IALACOLREG
13

Oplopen

Oploopsector — nadering meer dan 22,5° achterlijker dan dwars.

Voorschrift 13 legt de oploopregel vast. Elk schip dat een ander schip oploopt, moet vrij blijven van het schip dat wordt opgelopen.

a
Onverminderd alles wat elders in deze Voorschriften staat, moet elk schip dat een ander schip oploopt vrij blijven van het schip dat wordt opgelopen.
b
Een schip wordt geacht op te lopen wanneer het een ander schip nadert uit een richting meer dan 22,5 graden achterlijker dan dwars, dat wil zeggen in een zodanige positie ten opzichte van het schip dat wordt opgelopen dat het bij nacht alleen het heklicht van dat schip en geen van zijn boordlichten zou kunnen zien.
c
Wanneer een schip twijfelt of het een ander schip oploopt, moet het aannemen dat dit het geval is en dienovereenkomstig handelen.
d
Een latere verandering van de peiling tussen de twee schepen maakt het oplopende schip niet tot een kruisend schip en ontheft het niet van de plicht vrij te blijven.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

(a) Notwithstanding anything contained in the Rules of Part B, Sections I and II, any vessel overtaking any other shall keep out of the way of the vessel being overtaken. (b) A vessel shall be deemed to be overtaking when coming up with another vessel from a direction more than 22.5 degrees abaft her beam, that is, in such a position with reference to the vessel she is overtaking, that at night she would be able to see only the sternlight of that vessel but neither of her sidelights. (c) When a vessel is in any doubt as to whether she is overtaking another, she shall assume that this is the case and act accordingly. (d) Any subsequent alteration of the bearing between the two vessels shall not make the overtaking vessel a crossing vessel within the meaning of these Rules or relieve her of the duty of keeping clear of the overtaken vessel until she is finally past and clear.

Woordelijk overgenomen uit het IMO COLREG 1972-verdrag (zoals gewijzigd).

STCW-blik op de brugwacht

Bepaal vóór het manoeuvreren welke regels gelden: de COLREG-regels 4-10 gelden bij elk zicht, de regels 11-18 alleen voor schepen die elkaar in zicht hebben, en regel 19 regelt contacten op alleen radar bij beperkt zicht.

Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.

Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.

Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.

Examenfocus

Bepaal eerst de scheepstypen, dan de relatieve peiling en dan of één schip oploopt.

De ontmoeting verkeerd classificeren is de klassieke examenfout.

Lijken twee regels te botsen, controleer dan zorgvuldig de volgorde: de plichten van de oploper blijven gelden en regel 2 blijft goed zeemanschap eisen.

Kernpunten

1

Het oplopende schip blijft ALTIJD vrij

2

Oplopen is naderen uit meer dan 22,5 graden achterlijker dan dwars

3

Bij twijfel aannemen dat je oploopt

4

Eenmaal oplopen blijft oplopen — ook als peilingen veranderen

Veelgemaakte fouten

Na aanvankelijk oplopen rechten claimen alsof het een situatie van kruisende koersen is

De oploopsector niet herkennen (meer dan 22,5 graden achterlijker dan dwars)

Test je kennis

Test je kennis en bewijs je beheersing.

Laatst beoordeeld: