IALACOLREG
Bekijk je voortgang
18

Verantwoordelijkheden tussen schepen

Schepen in zicht. Lees elke stip van rij naar kolom: het varende schip in de rij blijft vrij van het schip in de kolom. Kolommen: onmanoeuvreerbaar, beperkt manoeuvreerbaar, vissend en zeilend. Rijen: werktuiglijk voortbewogen, zeilend en vissend. Voor vissende schepen geldt «voor zover mogelijk». Voorschriften 9, 10 en 13 kunnen anders bepalen. Lege vakken geven geen omgekeerde plicht of rangorde tussen de eerste twee kolommen aan.

Tekst van de aangehaalde publicatie

Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

Behalve waar de voorschriften 9, 10 en 13 anders voorschrijven:

a
dient een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is uit te wijken voor:
i
een onmanoeuvreerbaar schip;

  • 2een beperkt manoeuvreerbaar schip;

  • 3een schip bezig met de uitoefening van de visserij;

  • 4een zeilschip;

b
dient een zeilschip dat varende is uit te wijken voor:
i
een onmanoeuvreerbaar schip;

  • 2een beperkt manoeuvreerbaar schip;

  • 3een schip bezig met de uitoefening van de visserij;

c
dient een schip bezig met de uitoefening van de visserij, voor zover mogelijk, uit te wijken voor:
i
een onmanoeuvreerbaar schip;

  • 2een beperkt manoeuvreerbaar schip;

d
i
dient elk schip, niet zijnde een onmanoeuvreerbaar schip of een beperkt manoeuvreerbaar schip, indien de omstandigheden zulks toelaten, te vermijden de veilige vaart te belemmeren van een schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid, dat de seinen van voorschrift 28 toont;

  • 2dient een schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid met bijzondere omzichtigheid te varen, ten volle rekening houdend met zijn bijzondere toestand;

e
dient een zich op het water bevindend watervliegtuig in het algemeen ruim vrij te blijven van alle schepen en te vermijden hun vaart te belemmeren. In omstandigheden evenwel waarin er gevaar voor aanvaring bestaat, dient het te handelen overeenkomstig de voorschriften van dit Deel.
f

i. dient een WIG-tuig tijdens het starten, de landing en de vlucht vlak bij de wateroppervlakte ruim vrij te blijven van alle andere schepen en te vermijden hun vaart te belemmeren;

ii. dient een WIG-tuig dat varende is als werktuiglijk voortbewogen schip te handelen overeenkomstig de voorschriften van dit Deel.

Verschillende omstandigheden: beperking door diepgang hangt af van beschikbare diepte en breedte; de cilinder is facultatief. Een watervliegtuig op het water blijft doorgaans ruim vrij en hindert schepen niet, maar volgt Deel B bij gevaar voor aanvaring. Een WIG-vaartuig op het water volgt Deel B als werktuiglijk voortbewogen schip; bij opstijgen, landen en vlucht vlak boven het water blijft het ruim vrij van alle andere schepen en hindert het hun navigatie niet.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

Behalve waar de voorschriften 9, 10 en 13 anders voorschrijven: (a) dient een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is uit te wijken voor: (i) een onmanoeuvreerbaar schip; (ii) een beperkt manoeuvreerbaar schip; (iii) een schip bezig met de uitoefening van de visserij; (iv) een zeilschip; (b) dient een zeilschip dat varende is uit te wijken voor: (i) een onmanoeuvreerbaar schip; (ii) een beperkt manoeuvreerbaar schip; (iii) een schip bezig met de uitoefening van de visserij; (c) dient een schip bezig met de uitoefening van de visserij, voor zover mogelijk, uit te wijken voor: (i) een onmanoeuvreerbaar schip; (ii) een beperkt manoeuvreerbaar schip; (d) (i) dient elk schip, niet zijnde een onmanoeuvreerbaar schip of een beperkt manoeuvreerbaar schip, indien de omstandigheden zulks toelaten, te vermijden de veilige vaart te belemmeren van een schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid, dat de seinen van voorschrift 28 toont; (ii) dient een schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid met bijzondere omzichtigheid te varen, ten volle rekening houdend met zijn bijzondere toestand; (e) dient een zich op het water bevindend watervliegtuig in het algemeen ruim vrij te blijven van alle schepen en te vermijden hun vaart te belemmeren. In omstandigheden evenwel waarin er gevaar voor aanvaring bestaat, dient het te handelen overeenkomstig de voorschriften van dit Deel. (f) i. dient een WIG-tuig tijdens het starten, de landing en de vlucht vlak bij de wateroppervlakte ruim vrij te blijven van alle andere schepen en te vermijden hun vaart te belemmeren; ii. dient een WIG-tuig dat varende is als werktuiglijk voortbewogen schip te handelen overeenkomstig de voorschriften van dit Deel.
Oorspronkelijke Engelse tekst
Except where Rules 9, 10 and 13 otherwise require: (a) A power-driven vessel underway shall keep out of the way of: (i) a vessel not under command; (ii) a vessel restricted in her ability to maneuver; (iii) a vessel engaged in fishing; (iv) a sailing vessel. (b) A sailing vessel underway shall keep out of the way of: (i) a vessel not under command; (ii) a vessel restricted in her ability to maneuver; (iii) a vessel engaged in fishing. (c) A vessel engaged in fishing when underway shall, so far as possible, keep out of the way of: (i) a vessel not under command; (ii) a vessel restricted in her ability to maneuver. (d) (i) Any vessel other than a vessel not under command or a vessel restricted in her ability to maneuver shall, if the circumstances of the case admit, avoid impeding the safe passage of a vessel constrained by her draft, exhibiting the signals in Rule 28. (ii) A vessel constrained by her draft shall navigate with particular caution having full regard to her special condition. (e) A seaplane on the water shall, in general, keep well clear of all vessels and avoid impeding their navigation. In circumstances, however, where risk of collision exists, she shall comply with the Rules of this Part. (f) (i) A WIG craft shall, when taking off, landing and in flight near the surface, keep well clear of all other vessels and avoid impeding their navigation; (ii) A WIG craft operating on the water surface shall comply with the Rules of this Part as a power-driven vessel.

STCW-blik op de brugwacht

Voorschriften 4–10 gelden bij elk zicht.

Voorschriften 11–18 vereisen schepen die elkaar in zicht hebben; Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij een gebied met beperkt zicht.

Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.

Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.

Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.

Examenfocus

Bepaal eerst de scheepstypen, dan de relatieve peiling en dan of één schip oploopt.

De ontmoeting verkeerd classificeren is de klassieke examenfout.

Bij schepen in zicht moet ieder oplopend schip uitwijken totdat het geheel voorbij en goed vrij is.

Voorschrift 13 gaat vóór de Afdelingen I en II van Deel B; de overige delen van de voorschriften blijven gelden.

Kernpunten

1

Voorschrift 18 stelt geen rangorde vast tussen onmanoeuvreerbare en beperkt manoeuvreerbare schepen. De verplichtingen gelden behoudens Voorschriften 9, 10 en 13; zij geven geen absoluut recht van voorrang.

Test je kennis

Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.

Laatst beoordeeld: