IALACOLREG
Bekijk je voortgang
12

Zeilschepen

Twee zeilschepen in zicht met gevaar voor aanvaring: A heeft de wind van bakboord en B van stuurboord; A wijkt dus uit voor B. Alleen de verwachte koersen zijn getekend. De oploopregel blijft een uitzondering.

Tekst van de aangehaalde publicatie

Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

a Wanneer twee zeilschepen elkaar naderen, zodanig dat gevaar voor aanvaring bestaat, dient één van beide uit te wijken en wel als volgt:

i
indien beide schepen over verschillende boeg liggen,dient het schip dat over stuurboordsboeg ligt uit te wijken voor het schip dat over bakboordsboeg ligt;

  • 2indien beide schepen over dezelfde boeg liggen, dient het loefwaartse schip uit te wijken voor het lijwaartse;

  • 3indien een schip dat over stuurboordsboeg ligt aan zijn loefzijde een schip ziet en niet met zekerheid kan bepalen of dat schip over stuurboords- dan wel over bakboordsboeg ligt, dient het daarvoor uit te wijken.

b In dit voorschrift dient onder loefzijde te worden verstaan de andere zijde dan die waarover het grootzeil wordt gevoerd of, in geval van een vierkant getuigd schip, de andere zijde dan die, waarover het grootste langsscheepse zeil bijstaat.

Twee zeilschepen in zicht met gevaar voor aanvaring hebben de wind van dezelfde kant: A ligt aan loef en wijkt uit voor B aan lij. De oploopregel blijft een uitzondering; er is geen uitwijkdraai getekend.

IMO COLREG 1972Officiële tekst

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

a Wanneer twee zeilschepen elkaar naderen, zodanig dat gevaar voor aanvaring bestaat, dient één van beide uit te wijken en wel als volgt: (i) indien beide schepen over verschillende boeg liggen,dient het schip dat over stuurboordsboeg ligt uit te wijken voor het schip dat over bakboordsboeg ligt; (ii) indien beide schepen over dezelfde boeg liggen, dient het loefwaartse schip uit te wijken voor het lijwaartse; (iii) indien een schip dat over stuurboordsboeg ligt aan zijn loefzijde een schip ziet en niet met zekerheid kan bepalen of dat schip over stuurboords- dan wel over bakboordsboeg ligt, dient het daarvoor uit te wijken. b In dit voorschrift dient onder loefzijde te worden verstaan de andere zijde dan die waarover het grootzeil wordt gevoerd of, in geval van een vierkant getuigd schip, de andere zijde dan die, waarover het grootste langsscheepse zeil bijstaat.
Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) When two sailing vessels are approaching one another, so as to involve risk of collision, one of them shall keep out of the way of the other as follows: (i) when each has the wind on a different side, the vessel which has the wind on the port side shall keep out of the way of the other; (ii) when both have the wind on the same side, the vessel which is to windward shall keep out of the way of the vessel which is to leeward; (iii) if a vessel with the wind on the port side sees a vessel to windward and cannot determine with certainty whether the other vessel has the wind on the port or on the starboard side, she shall keep out of the way of the other. (b) For the purposes of this Rule the windward side shall be deemed to be the side opposite to that on which the mainsail is carried or, in the case of a square-rigged vessel, the side opposite to that on which the largest fore-and-aft sail is carried.

STCW-blik op de brugwacht

Voorschriften 4–10 gelden bij elk zicht.

Voorschriften 11–18 vereisen schepen die elkaar in zicht hebben; Voorschrift 19 geldt voor schepen die elkaar niet zien in of nabij een gebied met beperkt zicht.

Bouw het verkeersbeeld op met zicht, gehoor, radar/ARPA en de kaartcontext.

Laat AIS of één losse peiling nooit de systematische waarneming vervangen.

Blijf na de manoeuvre peiling, afstand, CPA/TCPA en passeerafstand bewaken tot het andere schip definitief gepasseerd en vrij is.

Examenfocus

Bepaal eerst de scheepstypen, dan de relatieve peiling en dan of één schip oploopt.

De ontmoeting verkeerd classificeren is de klassieke examenfout.

Bij schepen in zicht moet ieder oplopend schip uitwijken totdat het geheel voorbij en goed vrij is.

Voorschrift 13 gaat vóór de Afdelingen I en II van Deel B; de overige delen van de voorschriften blijven gelden.

Test je kennis

Oefen dit onderwerp en herhaal de uitleg bij elk antwoord.

Laatst beoordeeld: