Voorschrift 4 verduidelijkt dat de voorschriften in Afdeling I (Voorschriften 4-10) bij elke toestand van zicht gelden, of het zicht nu helder of beperkt is. Dit verschilt van Afdeling II, die alleen geldt wanneer schepen in zicht van elkaar zijn, en van Afdeling III, die geldt bij beperkt zicht.
STCW-blik op de brugwacht
Bepaal vóór het manoeuvreren welke regels gelden: de COLREG-regels 4-10 gelden bij elk zicht, de regels 11-18 alleen voor schepen die elkaar in zicht hebben, en regel 19 regelt contacten op alleen radar bij beperkt zicht.
Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.
Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.
Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.
Examenfocus
Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.
Lijken twee regels te botsen, controleer dan zorgvuldig de volgorde: de plichten van de oploper blijven gelden en regel 2 blijft goed zeemanschap eisen.
Kernpunten
De voorschriften van Afdeling I gelden bij ALLE zichtomstandigheden
Dit zijn de fundamentele stuur- en vaarvoorschriften
Zij moeten worden gevolgd ongeacht weer of zicht
Veelgemaakte fouten
Denken dat voor Afdeling I in mist andere stuurregels gelden dan bij helder weer
Test je kennis
Test je kennis en bewijs je beheersing.
Meer regels in dit Deel
- Veilige vaartElk schip moet te allen tijde met veilige vaart varen, zodat behoorlijke en doeltreffende maatregelen ter voorkoming van aanvaring kunnen worden genomen.
- Gevaar voor aanvaringElk schip moet alle beschikbare middelen gebruiken om vast te stellen of gevaar voor aanvaring bestaat. Bij twijfel wordt dat gevaar geacht te bestaan.
- Maatregelen ter voorkoming van aanvaringElke maatregel ter voorkoming van aanvaring moet duidelijk, tijdig en met inachtneming van goed zeemanschap worden genomen.
- Nauwe vaarwatersEen schip dat de loop van een nauw vaarwater volgt, moet zo dicht mogelijk bij de buitenrand aan zijn stuurboordzijde houden.
Laatst beoordeeld: