Tekst van de aangehaalde publicatie
Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)
a Een schip dat de richting van een nauw vaarwater of vaargeul volgt, dient de buitenzijde van het vaarwater of de vaargeul aan zijn stuurboordszijde te houden, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is.
b Een schip met een lengte van minder dan 20 meter of een zeilschip mag de doorvaart van een schip dat slechts in het nauwe vaarwater of de vaargeul veilig kan varen niet belemmeren.
c Een schip bezig met de uitoefening van de visserij mag de doorvaart van een ander schip varend in een nauw vaarwater of vaargeul niet belemmeren.
d Een schip mag een nauw vaarwater of vaargeul niet kruisen indien dit kruisen de doorvaart belemmert van een schip dat slechts in zulk een vaarwater of vaargeul veilig kan varen. Laatstgenoemd schip kan het geluidsein, voorgeschreven in voorschrift 34 (d), gebruiken indien het twijfelt aan de bedoeling van het kruisende schip.
e
- 1. Het op te lopen schip dient, indien het instemt, het passende sein te geven, voorgeschreven in voorschrift 34(c)
- 2, en maatregelen te nemen om een veilig voorbij varen mogelijk te maken. In geval van twijfel kan het de seinen geven, voorgeschreven in voorschrift 34(d).
- 2Dit voorschrift ontheft het oplopende schip niet van zijn verplichting volgens voorschrift 13.
f Een schip dat een bocht of een gebied in een nauw vaarwater of vaargeul nadert waar het zicht op andere schepen kan worden belemmerd door een tussenliggend obstakel dient met bijzondere waakzaamheid en voorzichtigheid te varen en het passende sein te geven, voorgeschreven in voorschrift 34(e).
g Indien de omstandigheden zulks toelaten, dient een schip het ankeren in een nauw vaarwater te vermijden.
IMO COLREG 1972Officiële tekst
De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.
a Een schip dat de richting van een nauw vaarwater of vaargeul volgt, dient de buitenzijde van het vaarwater of de vaargeul aan zijn stuurboordszijde te houden, zo dicht als veilig en uitvoerbaar is.
b Een schip met een lengte van minder dan 20 meter of een zeilschip mag de doorvaart van een schip dat slechts in het nauwe vaarwater of de vaargeul veilig kan varen niet belemmeren.
c Een schip bezig met de uitoefening van de visserij mag de doorvaart van een ander schip varend in een nauw vaarwater of vaargeul niet belemmeren.
d Een schip mag een nauw vaarwater of vaargeul niet kruisen indien dit kruisen de doorvaart belemmert van een schip dat slechts in zulk een vaarwater of vaargeul veilig kan varen. Laatstgenoemd schip kan het geluidsein, voorgeschreven in voorschrift 34 (d), gebruiken indien het twijfelt aan de bedoeling van het kruisende schip.
e
(i) Wanneer in een nauw vaarwater of vaargeul het oplopen slechts kan plaatsvinden indien het op te lopen schip maatregelen moet nemen om een veilig voorbij varen mogelijk te maken, dient het schip dat van plan is op te lopen zijn voornemen kenbaar te maken door het passende sein te geven, voorgeschreven in voorschrift 34(c)(i). Het op te lopen schip dient, indien het instemt, het passende sein te geven, voorgeschreven in voorschrift 34(c)(ii), en maatregelen te nemen om een veilig voorbij varen mogelijk te maken. In geval van twijfel kan het de seinen geven, voorgeschreven in voorschrift 34(d).
(ii) Dit voorschrift ontheft het oplopende schip niet van zijn verplichting volgens voorschrift 13.
f Een schip dat een bocht of een gebied in een nauw vaarwater of vaargeul nadert waar het zicht op andere schepen kan worden belemmerd door een tussenliggend obstakel dient met bijzondere waakzaamheid en voorzichtigheid te varen en het passende sein te geven, voorgeschreven in voorschrift 34(e).
g Indien de omstandigheden zulks toelaten, dient een schip het ankeren in een nauw vaarwater te vermijden.Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) A vessel proceeding along the course of a narrow channel or fairway shall keep as near to the outer limit of the channel or fairway which lies on her starboard side as is safe and practicable.
(b) A vessel of less than 20 meters in length or a sailing vessel shall not impede the passage of a vessel which can safely navigate only within a narrow channel or fairway.
(c) A vessel engaged in fishing shall not impede the passage of any other vessel navigating within a narrow channel or fairway.
(d) A vessel shall not cross a narrow channel or fairway if such crossing impedes the passage of a vessel which can safely navigate only within such channel or fairway. The latter vessel may use the sound signal prescribed in Rule 34(d) if in doubt as to the intention of the crossing vessel.
(e) (i) In a narrow channel or fairway when overtaking can take place only if the vessel to be overtaken has to take action to permit safe passing, the vessel intending to overtake shall indicate her intention by sounding the appropriate signal prescribed in Rule 34(c)(i). The vessel to be overtaken shall, if in agreement, sound the appropriate signal prescribed in Rule 34(c)(ii) and take steps to permit safe passing. If in doubt she may sound the signals prescribed in Rule 34(d).
(ii) This Rule does not relieve the overtaking vessel of her obligation under Rule 13.
(f) A vessel nearing a bend or an area of a narrow channel or fairway where other vessels may be obscured by an intervening obstruction shall navigate with particular alertness and caution and shall sound the appropriate signal prescribed in Rule 34(e).
(g) Any vessel shall, if the circumstances of the case admit, avoid anchoring in a narrow channel.STCW-blik op de brugwacht
Pas de verplichtingen per scheepstype uit Voorschriften 9(b)–(c) en 10(i)–(j) toe.
Het volgen van een verkeersbaan geeft geen algemene voorrang; andere verplichtingen om aanvaring te voorkomen, waaronder Voorschrift 8(f), blijven gelden.
Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.
Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.
Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.
Examenfocus
Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.
Bij schepen in zicht moet ieder oplopend schip uitwijken totdat het geheel voorbij en goed vrij is.
Voorschrift 13 gaat vóór de Afdelingen I en II van Deel B; de overige delen van de voorschriften blijven gelden.
Vragen over vaarwaters en verkeersscheidingsstelsels toetsen vaak het verschil tussen 'uitwijken' en 'de doorvaart niet belemmeren'.
Lees die formulering nauwkeurig.
Test je kennis
Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.
Meer regels in dit Deel
- ToepassingVoorschriften 4–10 gelden bij elk zicht. Voorschriften 11–18 vereisen schepen die elkaar in zicht hebben; Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij een gebied met beperkt zicht.
- Goede uitkijkElk schip moet te allen tijde goede uitkijk houden door zien en horen en door alle beschikbare middelen.
- Veilige vaartElk schip dient te allen tijde een veilige vaart aan te houden zodat het juiste en doeltreffende maatregelen kan nemen ter vermijding van aanvaring en kan worden gestopt binnen een voor de heersende omstandigheden en toestanden passende afstand.
- Gevaar voor aanvaringa Elk schip dient alle beschikbare middelen te gebruiken, passend in de heersende omstandigheden en toestanden, om te bepalen of er gevaar voor aanvaring bestaat. In geval van twijfel wordt een zodanig gevaar geacht te bestaan.
Laatst beoordeeld:
