IALACOLREG
Bekijk je voortgang
3

Algemene begripsomschrijvingen

Boven: werktuiglijk voortbewogen schip, zeilschip, vissend schip en onmanoeuvreerbaar schip. Onder: door werkzaamheden beperkt manoeuvreerbaar schip, schip door zijn diepgang beperkt, watervliegtuig en WIG-vaartuig in vlucht vlak boven het water. De omstandigheden bepalen de categorie, niet alleen de rompvorm.

Tekst van de aangehaalde publicatie

Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

Voor de toepassing van deze Voorschriften, behalve waar het zinsverband anders vereist:

a
omvat het woord „schip” elk vaartuig, met inbegrip van vaartui-gen zonder waterverplaatsing, WIG-tuigen en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water.
b
betekent de uitdrukking ,,werktuiglijk voortbewogen schip” elk schip voortbewogen door machines;
c
betekent het woord ,,zeilschip” elk schip dat onder zeil is mits de voortstuwingsmachines, indien aangebracht, niet worden gebruikt;
d
betekent de uitdrukking ,,schip bezig met de uitoefening van de visserij” een schip dat vist met netten, lijnen, sleepnetten of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid beperken, maar omvat niet een schip dat vist met sleeplijnen of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid niet beperken;
e
betekent het woord ,,watervliegtuig” elk luchtvaartuig ontworpen om op het water te manoeuvreren;
f
betekent de uitdrukking ,,onmanoeuvreerbaar schip” een schip

dat wegens een buitengewone omstandigheid niet in staat is te manoeuvreren zoals vereist volgens deze Voorschriften en dat daardoor niet in staat is voor een ander schip uit te wijken;

g
betekent de uitdrukking „beperkt manoeuvreerbaar schip” een schip dat door de aard van zijn werk beperkt is in zijn mogelijkheid om te manoeuvreren zoals vereist volgens deze Voorschriften en dat daardoor niet in staat is voor een ander schip uit te wijken.

De uitdrukking „beperkt manoeuvreerbare schepen” omvat, doch is niet beperkt tot:

i
een schip bezig met het leggen, onderhouden of lichten van een navigatiemerk, een onderzeese kabel of een pijpleiding;

  • 2een schip bezig met baggeren, opnamewerkzaamheden of werkzaamheden onder water;

  • 3een schip bezig met bevoorraden of met het overbrengen van personen, proviand of lading terwijl het varende is;

  • 4een schip bezig met het laten opstijgen of landen van luchtvaartuigen;

v
een schip bezig met mijnenopruimingswerkzaamheden;

  • 6een schip bezig met sleepwerkzaamheden van zodanige aard dat daardoor het slepende schip en zijn sleep ernstig beperkt zijn in de mogelijkheid af te wijken van de koers die zij volgen;

h
betekent de uitdrukking „schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid” een werktuiglijk voortbewogen schip dat wegens zijn diepgang ten opzichte van de beschikbare diepte en breedte van het vaarwater ernstig beperkt is in zijn mogelijkheid af te wijken van de koers die het volgt;
i
betekent het woord „varende” dat een schip niet ten anker ligt, niet is vastgemaakt aan de wal of niet aan de grond zit;
j
betekenen de woorden „lengte” en „breedte” van een schip de lengte over alles en de grootste breedte buitenwerks;
k
worden schepen geacht in zicht van elkaar te zijn alleen wanneer het ene vanaf het andere met het oog kan worden waargenomen;
l
betekent de uitdrukking „beperkt zicht” elke situatie waarin het zicht wordt beperkt door mist, nevelig weer, sneeuwval, zware regenbuien, zandstormen of andere soortgelijke oorzaken.
m
betekent het begrip „Wing-In-Ground (WIG)-tuig” elk multi-modaal tuig dat, tijdens haar belangrijkste operationele toestand, vlak boven het wateroppervlakte vliegt daarbij gebruik makend van de drukopbouw tussen het wateroppervlakte en het WIG-tuig.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

Voor de toepassing van deze Voorschriften, behalve waar het zinsverband anders vereist: (a) omvat het woord „schip” elk vaartuig, met inbegrip van vaartui-gen zonder waterverplaatsing, WIG-tuigen en watervliegtuigen, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water. (b) betekent de uitdrukking ,,werktuiglijk voortbewogen schip” elk schip voortbewogen door machines; (c) betekent het woord ,,zeilschip” elk schip dat onder zeil is mits de voortstuwingsmachines, indien aangebracht, niet worden gebruikt; (d) betekent de uitdrukking ,,schip bezig met de uitoefening van de visserij” een schip dat vist met netten, lijnen, sleepnetten of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid beperken, maar omvat niet een schip dat vist met sleeplijnen of ander vistuig, die de manoeuvreerbaarheid niet beperken; (e) betekent het woord ,,watervliegtuig” elk luchtvaartuig ontworpen om op het water te manoeuvreren; (f) betekent de uitdrukking ,,onmanoeuvreerbaar schip” een schip dat wegens een buitengewone omstandigheid niet in staat is te manoeuvreren zoals vereist volgens deze Voorschriften en dat daardoor niet in staat is voor een ander schip uit te wijken; (g) betekent de uitdrukking „beperkt manoeuvreerbaar schip” een schip dat door de aard van zijn werk beperkt is in zijn mogelijkheid om te manoeuvreren zoals vereist volgens deze Voorschriften en dat daardoor niet in staat is voor een ander schip uit te wijken. De uitdrukking „beperkt manoeuvreerbare schepen” omvat, doch is niet beperkt tot: (i) een schip bezig met het leggen, onderhouden of lichten van een navigatiemerk, een onderzeese kabel of een pijpleiding; (ii) een schip bezig met baggeren, opnamewerkzaamheden of werkzaamheden onder water; (iii) een schip bezig met bevoorraden of met het overbrengen van personen, proviand of lading terwijl het varende is; (iv) een schip bezig met het laten opstijgen of landen van luchtvaartuigen; (v) een schip bezig met mijnenopruimingswerkzaamheden; (vi) een schip bezig met sleepwerkzaamheden van zodanige aard dat daardoor het slepende schip en zijn sleep ernstig beperkt zijn in de mogelijkheid af te wijken van de koers die zij volgen; (h) betekent de uitdrukking „schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid” een werktuiglijk voortbewogen schip dat wegens zijn diepgang ten opzichte van de beschikbare diepte en breedte van het vaarwater ernstig beperkt is in zijn mogelijkheid af te wijken van de koers die het volgt; (i) betekent het woord „varende” dat een schip niet ten anker ligt, niet is vastgemaakt aan de wal of niet aan de grond zit; (j) betekenen de woorden „lengte” en „breedte” van een schip de lengte over alles en de grootste breedte buitenwerks; (k) worden schepen geacht in zicht van elkaar te zijn alleen wanneer het ene vanaf het andere met het oog kan worden waargenomen; (l) betekent de uitdrukking „beperkt zicht” elke situatie waarin het zicht wordt beperkt door mist, nevelig weer, sneeuwval, zware regenbuien, zandstormen of andere soortgelijke oorzaken. (m) betekent het begrip „Wing-In-Ground (WIG)-tuig” elk multi-modaal tuig dat, tijdens haar belangrijkste operationele toestand, vlak boven het wateroppervlakte vliegt daarbij gebruik makend van de drukopbouw tussen het wateroppervlakte en het WIG-tuig.
Oorspronkelijke Engelse tekst
For the purpose of these Rules, except where the context otherwise requires: (a) The word vessel includes every description of water craft, including non-displacement craft, WIG craft and seaplanes, used or capable of being used as a means of transportation on water. (b) The term power-driven vessel means any vessel propelled by machinery. (c) The term sailing vessel means any vessel under sail provided that propelling machinery, if fitted, is not being used. (d) The term vessel engaged in fishing means any vessel fishing with nets, lines, trawls or other fishing apparatus which restrict maneuverability, but does not include a vessel fishing with trolling lines or other fishing apparatus which do not restrict maneuverability. (e) The word seaplane includes any aircraft designed to maneuver on the water. (f) The term vessel not under command means a vessel which through some exceptional circumstance is unable to maneuver as required by these Rules and is therefore unable to keep out of the way of another vessel. (g) The term vessel restricted in her ability to maneuver means a vessel which from the nature of her work is restricted in her ability to maneuver as required by these Rules and is therefore unable to keep out of the way of another vessel. The term vessels restricted in their ability to maneuver shall include but not be limited to: (i) a vessel engaged in laying, servicing or picking up a navigation mark, submarine cable or pipeline; (ii) a vessel engaged in dredging, surveying or underwater operations; (iii) a vessel engaged in replenishment or transferring persons, provisions or cargo while underway; (iv) a vessel engaged in the launching or recovery of aircraft; (v) a vessel engaged in mine clearance operations; (vi) a vessel engaged in a towing operation such as severely restricts the towing vessel and her tow in their ability to deviate from their course. (h) The term vessel constrained by her draft means a power-driven vessel which, because of her draft in relation to the available depth and width of navigable water is severely restricted in her ability to deviate from the course she is following. (i) The word underway means that a vessel is not at anchor, or made fast to the shore, or aground. (j) The words length and breadth of a vessel mean her length overall and greatest breadth. (k) Vessels shall be deemed to be in sight of one another only when one can be observed visually from the other. (l) The term restricted visibility means any condition in which visibility is restricted by fog, mist, falling snow, heavy rainstorms, sandstorms or any other similar causes. (m) The term Wing-In-Ground (WIG) craft means a multimodal craft which, in its main operational mode, flies in close proximity to the surface by utilizing surface-effect action.

STCW-blik op de brugwacht

Voorschriften 4–10 gelden bij elk zicht.

Voorschriften 11–18 vereisen schepen die elkaar in zicht hebben; Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij een gebied met beperkt zicht.

Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.

Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.

Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.

Examenfocus

Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.

Bij schepen in zicht moet ieder oplopend schip uitwijken totdat het geheel voorbij en goed vrij is.

Voorschrift 13 gaat vóór de Afdelingen I en II van Deel B; de overige delen van de voorschriften blijven gelden.

Test je kennis

Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.

Laatst beoordeeld: