Nederland · CBR / Dutch government framework
Klein Vaarbewijs II
Het Klein Vaarbewijs II is de uitbreiding op Vaarbewijs I — verplicht voor de door de overheid aangewezen grotere wateren, waaronder het IJsselmeer, de Waddenzee, de Ooster- en Westerschelde en de grote rivieren beneden de Moerdijk; controleer de actuele vaarwegenlijst.
Bouwt voort op Vaarbewijs I: volledige COLREG, navigatie, kaartlezen, getijden, weer, plus het BPR en regels voor de grote wateren.
Voor wie
Schippers die op het IJsselmeer, de Waddenzee en andere grote open wateren willen varen.
Examenstof
Oefenexamens
Oefenvragen (met antwoorden)
Veilig-vaarwatermerktekens hebben:
- Rode en witte verticale strepen
- Zwarte en gele horizontale banden
- Een geheel gele kleur
- Blauwe en gele verticale strepen
Antwoord tonen
Juiste antwoord: A. Rode en witte verticale strepen
Veilig-vaarwatermerktekens hebben rode en witte verticale strepen en geven aan dat rondom bevaarbaar water ligt.
Bijzondere merktekens zijn gekleurd:
- Rood
- Groen
- Geel
- Blauw en geel
Antwoord tonen
Juiste antwoord: C. Geel
Bijzondere merktekens zijn geel en duiden bijzondere gebieden aan, zoals militaire zones, kabels of pijpleidingen.
Een werktuiglijk voortbewogen schip sleept achter zich; de sleep is langer dan 200 m, gemeten van zijn hek tot het achtereinde van de sleep. Het toont:
- Een toplicht
- Twee toplichten in een verticale lijn
- Drie toplichten in een verticale lijn
- Vier toplichten
Antwoord tonen
Juiste antwoord: C. Drie toplichten in een verticale lijn
a Een werktuiglijk voortbewogen schip dient bij het slepen te tonen: (i) in plaats van het licht, voorgeschreven in voorschrift 23 (a)(i) of (a)(ii), twee toplichten, het ene loodrecht onder het andere. Wanneer de lengte van de sleep, gerekend van het hek van het slepende schip tot het uiteinde van de sleep, meer is dan 200 meter, drie van zulke lichten, loodrecht ten opzichte van elkaar; (ii) boordlichten; (iii) een heklicht; (iv) een sleeplicht loodrecht boven het heklicht; (v) wanneer de lengte van de sleep meer is dan 200 meter, een ruitvormig dagmerk, daar waar dit het best kan worden gezien.
Het sleeplicht is:
- Wit, getoond boven het toplicht
- Rood, getoond onder het heklicht
- Geel, met dezelfde sector als het heklicht
- Groen, getoond boven het heklicht
Antwoord tonen
Juiste antwoord: C. Geel, met dezelfde sector als het heklicht
d Onder „sleeplicht” wordt verstaan een geel licht met dezelfde kenmerken als het „heklicht”, omschreven onder (c) van dit voorschrift.
Welke kleuren heeft het vrijwillige paar rondom zichtbare lichten nabij de masttop van een zeilschip?
- Wit boven rood
- Rood boven groen
- Groen boven wit
- Twee witte lichten
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Rood boven groen
c Een zeilschip dat varende is, mag, behalve de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kunnen worden gezien, twee rondom zichtbare lichten tonen, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste rood en het onderste groen. Deze lichten mogen evenwel niet worden getoond te zamen met de gecombineerde lantaarn, toegestaan onder (b) van dit voorschrift. d (i) Een zeilschip met een lengte van minder dan 7 meter dient, indien uitvoerbaar, de lichten, voorgeschreven onder (a) of (b) van dit voorschrift, te tonen, maar indien het zulks niet doet, dient het een elektrische lamp of een aangestoken lantaarn die een wit licht geven, gereed te houden en tijdig genoeg te tonen om aanvaring te voorkomen. (ii) Een door riemen voortbewogen schip mag de in dit voorschrift voor zeilschepen voorgeschreven lichten tonen, maar indien het zulks niet doet, dient het een elektrische lamp of een aangestoken lantaarn die een wit licht geven, gereed te houden en tijdig genoeg te tonen om aanvaring te voorkomen. e Een schip dat onder zeil is doch tevens werktuiglijk wordt, voortbewogen, dient op het voorschip, waar deze het best kan worden gezien, een kegel met de punt naar beneden te tonen.
Een schip bezig met trawlen toont:
- Rood boven wit rondom zichtbare lichten
- Groen boven wit rondom zichtbare lichten
- Twee rode rondom zichtbare lichten
- Wit boven rood rondom zichtbare lichten
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Groen boven wit rondom zichtbare lichten
b Een schip bezig met de uitoefening van de treilvisserij, waaronder wordt verstaan het voortslepen door het water van een treil of een ander soort vistuig, dient te tonen: (i) twee rondom zichtbare lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste groen en het onderste wit, of een dagmerk bestaande uit twee kegels met de punten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere; (ii) een toplicht achter het rondom zichtbare groene licht en hoger geplaatst; een schip met een lengte van minder dan 50 meter is niet verplicht een zodanig licht te tonen, maar mag het wel doen; (iii) wanneer het vaart door het water loopt, behalve de onder (i) en (ii) voorgeschreven lichten, tevens boordlichten en een heklicht.
Waarin verschilt IALA-regio B van regio A?
- Alleen de vormen zijn anders
- De kleuren zijn omgekeerd: rood aan stuurboord
- Er worden alleen kardinale merktekens gebruikt
- Er is geen verschil
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. De kleuren zijn omgekeerd: rood aan stuurboord
Regio A: rood aan bakboord, groen aan stuurboord. Regio B: groen aan bakboord, rood aan stuurboord. Dit geldt in de conventionele betonningsrichting op de kaart.
Hoeveel snelle flikkeringen toont een oostkardinaal merkteken?
- 1 flikkering
- 3 flikkeringen
- 6 flikkeringen + lange flikkering
- 9 flikkeringen
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. 3 flikkeringen
Witte lichten, indien aanwezig: noord Q of VQ; oost VQ(3) 5 s of Q(3) 10 s; zuid VQ(6)+LFl 10 s of Q(6)+LFl 15 s; west VQ(9) 10 s of Q(9) 15 s. De lange schittering duurt minstens 2 s.
Hoe voor te bereiden
Beheers de volledige COLREG, basis-kaartlezen, getijden en stroming, weerkunde. Oefen de actuele BPR-stof en de regels voor grote wateren en controleer de exameneisen bij het CBR.
Andere examens
Laatst beoordeeld:
