IALACOLREG
33

Uitrusting voor geluidsseinen

Fluit en bel verplicht voor schepen ≥ 12 m.

Voorschrift 33 van de Aanvaringsregels (COLREG 1972) bepaalt de vereiste uitrusting voor geluidsseinen naar scheepslengte.

a
Een schip van 12 meter of meer moet zijn voorzien van een fluit; een schip van 20 meter of meer moet naast een fluit zijn voorzien van een klok; en een schip van 100 meter of meer moet daarnaast zijn voorzien van een gong, waarvan de toon en het geluid niet met die van de klok kunnen worden verward. De fluit, klok en gong moeten voldoen aan de specificaties van Bijlage III. De klok of gong (of beide) mogen worden vervangen door andere uitrusting met dezelfde geluidskenmerken, mits handmatig geven van de voorgeschreven seinen altijd mogelijk blijft.
b
Een schip van minder dan 12 meter is niet verplicht de bovenstaande toestellen aan boord te hebben, maar als het die niet heeft, moet het zijn voorzien van een ander doeltreffend middel om een geluidssein te geven.

Klok versus gong — hoe je ze uit elkaar houdt

AspectKlokGong
Vereist vanaf>= 20 m>= 100 m
ToonHelder, scherp, hoog metaalachtig aangeslagenDiep, laag, resonerend — moet onderscheidbaar zijn van de klok
Plaats aan boordVoorschipAchterschip
Wanneer gebruiktAlle klokseinen ten anker en aan de grond (Voorschrift 35)Alleen op schepen >= 100 m, onmiddellijk na de klok, in het achterschip

Welk toestel voor welk sein?

SituatieFluitKlokGong
Manoeuvreer- en waarschuwingsseinen in zicht van elkaar (Voorschrift 34a-d)ja
Waarschuwing bij bocht / onoverzichtelijk vaarwater (Voorschrift 34e, 9f)ja (1 lang)
Mist varend — vaart door het water / gestopt / onmanoeuvreerbaar / beperkt manoeuvreerbaar / zeilen / vissen / slepen (Voorschrift 35a-d, f)ja
Schip ten anker in mist (Voorschrift 35g)optionele waarschuwing (1 kort + 1 lang + 1 kort)ja — snel ~5 s elke <= 1 min, voorja — snel ~5 s na de klok, achter, alleen >= 100 m
Schip aan de grond (Voorschrift 35h)optionele waarschuwingja — 3 afzonderlijke slagen + snel + 3 afzonderlijke slagenja — hetzelfde als ten anker, alleen >= 100 m
Nood (Voorschrift 37)aanhoudend geluid; SOS in morse

Werkwijze bij seinen

Bepaal eerst de context: manoeuvreren in zicht, beperkt zicht of nood.

Dezelfde fluit kan in een andere context iets heel anders betekenen.

Controleer zowel het patroon als het interval.

Bij mistseinen hoort de tijdsafstand bij de regel, niet alleen de reeks stoten.

Twijfel je aan de bedoelingen van het andere schip, geef dan vroeg het voorgeschreven waarschuwingssein in plaats van te wachten tot de situatie verslechtert.

Examenfocus

Drie korte stoten betekenen 'ik sla achteruit', geen mistsein.

Denk bij beperkt zicht aan 'elke twee minuten' voor seinen van varende schepen en 'elke minuut' voor de ankerbel.

Kernpunten

1

>= 12 m: fluit vereist

2

>= 20 m: klok erbij (naast de fluit)

3

>= 100 m: gong erbij (naast fluit en klok)

4

De toon van de gong mag NIET met die van de klok kunnen worden verward

5

Klok in het voorschip, gong in het achterschip — na elkaar gegeven ten anker in mist

6

Klok en gong mogen door gelijkwaardige uitrusting worden vervangen, maar handmatig geven moet altijd mogelijk blijven

Veelgemaakte fouten

Denken dat een schip van 12 m een klok nodig heeft — een klok is pas vereist vanaf 20 m (sinds de wijzigingen van Bijlage III uit 2009)

De gong op schepen >= 100 m vergeten

Geloven dat klok en gong hetzelfde klinken — volgens Bijlage III moeten ze onderscheidbaar zijn

Klok en gong tegelijk laten klinken — ten anker in mist volgen ze elkaar op (klok voor, daarna gong achter)

Kleine schepen (< 12 m) zonder enig doeltreffend middel voor een geluidssein uitrusten

Test je kennis

Test je kennis en bewijs je beheersing.

Laatst beoordeeld: