IALACOLREG
Bekijk je voortgang
6

Veilige vaart

Tekst van de aangehaalde publicatie

Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

Elk schip dient te allen tijde een veilige vaart aan te houden zodat het juiste en doeltreffende maatregelen kan nemen ter vermijding van aanvaring en kan worden gestopt binnen een voor de heersende omstandigheden en toestanden passende afstand.

Bij de bepaling van een veilige vaart dient onder meer rekening te worden gehouden met de volgende factoren:

a
door alle schepen:
i
het zicht;

  • 2de verkeersdichtheid, met inbegrip van concentraties van vissersschepen of andere schepen;

  • 3de manoeuvreerbaarheid van het schip, in het bijzonder wat betreft de afstand waarbinnen gestopt kan worden en de wendbaarheid in verband met de heersende toestanden;

  • 4des nachts de aanwezigheid van achtergrondlicht zoals van kustlichten of het stralen van zijn eigen lichten;

v
de toestand van wind, zee en stroom en de nabijheid van gevaren voor de navigatie;

  • 6de diepgang ten opzichte van de beschikbare waterdiepte;

b
bovendien, door schepen met een goed werkende radar:
i
de kenmerken, doeltreffendheid en beperkingen van de radarinstallatie;

  • 2eventuele beperkingen opgelegd door het gebruikte radarbereik;

  • 3de invloed van de toestand van de zee, het weer en andere storingsbronnen op de ontdekking met behulp van radar;

  • 4de mogelijkheid dat kleine schepen, ijs en andere drijvende voorwerpen niet op voldoende afstand met behulp van radar worden ontdekt;

v
het aantal, de plaats en de beweging van met behulp van radar ontdekte schepen;

  • 6de nauwkeuriger beoordeling van het zicht die eventueel mogelijk is wanneer de radar wordt gebruikt om de afstand tot schepen of andere voorwerpen in de omgeving te bepalen.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

Elk schip dient te allen tijde een veilige vaart aan te houden zodat het juiste en doeltreffende maatregelen kan nemen ter vermijding van aanvaring en kan worden gestopt binnen een voor de heersende omstandigheden en toestanden passende afstand. Bij de bepaling van een veilige vaart dient onder meer rekening te worden gehouden met de volgende factoren: (a) door alle schepen: (i) het zicht; (ii) de verkeersdichtheid, met inbegrip van concentraties van vissersschepen of andere schepen; (iii) de manoeuvreerbaarheid van het schip, in het bijzonder wat betreft de afstand waarbinnen gestopt kan worden en de wendbaarheid in verband met de heersende toestanden; (iv) des nachts de aanwezigheid van achtergrondlicht zoals van kustlichten of het stralen van zijn eigen lichten; (v) de toestand van wind, zee en stroom en de nabijheid van gevaren voor de navigatie; (vi) de diepgang ten opzichte van de beschikbare waterdiepte; (b) bovendien, door schepen met een goed werkende radar: (i) de kenmerken, doeltreffendheid en beperkingen van de radarinstallatie; (ii) eventuele beperkingen opgelegd door het gebruikte radarbereik; (iii) de invloed van de toestand van de zee, het weer en andere storingsbronnen op de ontdekking met behulp van radar; (iv) de mogelijkheid dat kleine schepen, ijs en andere drijvende voorwerpen niet op voldoende afstand met behulp van radar worden ontdekt; (v) het aantal, de plaats en de beweging van met behulp van radar ontdekte schepen; (vi) de nauwkeuriger beoordeling van het zicht die eventueel mogelijk is wanneer de radar wordt gebruikt om de afstand tot schepen of andere voorwerpen in de omgeving te bepalen.
Oorspronkelijke Engelse tekst
Every vessel shall at all times proceed at a safe speed so that she can take proper and effective action to avoid collision and be stopped within a distance appropriate to the prevailing circumstances and conditions. In determining a safe speed the following factors shall be among those taken into account: (a) By all vessels: (i) the state of visibility; (ii) the traffic density including concentrations of fishing vessels or any other vessels; (iii) the maneuverability of the vessel with special reference to stopping distance and turning ability in the prevailing conditions; (iv) at night, the presence of background light such as from shore lights or from back scatter of her own lights; (v) the state of wind, sea and current, and the proximity of navigational hazards; (vi) the draft in relation to the available depth of water. (b) Additionally, by vessels with operational radar: (i) the characteristics, efficiency and limitations of the radar equipment; (ii) any constraints imposed by the radar range scale in use; (iii) the effect on radar detection of the sea state, weather and other sources of interference; (iv) the possibility that small vessels, ice and other floating objects may not be detected by radar at an adequate range; (v) the number, location and movement of vessels detected by radar; (vi) the more exact assessment of the visibility that may be possible when radar is used to determine the range of vessels or other objects in the vicinity.

STCW-blik op de brugwacht

Voorschriften 4–10 gelden bij elk zicht.

Voorschriften 11–18 vereisen schepen die elkaar in zicht hebben; Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij een gebied met beperkt zicht.

Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.

Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.

Veilige vaart beoordeel je naar wat het schip op dat moment werkelijk kan: stoppen, draaien, de blootstelling beperken en een aanvaring vermijden binnen de beschikbare zeeruimte.

Examenfocus

Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.

Bij schepen in zicht moet ieder oplopend schip uitwijken totdat het geheel voorbij en goed vrij is.

Voorschrift 13 gaat vóór de Afdelingen I en II van Deel B; de overige delen van de voorschriften blijven gelden.

Dienstregeling, brandstofbesparing en comfort staan niet tussen de uitdrukkelijk opgesomde factoren van Voorschrift 6.

Zij rechtvaardigen geen onveilige vaart.

Voorschrift 6 toepassen: twee beslissingen over veilige vaart

COLREG · USCG NAVCEN · 2026-09-10

Een werktuiglijk voortbewogen schip nadert 's nachts een drukke haven. Wallichten maskeren kleine vaartuigen, stroom mee verhoogt de snelheid over de grond en ondiepten beperken de ruimte om te draaien of stoppen. Het houdt zijn snelheid van open zee aan.

Is de eerdere snelheid nog verantwoord, of bestaat er één veilig getal?

Beoordeel de situatie opnieuw en verminder zo nodig vaart zodat doeltreffend uitwijken en stoppen binnen de beschikbare ruimte mogelijk blijven. Beoordeel verkeer, zicht en achtergrondlichten, werkelijk stop- en draaivermogen, stroom, nabije gevaren en diepgang ten opzichte van waterdiepte. Blijf veranderingen beoordelen.

Voorschrift 6 stelt een eis aan wat het schip moet kunnen, geen universele snelheid in knopen. De eerdere snelheid, motorstand of havenlimiet bewijst op zichzelf geen veiligheid. Bij werkende radar zijn beperkingen en gedetecteerd verkeer extra factoren; de overige blijven gelden.

In de mist hoort je werktuiglijk voortbewogen schip het mistsein van een ander schip ogenschijnlijk vóórlijker dan dwars. De schepen zijn niet in zicht, het radarbeeld is onbeslist en je hebt niet vastgesteld dat er geen aanvaringsgevaar is.

Vaart houden tot radar een doel bevestigt?

Nee. Verminder in deze situatie van voorschrift 19(e) vaart tot het minimum waarbij het schip op koers kan blijven; haal zo nodig alle vaart eruit. Vaar met uiterste voorzichtigheid totdat het aanvaringsgevaar voorbij is. Houd de machines gereed voor onmiddellijk manoeuvreren en blijf uitkijk houden.

Het gaat onder meer om een mistsein ogenschijnlijk vóórlijker dan dwars, tenzij is vastgesteld dat geen aanvaringsgevaar bestaat. Wachten op een duidelijke echo bewijst dat niet. Geluid geeft geen exacte peiling en rechtvaardigt geen automatische koerswijziging; geen vast aantal knopen vervangt deze beoordeling.

Test je kennis

Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.

Laatst beoordeeld: