Tekst van de aangehaalde publicatie
Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)
a Dit voorschrift is van toepassing op door de Organisatie aangenomen verkeersscheidingsstelsels en ontheft schepen niet van hun verplichtingen op grond van enig ander voorschrift.
b Een schip dat gebruik maakt van een verkeersscheidingsstelsel dient:
- 2voor zover uitvoerbaar vrij te blijven van een scheidingslijn of -zone;
- 3in het algemeen een verkeersbaan binnen te varen of te verlaten aan het uiteinde van de baan doch, wanneer de baan aan één van beide zijkanten wordt binnengevaren of verlaten, dient het zulks te doen onder een zo klein mogelijke hoek ten opzichte van de algemene richting van de verkeersstroom als uitvoerbaar is.
c Een schip dient voor zover uitvoerbaar het kruisen van verkeersbanen te vermijden doch, indien het daartoe verplicht is, dient het zulks te doen met een voorliggende koers die zoveel mogelijk een rechte hoek ten opzichte van de algemene richting van de verkeersstroom benadert als uitvoerbaar is.
d
- 2Niettegenstaande het bepaalde onder (d)
- 1mag een schip een zone voor kustverkeer gebruiken wanneer het onderweg is naar of van een haven, een buiten de kust gelegen installatie of contructie, een loodsstation of een andere plaats gelegen binnen de zone voor kustverkeer, of om onmiddellijk gevaar te vermijden.
e Een schip, geen kruisend schip zijnde, of een schip dat een verkeersbaan binnenvaart of verlaat, mag in het algemeen niet een scheidingszone binnenvaren of een scheidingslijn kruisen behalve:
- 2om de visserij uit te gaan oefenen binnen een scheidingszone.
f Een schip varend in gebieden bij de uiteinden van verkeersscheidingsstelsels dient zulks met bijzondere voorzichtigheid te doen.
g Een schip dient voor zover uitvoerbaar het ankeren in een verkeersscheidingsstelsel of in gebieden vlak bij de uiteinden daarvan te vermijden.
h Een schip dat geen gebruik maakt van een verkeersscheidingsstelsel dient het met een zo ruim mogelijke marge als uitvoerbaar is te mijden.
i Een schip bezig met de uitoefening van de visserij mag de doorvaart van een schip dat een verkeersbaan volgt niet belemmeren.
j Een schip met een lengte van minder dan 20 meter of een zeilschip mag de veilige doorvaart van een werktuiglijk voortbewogen schip dat een verkeersbaan volgt niet belemmeren.
k Een beperkt manoeuvreerbaar schip, bezig met werkzaamheden voor de instandhouding van een veilige navigatie in een verkeersscheidingsstelsel, is vrijgesteld van de naleving van dit Voorschrift, voor zover zulks nodig is om de werkzaamheden uit te voeren.
l Een beperkt manoeuvreerbaar schip, bezig met het leggen van, het plegen van onderhoud aan of het opnemen van een onderzeese kabel, binnen het gebied van een verkeersscheidingsstelsel, is vrijgesteld van de naleving van dit Voorschrift, voor zover zulks nodig is om de werkzaamheden uit te voeren.
IMO COLREG 1972Officiële tekst
De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.
a Dit voorschrift is van toepassing op door de Organisatie aangenomen verkeersscheidingsstelsels en ontheft schepen niet van hun verplichtingen op grond van enig ander voorschrift.
b Een schip dat gebruik maakt van een verkeersscheidingsstelsel dient:
(i) in de passende verkeersbaan te varen in de algemene richting van de verkeersstroom voor die baan;
(ii) voor zover uitvoerbaar vrij te blijven van een scheidingslijn of -zone;
(iii) in het algemeen een verkeersbaan binnen te varen of te verlaten aan het uiteinde van de baan doch, wanneer de baan aan één van beide zijkanten wordt binnengevaren of verlaten, dient het zulks te doen onder een zo klein mogelijke hoek ten opzichte van de algemene richting van de verkeersstroom als uitvoerbaar is.
c Een schip dient voor zover uitvoerbaar het kruisen van verkeersbanen te vermijden doch, indien het daartoe verplicht is, dient het zulks te doen met een voorliggende koers die zoveel mogelijk een rechte hoek ten opzichte van de algemene richting van de verkeersstroom benadert als uitvoerbaar is.
d
(i) Een schip mag een zone voor kustverkeer niet gebruiken wanneer het zonder gevaar de passende verkeersbaan binnen het aangrenzende verkeersscheidingsstelsel kan gebruiken. Schepen met een lengte van minder dan 20 meter, zeilschepen en schepen bezig met de uitoefening van de visserij mogen de zone voor kustverkeer echter wel gebruiken;
(ii) Niettegenstaande het bepaalde onder (d) (i) mag een schip een zone voor kustverkeer gebruiken wanneer het onderweg is naar of van een haven, een buiten de kust gelegen installatie of contructie, een loodsstation of een andere plaats gelegen binnen de zone voor kustverkeer, of om onmiddellijk gevaar te vermijden.
e Een schip, geen kruisend schip zijnde, of een schip dat een verkeersbaan binnenvaart of verlaat, mag in het algemeen niet een scheidingszone binnenvaren of een scheidingslijn kruisen behalve:
(i) in noodgevallen ter vermijding van onmiddellijk gevaar;
(ii) om de visserij uit te gaan oefenen binnen een scheidingszone.
f Een schip varend in gebieden bij de uiteinden van verkeersscheidingsstelsels dient zulks met bijzondere voorzichtigheid te doen.
g Een schip dient voor zover uitvoerbaar het ankeren in een verkeersscheidingsstelsel of in gebieden vlak bij de uiteinden daarvan te vermijden.
h Een schip dat geen gebruik maakt van een verkeersscheidingsstelsel dient het met een zo ruim mogelijke marge als uitvoerbaar is te mijden.
i Een schip bezig met de uitoefening van de visserij mag de doorvaart van een schip dat een verkeersbaan volgt niet belemmeren.
j Een schip met een lengte van minder dan 20 meter of een zeilschip mag de veilige doorvaart van een werktuiglijk voortbewogen schip dat een verkeersbaan volgt niet belemmeren.
k Een beperkt manoeuvreerbaar schip, bezig met werkzaamheden voor de instandhouding van een veilige navigatie in een verkeersscheidingsstelsel, is vrijgesteld van de naleving van dit Voorschrift, voor zover zulks nodig is om de werkzaamheden uit te voeren.
l Een beperkt manoeuvreerbaar schip, bezig met het leggen van, het plegen van onderhoud aan of het opnemen van een onderzeese kabel, binnen het gebied van een verkeersscheidingsstelsel, is vrijgesteld van de naleving van dit Voorschrift, voor zover zulks nodig is om de werkzaamheden uit te voeren.Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) This Rule applies to traffic separation schemes adopted by the Organization and does not relieve any vessel of her obligation under any other rule.
(b) A vessel using a traffic separation scheme shall:
(i) proceed in the appropriate traffic lane in the general direction of traffic flow for that lane;
(ii) so far as practicable keep clear of a traffic separation line or separation zone;
(iii) normally join or leave a traffic lane at the termination of the lane, but when joining or leaving from either side shall do so at as small an angle to the general direction of traffic flow as practicable.
(c) A vessel shall, so far as practicable, avoid crossing traffic lanes but if obliged to do so shall cross on a heading as nearly as practicable at right angles to the general direction of traffic flow.
(d) (i) A vessel shall not use an inshore traffic zone when she can safely use the appropriate traffic lane within the adjacent traffic separation scheme. However, vessels of less than 20 meters in length, sailing vessels and vessels engaged in fishing may use the inshore traffic zone.
(ii) Notwithstanding subparagraph (d)(i), a vessel may use an inshore traffic zone when en route to or from a port, offshore installation or structure, pilot station or any other place situated within the inshore traffic zone, or to avoid immediate danger.
(e) A vessel other than a crossing vessel or a vessel joining or leaving a lane shall not normally enter a separation zone or cross a separation line except:
(i) in cases of emergency to avoid immediate danger;
(ii) to engage in fishing within a separation zone.
(f) A vessel navigating in areas near the terminations of traffic separation schemes shall do so with particular caution.
(g) A vessel shall so far as practicable avoid anchoring in a traffic separation scheme or in areas near its terminations.
(h) A vessel not using a traffic separation scheme shall avoid it by as wide a margin as is practicable.
(i) A vessel engaged in fishing shall not impede the passage of any vessel following a traffic lane.
(j) A vessel of less than 20 meters in length or a sailing vessel shall not impede the safe passage of a power-driven vessel following a traffic lane.
(k) A vessel restricted in her ability to maneuver when engaged in an operation for the maintenance of safety of navigation in a traffic separation scheme is exempted from complying with this Rule to the extent necessary to carry out the operation.
(l) A vessel restricted in her ability to maneuver when engaged in an operation for the laying, servicing or picking up of a submarine cable, within a traffic separation scheme, is exempted from complying with this Rule to the extent necessary to carry out the operation.STCW-blik op de brugwacht
Pas de verplichtingen per scheepstype uit Voorschriften 9(b)–(c) en 10(i)–(j) toe.
Het volgen van een verkeersbaan geeft geen algemene voorrang; andere verplichtingen om aanvaring te voorkomen, waaronder Voorschrift 8(f), blijven gelden.
Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.
Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.
Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.
Examenfocus
Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.
Bij schepen in zicht moet ieder oplopend schip uitwijken totdat het geheel voorbij en goed vrij is.
Voorschrift 13 gaat vóór de Afdelingen I en II van Deel B; de overige delen van de voorschriften blijven gelden.
Vragen over vaarwaters en verkeersscheidingsstelsels toetsen vaak het verschil tussen 'uitwijken' en 'de doorvaart niet belemmeren'.
Lees die formulering nauwkeurig.
Test je kennis
Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.
Meer regels in dit Deel
- Goede uitkijkElk schip moet te allen tijde goede uitkijk houden door zien en horen en door alle beschikbare middelen.
- Veilige vaartElk schip dient te allen tijde een veilige vaart aan te houden zodat het juiste en doeltreffende maatregelen kan nemen ter vermijding van aanvaring en kan worden gestopt binnen een voor de heersende omstandigheden en toestanden passende afstand.
- Gevaar voor aanvaringa Elk schip dient alle beschikbare middelen te gebruiken, passend in de heersende omstandigheden en toestanden, om te bepalen of er gevaar voor aanvaring bestaat. In geval van twijfel wordt een zodanig gevaar geacht te bestaan.
- Maatregelen ter voorkoming van aanvaringa Alle maatregelen ter vermijding van aanvaringen moeten worden genomen in overeenstemming met de voorschriften van dit Deel, en dienen, indien de omstandigheden zulks toelaten, doelmatig te zijn en ruim op tijd te worden genomen, daarbij goed rekening houdend met de gebruiken van goed zeemanschap.
Laatst beoordeeld:
