IALACOLREG
7

Gevaar voor aanvaring

Kompaspeiling die niet merkbaar verandert — er bestaat gevaar voor aanvaring.

Voorschrift 7 legt uit hoe wordt vastgesteld of gevaar voor aanvaring bestaat. Elk schip moet alle beschikbare middelen gebruiken die passen bij de heersende omstandigheden en toestanden om die beoordeling te maken. Bij enige twijfel wordt dat gevaar geacht te bestaan.

a
Gevaar voor aanvaring blijkt vaak wanneer de kompaspeiling van een naderend schip niet merkbaar verandert.
b
Een merkbare verandering van peiling neemt het gevaar niet automatisch weg. Aanvaringsgevaar kan nog steeds bestaan, vooral bij het naderen van een zeer groot schip, een sleep of een schip op korte afstand.
c
Er mogen geen aannames worden gedaan op basis van schaarse informatie, in het bijzonder schaarse radarinformatie.
d
Als radar is aangebracht en operationeel is, moet deze goed worden gebruikt. Dat omvat langeafstandswaarneming voor vroegtijdige waarschuwing en radarplotten of gelijkwaardige systematische waarneming van gedetecteerde doelen.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

(a) Every vessel shall use all available means appropriate to the prevailing circumstances and conditions to determine if risk of collision exists. If there is any doubt such risk shall be deemed to exist. (b) Proper use shall be made of radar equipment if fitted and operational, including long-range scanning to obtain early warning of risk of collision and radar plotting or equivalent systematic observation of detected objects. (c) Assumptions shall not be made on the basis of scanty information, especially scanty radar information. (d) In determining if risk of collision exists the following considerations shall be among those taken into account: (i) such risk shall be deemed to exist if the compass bearing of an approaching vessel does not appreciably change; (ii) such risk may sometimes exist even when an appreciable bearing change is evident, particularly when approaching a very large vessel or a tow or when approaching a vessel at close range.

Woordelijk overgenomen uit het IMO COLREG 1972-verdrag (zoals gewijzigd).

STCW-blik op de brugwacht

Bepaal vóór het manoeuvreren welke regels gelden: de COLREG-regels 4-10 gelden bij elk zicht, de regels 11-18 alleen voor schepen die elkaar in zicht hebben, en regel 19 regelt contacten op alleen radar bij beperkt zicht.

Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.

Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.

Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.

Examenfocus

Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.

Lijken twee regels te botsen, controleer dan zorgvuldig de volgorde: de plichten van de oploper blijven gelden en regel 2 blijft goed zeemanschap eisen.

Een gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende peiling is de klassieke aanwijzing, maar op korte afstand, bij een groot schip of een sleep kan er ook gevaar voor aanvaring bestaan als de peiling merkbaar verandert.

Kernpunten

1

Een vaste of vrijwel vaste peiling is een klassiek waarschuwingsteken voor aanvaring

2

Bij twijfel zeggen de Voorschriften dat je het gevaar als werkelijk moet behandelen

3

Schaarse radarinformatie is geen veilige basis voor aannames

4

Radar moet systematisch worden gebruikt, niet terloops

Veelgemaakte fouten

Aannemen dat een kleine peilingsverandering betekent dat er geen gevaar is

Een doel niet plotten of systematisch volgen voordat wordt besloten dat de situatie veilig is

AIS-gegevens behandelen alsof zij de beoordeling volgens Voorschrift 7 vervangen

Test je kennis

Test je kennis en bewijs je beheersing.

Laatst beoordeeld: