Tekst van de aangehaalde publicatie
Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)
a Elk schip dient alle beschikbare middelen te gebruiken, passend in de heersende omstandigheden en toestanden, om te bepalen of er gevaar voor aanvaring bestaat. In geval van twijfel wordt een zodanig gevaar geacht te bestaan.
b Er dient een juist gebruik te worden gemaakt van radarapparatuur, indien aangebracht en goed werkend, met inbegrip van waarnemingen over grote afstand ten einde een vroegtijdige waarschuwing te verkrijgen van het gevaar voor aanvaring en met inbegrip van plotten of een gelijkwaardige stelselmatige waarneming van ontdekte voorwerpen.
c Er dienen geen gevolgtrekkingen te worden gemaakt op grond van summiere gegevens, vooral niet van summiere gegevens verkregen met behulp van radar.
d Bij de bepaling of er gevaar voor aanvaring bestaat, dient onder meer rekening te worden gehouden met de volgende overwegingen:
- 2zelfs wanneer een aanmerkelijke verandering in de peiling blijkt, kan een zodanig gevaar soms bestaan, vooral bij het naderen van een zeer groot schip of een sleep of bij het dicht naderen van een schip.
IMO COLREG 1972Officiële tekst
De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.
a Elk schip dient alle beschikbare middelen te gebruiken, passend in de heersende omstandigheden en toestanden, om te bepalen of er gevaar voor aanvaring bestaat. In geval van twijfel wordt een zodanig gevaar geacht te bestaan.
b Er dient een juist gebruik te worden gemaakt van radarapparatuur, indien aangebracht en goed werkend, met inbegrip van waarnemingen over grote afstand ten einde een vroegtijdige waarschuwing te verkrijgen van het gevaar voor aanvaring en met inbegrip van plotten of een gelijkwaardige stelselmatige waarneming van ontdekte voorwerpen.
c Er dienen geen gevolgtrekkingen te worden gemaakt op grond van summiere gegevens, vooral niet van summiere gegevens verkregen met behulp van radar.
d Bij de bepaling of er gevaar voor aanvaring bestaat, dient onder meer rekening te worden gehouden met de volgende overwegingen:
(i) een zodanig gevaar wordt geacht te bestaan indien de kompaspeiling van een naderend schip niet noemenswaard verandert;
(ii) zelfs wanneer een aanmerkelijke verandering in de peiling blijkt, kan een zodanig gevaar soms bestaan, vooral bij het naderen van een zeer groot schip of een sleep of bij het dicht naderen van een schip.Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) Every vessel shall use all available means appropriate to the prevailing circumstances and conditions to determine if risk of collision exists. If there is any doubt such risk shall be deemed to exist.
(b) Proper use shall be made of radar equipment if fitted and operational, including long-range scanning to obtain early warning of risk of collision and radar plotting or equivalent systematic observation of detected objects.
(c) Assumptions shall not be made on the basis of scanty information, especially scanty radar information.
(d) In determining if risk of collision exists the following considerations shall be among those taken into account:
(i) such risk shall be deemed to exist if the compass bearing of an approaching vessel does not appreciably change;
(ii) such risk may sometimes exist even when an appreciable bearing change is evident, particularly when approaching a very large vessel or a tow or when approaching a vessel at close range.STCW-blik op de brugwacht
Voorschriften 4–10 gelden bij elk zicht.
Voorschriften 11–18 vereisen schepen die elkaar in zicht hebben; Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij een gebied met beperkt zicht.
Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.
Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.
Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.
Examenfocus
Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.
Bij schepen in zicht moet ieder oplopend schip uitwijken totdat het geheel voorbij en goed vrij is.
Voorschrift 13 gaat vóór de Afdelingen I en II van Deel B; de overige delen van de voorschriften blijven gelden.
Een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende peiling is de klassieke aanwijzing, maar op korte afstand, bij een groot schip of een sleep kan er ook gevaar voor aanvaring bestaan als de peiling merkbaar verandert.
Test je kennis
Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.
Meer regels in dit Deel
- ToepassingVoorschriften 4–10 gelden bij elk zicht. Voorschriften 11–18 vereisen schepen die elkaar in zicht hebben; Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij een gebied met beperkt zicht.
- Goede uitkijkElk schip moet te allen tijde goede uitkijk houden door zien en horen en door alle beschikbare middelen.
- Nauwe vaarwatersa Een schip dat de richting van een nauw vaarwater of vaargeul volgt, dient de buitenzijde van het vaarwater of de vaargeul aan zijn stuurboordszijde te houden, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is.
- Verkeersscheidingsstelselsa Dit voorschrift is van toepassing op door de Organisatie aangenomen verkeersscheidingsstelsels en ontheft schepen niet van hun verplichtingen op grond van enig ander voorschrift.
Laatst beoordeeld:
