IALACOLREG
18

Verantwoordelijkheden tussen schepen

Verantwoordelijkhedenpiramide — onmanoeuvreerbaar > beperkt manoeuvreerbaar > vissend > zeil > motor.

Voorschrift 18 stelt de verantwoordelijkheden tussen verschillende scheepstypen vast binnen de Aanvaringsregels (COLREG 1972).

a
Een werktuiglijk voortbewogen schip dat varend is moet uitwijken voor: een onmanoeuvreerbaar schip (NUC), een beperkt manoeuvreerbaar schip (RAM), een vissend schip en een zeilschip.
b
Een zeilschip dat varend is moet uitwijken voor: een onmanoeuvreerbaar schip, een beperkt manoeuvreerbaar schip en een vissend schip.
c
Een vissend schip moet, voor zover mogelijk, uitwijken voor: een onmanoeuvreerbaar schip en een beperkt manoeuvreerbaar schip.
d
Elk schip anders dan een onmanoeuvreerbaar schip of een beperkt manoeuvreerbaar schip moet, indien de omstandigheden dit toelaten, vermijden de veilige doorvaart te hinderen van een schip gehinderd door zijn diepgang dat de in Voorschrift 28 voorgeschreven seinen toont. Het door diepgang gehinderde schip moet nog steeds met bijzondere voorzichtigheid navigeren.
e
Een watervliegtuig, en elk WIG-vaartuig dat dicht bij het oppervlak opereert, behoort in het algemeen ruim vrij te blijven van alle schepen en hun navigatie niet te hinderen. Wanneer gevaar voor aanvaring bestaat, moeten zij de Voorschriften zo veel mogelijk naleven.

Een praktische geheugensteun is: NUC voor RAM, daarna vissend, daarna zeilend, daarna werktuiglijk voortbewogen. Houd in gedachten dat oplopen, nauwe vaarwaters en voorschriften bij beperkt zicht nog steeds de feitelijke manoeuvre kunnen bepalen.

STCW-blik op de brugwacht

Bepaal vóór het manoeuvreren welke regels gelden: de COLREG-regels 4-10 gelden bij elk zicht, de regels 11-18 alleen voor schepen die elkaar in zicht hebben, en regel 19 regelt contacten op alleen radar bij beperkt zicht.

Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.

Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.

Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.

Examenfocus

Bepaal eerst de scheepstypen, dan de relatieve peiling en dan of één schip oploopt.

De ontmoeting verkeerd classificeren is de klassieke examenfout.

Lijken twee regels te botsen, controleer dan zorgvuldig de volgorde: de plichten van de oploper blijven gelden en regel 2 blijft goed zeemanschap eisen.

Kernpunten

1

Voorschrift 18 gaat over verantwoordelijkheden tussen scheepsklassen, niet over een magisch antwoord dat de rest van de Aanvaringsregels vervangt

2

Schepen gehinderd door hun diepgang krijgen bijzondere aandacht via de formulering 'mag niet hinderen'

3

Werktuiglijk voortbewogen schepen dragen in het algemeen de breedste uitwijkplicht

4

Oplopen en andere meer specifieke voorschriften kunnen de situatie nog steeds beheersen

Veelgemaakte fouten

Een schip gehinderd door zijn diepgang behandelen alsof het automatisch elke andere regel opzijzet

Vergeten dat de analyse van koersvast/uitwijkplichtig nog steeds afhangt van de werkelijke ontmoeting en niet alleen van scheepslabels

Test je kennis

Test je kennis en bewijs je beheersing.

Laatst beoordeeld: