IALACOLREG
9

Nauwe vaarwaters

Nauw vaarwater — de buitengrens aan stuurboordzijde houden.

Voorschrift 9 regelt de navigatie in nauwe vaarwaters en vaargeulen.

a
Een schip dat het vaarwater volgt, moet zo dicht bij de buitenrand aan zijn stuurboordzijde houden als veilig en uitvoerbaar is.
b
Een schip van minder dan 20 meter of een zeilschip mag een schip dat alleen binnen het vaarwater of de vaargeul veilig kan varen niet hinderen.
c
Een vissend schip mag geen ander schip hinderen dat binnen het vaarwater of de vaargeul vaart.
d
Een schip mag het vaarwater niet oversteken als het daardoor een schip zou hinderen dat alleen daarin veilig kan varen.
e
Oplopen in een nauw vaarwater kan de instemming en medewerking vereisen van het schip dat wordt opgelopen, met gebruik van de voorgeschreven fluitsignalen.
f
Elk schip moet, indien de omstandigheden dit toelaten, ankeren vermijden in een nauw vaarwater.

STCW-blik op de brugwacht

Denk in nauw vaarwater eerst aan het niet belemmeren van het schip dat aan het vaarwater of de verkeersbaan gebonden is, en manoeuvreer vroeg om vrij te blijven.

Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.

Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.

Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.

Examenfocus

Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.

Lijken twee regels te botsen, controleer dan zorgvuldig de volgorde: de plichten van de oploper blijven gelden en regel 2 blijft goed zeemanschap eisen.

Vragen over vaarwaters en verkeersscheidingsstelsels toetsen vaak het verschil tussen 'uitwijken' en 'de doorvaart niet belemmeren'.

Lees die formulering nauwkeurig.

Kernpunten

1

Houd in een nauw vaarwater zo dicht mogelijk bij de buitenrand aan je stuurboordzijde als veilig en uitvoerbaar is

2

Kleine schepen, zeilschepen en vissende schepen mogen het schip dat het vaarwater nodig heeft niet hinderen

3

Oversteken en oplopen mogen alleen wanneer zij geen gevaar voor het vaarwaterverkeer veroorzaken

4

Ankeren in het vaarwater moet worden vermeden tenzij de omstandigheden het werkelijk vereisen

Veelgemaakte fouten

Een nauw vaarwater behandelen als open water en naar het midden of de verkeerde kant afdrijven

Voor een diepgaand of beperkt schip oversteken dat weinig manoeuvreerruimte heeft

Test je kennis

Test je kennis en bewijs je beheersing.

Laatst beoordeeld: