IALACOLREG
Bekijk je voortgang
19

Gedrag van schepen bij beperkt zicht

Alleen door radar ontdekt contact vóór dwars bij beperkt zicht; de schepen zijn niet in zicht. Vereist uitwijken een koersverandering, vermijd dan zo veel mogelijk een verandering naar bakboord, behalve voor een schip dat wordt opgelopen. De amberkleurige boog is een voorwaardelijke waarschuwing, geen aanbevolen manoeuvre.

Tekst van de aangehaalde publicatie

Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

a Dit voorschrift is van toepassing op schepen die niet in zicht van elkaar zijn wanneer zij varen in of in de buurt van een gebied met beperkt zicht.

b Elk schip dient een veilige vaaart aan te houden, aangepast aan de heersende omstandigheden en de toestanden van beperkt zicht. Een werktuiglijk voortbewogen schip dient zijn machines gereed te hebben ten einde onmiddellijk te kunnen manoeuvreren.

c Elk schip dient bij de naleving van de voorschriften van Afdeling I van dit Deel goed rekening te houden met de heersende omstandigheden en de toestanden van beperkt zicht.

d Een schip dat alleen met behulp van radar de aanwezigheid van een ander schip ontdekt, dient vast te stellen of zich een situatie ontwikkelt waarin men elkaar te dicht nadert en/of gevaar voor aanvaring bestaat. Is dit het geval, dan dient het bijtijds maatregelen ter vermijding daarvan te nemen, met dien verstande dat wanneer zulke maatregelen bestaan uit een koersverandering, voor zover mogelijk dient te worden vermeden:

i
een koersverandering naar bakboord voor een schip voorlijker dan dwars, dat niet is een schip dat wordt opgelopen;

  • 2een koersverandering in de richting van een schip dwars of achterlijker dan dwars.

e Behalve wanneer is vastgesteld dat er geen gevaar voor aanvaring bestaat, dient elk schip dat schijnbaar voorlijker dan dwars het mistsein van een ander schip hoort of dat een te dicht naderen van een schip voorlijker dan dwars niet kan vermijden, zijn vaart te verminderen tot het minimum waarbij het op koers kan worden gehouden. Indien nodig dient de vaart geheel uit het schip te worden gehaald en in elk geval uiterst voorzichtig te worden gemanoeuvreerd totdat het gevaar voor aanvaring is geweken.

Drie relatieve posities van hetzelfde radarcontact aan het stuurboordkwartier; de dichtstbijzijnde gevulde echo is actueel. De schepen zijn bij beperkt zicht niet in zicht. Vermijd bij een uitwijkende koersverandering zo veel mogelijk naar een schip dwars of achterlijker dan dwars toe te draaien; de andere kant is niet automatisch veilig.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

a Dit voorschrift is van toepassing op schepen die niet in zicht van elkaar zijn wanneer zij varen in of in de buurt van een gebied met beperkt zicht. b Elk schip dient een veilige vaaart aan te houden, aangepast aan de heersende omstandigheden en de toestanden van beperkt zicht. Een werktuiglijk voortbewogen schip dient zijn machines gereed te hebben ten einde onmiddellijk te kunnen manoeuvreren. c Elk schip dient bij de naleving van de voorschriften van Afdeling I van dit Deel goed rekening te houden met de heersende omstandigheden en de toestanden van beperkt zicht. d Een schip dat alleen met behulp van radar de aanwezigheid van een ander schip ontdekt, dient vast te stellen of zich een situatie ontwikkelt waarin men elkaar te dicht nadert en/of gevaar voor aanvaring bestaat. Is dit het geval, dan dient het bijtijds maatregelen ter vermijding daarvan te nemen, met dien verstande dat wanneer zulke maatregelen bestaan uit een koersverandering, voor zover mogelijk dient te worden vermeden: (i) een koersverandering naar bakboord voor een schip voorlijker dan dwars, dat niet is een schip dat wordt opgelopen; (ii) een koersverandering in de richting van een schip dwars of achterlijker dan dwars. e Behalve wanneer is vastgesteld dat er geen gevaar voor aanvaring bestaat, dient elk schip dat schijnbaar voorlijker dan dwars het mistsein van een ander schip hoort of dat een te dicht naderen van een schip voorlijker dan dwars niet kan vermijden, zijn vaart te verminderen tot het minimum waarbij het op koers kan worden gehouden. Indien nodig dient de vaart geheel uit het schip te worden gehaald en in elk geval uiterst voorzichtig te worden gemanoeuvreerd totdat het gevaar voor aanvaring is geweken.
Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) This Rule applies to vessels not in sight of one another when navigating in or near an area of restricted visibility. (b) Every vessel shall proceed at a safe speed adapted to the prevailing circumstances and conditions of restricted visibility. A power-driven vessel shall have her engines ready for immediate maneuver. (c) Every vessel shall have due regard to the prevailing circumstances and conditions of restricted visibility when complying with the Rules of Section I of this part. (d) A vessel which detects by radar alone the presence of another vessel shall determine if a close-quarters situation is developing and/or risk of collision exists. If so, she shall take avoiding action in ample time, provided that when such action consists of an alteration of course, so far as possible the following shall be avoided: (i) an alteration of course to port for a vessel forward of the beam, other than for a vessel being overtaken; (ii) an alteration of course towards a vessel abeam or abaft the beam. (e) Except where it has been determined that a risk of collision does not exist, every vessel which hears apparently forward of her beam the fog signal of another vessel, or which cannot avoid a close-quarters situation with another vessel forward of her beam, shall reduce her speed to the minimum at which she can be kept on course. She shall if necessary take all her way off and in any event navigate with extreme caution until danger of collision is over.

STCW-blik op de brugwacht

b Elk schip dient een veilige vaaart aan te houden, aangepast aan de heersende omstandigheden en de toestanden van beperkt zicht.

Een werktuiglijk voortbewogen schip dient zijn machines gereed te hebben ten einde onmiddellijk te kunnen manoeuvreren.

Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij een gebied met beperkt zicht.

Bij een manoeuvre op radar alleen moet een koersverandering naar bakboord voor een schip vóórlijker dan dwars zo veel mogelijk worden vermeden, behalve wanneer dat schip wordt opgelopen.

Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.

Examenfocus

Begin elk scenario met het classificeren van de ontmoeting: oplopen, recht tegen elkaar in, kruisende koersen, nauw vaarwater, verkeersscheidingsstelsel of beperkt zicht.

Bij schepen in zicht moet ieder oplopend schip uitwijken totdat het geheel voorbij en goed vrij is.

Voorschrift 13 gaat vóór de Afdelingen I en II van Deel B; de overige delen van de voorschriften blijven gelden.

Regel 19 kent geen koershoudend en geen wijkplichtig schip.

Zijn de schepen niet in zicht van elkaar, pas dan niet de regels voor kruisende of tegengestelde koersen toe.

Kernpunten

1

Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij een gebied met beperkt zicht. Bij een manoeuvre op radar alleen moet een koersverandering naar bakboord voor een schip vóórlijker dan dwars zo veel mogelijk worden vermeden, behalve wanneer dat schip wordt opgelopen.

Test je kennis

Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.

Laatst beoordeeld: