Groot pleziervaartbewijs (GPb I en II)
Met Groot pleziervaartbewijs I of II mag je voor sport of ontspanning een pleziervaartuig van 25 m tot korter dan 40 m varen. GPb I geldt op rivieren, kanalen en meren; GPb II op alle binnenwateren. Op de Rijn boven Spijksche Veer bij Lobith gelden vanaf 25 m aanvullende eisen.
Nederland · CBR
Het CBR-tarief vermeldt de theorie-examens Groot motorschip A en Groot motorschip B. Hier oefen je gratis COLREG-regels, IALA-betonning, lichten en dagmerken en geluidsseinen. Voor de overige leerstof gebruik je het officiële materiaal.
Rijksoverheid: Groot pleziervaartbewijs ·
Voor wie is het Groot pleziervaartbewijs?
Dit bewijs is voor wie een groot pleziervaartuig voor sport of ontspanning wil varen. Voor de wettelijke examenroute heb je een geldig Klein vaarbewijs nodig; GPb II vraag je aan vanaf 18 jaar.
Onderwerpen om hier te oefenen
Gratis oefentoetsen
Oefenvragen (met antwoorden)
Voor zover mogelijk: Het uitwijkplichtige schip moet een maatregel nemen die:
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Vroegtijdig en ruim is
Elk schip dat verplicht is uit te wijken voor een ander schip dient, voor zover dit mogelijk is, bijtijds ruim voldoende maatregelen te nemen om goed vrij te blijven.
Welke voorrang bepaalt Voorschrift 18 tussen een onmanoeuvreerbaar schip (NUC) en een beperkt manoeuvreerbaar schip (RAM)?
Antwoord tonen
Juiste antwoord: C. Voorschrift 18 bepaalt geen voorrangsvolgorde tussen NUC en RAM
Voorschrift 18 bepaalt specifieke verplichtingen tussen scheepstypen, maar plaatst NUC niet boven RAM of omgekeerd. Er bestaat geen volledige voorrangsvolgorde voor alle scheepstypen.
De standaardopstelling van Voorschrift 23(a) geldt. Een varend werktuiglijk voortbewogen schip van 50 m of meer moet tonen:
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Twee toplichten, boordlichten en heklicht
a Een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is dient te tonen: (i) een toplicht op het voorschip; (ii) een tweede toplicht achter het toplicht op het voorschip en hoger geplaatst, behalve dat een schip met een lengte van minder dan 50 meter niet verplicht is zulk een licht te tonen, doch het wel mag doen; (iii) boordlichten; (iv) een heklicht.
Welke lichten toont een varend zeilschip volgens de standaardopstelling van Voorschrift 25(a)?
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Boordlichten en een heklicht
a Een zeilschip dat varende is, dient te tonen: (i) boordlichten; (ii) een heklicht.
Het topteken van een geïsoleerd-gevaarmarkering is, indien aanwezig:
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Twee zwarte bollen verticaal
Geïsoleerd-gevaarmerktekens hebben twee zwarte bollen als topteken. (indien aanwezig).
Veilig-vaarwatermerktekens worden gebruikt als:
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Vaargeul- of middenvaarwatermerktekens
Veilig-vaarwatermerktekens worden gebruikt als vaargeul-, middenvaarwater- of aanloopmerktekens.
Het topteken van een bijzondere markering is, indien aanwezig:
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Een gele X-vorm (kruis)
Bijzondere merktekens hebben een geel X-vormig topteken (Andreaskruis). (indien aanwezig).
Noodwrakmarkeringsboeien zijn gekleurd:
Antwoord tonen
Juiste antwoord: C. Blauwe en gele verticale strepen
blauwe en gele verticale strepen, in gelijk aantal en met gelijke breedte; in totaal 4 tot 8 strepen. 1 s blauw + 0,5 s donker + 1 s geel + 0,5 s donker; periode 3 s.
Zo bereid je je voor
Voor de wettelijke examenroute heb je een geldig Klein vaarbewijs en leg je het CBR-examen Groot motorschip af. Voor GPb II vul je de gezondheidsverklaring voor de recreatievaart in; bij een ja-antwoord is een aantekening van een arts nodig en mogelijk volgt nader onderzoek of beoordeling door een specialist. Vraag GPb II aan bij het CBR.
