht of het rondom zichtbaar wit licht zich bevindt.
Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) A power-driven vessel underway shall exhibit: (i) a masthead light forward; (ii) a second masthead light abaft of and higher than the forward one; except that a vessel of less than 50 meters in length shall not be obliged to exhibit such light but may do so; (iii) sidelights; and (iv) a sternlight. (b) An air-cushion vessel when operating in the non-displacement mode shall, in addition to the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule, exhibit an all-round flashing yellow light. (c) A WIG craft only when taking off, landing and in flight near the surface shall, in addition to the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule, exhibit a high intensity all-round flashing red light. (d) (i) A power-driven vessel of less than 12 meters in length may in lieu of the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule exhibit an all-round white light and sidelights; (ii) a power-driven vessel of less than 7 meters in length whose maximum speed does not exceed 7 knots may in lieu of the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule exhibit an all-round white light and shall, if practicable, also exhibit sidelights; (iii) the masthead light or all-round white light on a power-driven vessel of less than 12 meters in length may be displaced from the fore and aft centerline of the vessel if centerline fitting is not practicable, provided that the sidelights are combined in one lantern which shall be carried on the fore and aft centerline of the vessel or located as nearly as practicable in the same fore and aft line as the masthead light or the all-round white light.

Hier wordt een interactieve 3D-illustratie getoond. Dezelfde inhoud is beschreven in de regeltekst en de kernpunten hieronder.

Herkenningsvolgorde

Classificeer eerst de toestand van het schip: varend, vaart door het water lopend, gestopt, ten anker, aan de grond, slepend, vissend, in loodsdienst of in bijzondere omstandigheden.

Lees bijzondere lichten verticaal van boven naar beneden voordat je met boordlichten en heklicht het aspect bevestigt.

Gebruik het volledige seinbeeld en de opgegeven scheepslengte.

Een facultatief tweede toplicht, twee ankerlichten of dekverlichting bewijzen op zichzelf geen minimumlengte.

Examenfocus

Herken een schip nooit aan één kleur alleen.

Veel fouten ontstaan doordat iemand een rood licht ziet en gokt zonder het volledige lichtenbeeld te controleren.

Noemt de vraag 'vaart door het water lopend', 'varend maar gestopt', 'ten anker' of 'aan de grond', dan bepaalt die formulering meestal welke extra lichten of dagmerken verschijnen.

Kernpunten

1

Een werktuiglijk voortbewogen schip korter dan 50 m hoeft het tweede toplicht niet te voeren, maar mag dat wel. Alleen twee toplichten bewijzen dus niet hoe lang het schip is.

Test je kennis

Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.

Laatst beoordeeld: