Voorrang volgens het BPR: eerst stuurboordzijde, dan grootte, dan scheepstype
1De les in gewone woorden
Kijk eerst of er een snel schip is: dat wijkt. Voor andere schepen kijk je eerst naar de stuurboordzijde, dan naar grootte en scheepstype.
Het reglement
Op de meeste Nederlandse binnenwateren geldt het BPR (Binnenvaartpolitiereglement), gebaseerd op CEVNI, de Europese code voor de binnenvaart. Een klein schip is gewoonlijk korter dan 20 m. Sommige kortere schepen gelden ook als groot. Dat zijn onder meer schepen die meer dan 12 passagiers mogen vervoeren, bepaalde veerponten en duwbakken. Ook vissersschepen waarvan het vistuig het manoeuvreren beperkt, vallen hieronder, evenals schepen die een groot schip slepen, assisteren, duwen of langszij meevoeren. Een snel schip, een groot motorschip dat sneller kan varen dan 40 km/h, wijkt voor iedereen.
Stap 1: de stuurboordzijde
Bij gewoon recht tegen elkaar in varen en kruisende koersen wijkt het schip dat niet de stuurboordzijde (rechterkant) van het vaarwater volgt voor het schip dat dit wel doet, als gevaar voor aanvaring bestaat. Een snel schip is de uitzondering. Houd stuurboord: zo heb je voorrang op andere gewone schepen en ben je voorspelbaar. Voor kruisen met veerponten, keren, een ligplaats verlaten of een hoofdvaarwater opvaren gelden aparte regels.
Stap 2: klein wijkt voor groot
Een groot schip is minstens 20 m lang of valt onder een van de genoemde uitzonderingen. Houdt geen van beide schepen stuurboordzijde, dan wijkt klein voor groot. Toont een groot schip een lichtblauw bord met een wit flikkerlicht, dan vraagt het om stuurboord op stuurboord te passeren. Een klein schip moet dan wijken, bij voorkeur door aan dat verzoek te voldoen.
Stap 3: tussen kleine schepen
Houdt geen van beide stuurboordzijde, dan wijkt een klein motorschip voor kleine zeilschepen en door spierkracht voortbewogen schepen, zoals roeiboten en kano's. Een door spierkracht voortbewogen schip wijkt voor een zeilschip. Varen twee kleine motorschepen recht tegen elkaar in, dan wijken beide uit naar stuurboord. Bij kruisende koersen wijkt het schip dat van bakboord (links) komt.
Zeilschepen en de juiste termen
Kijk bij twee kleine zeilschepen eerst of een van beide stuurboordzijde houdt. Doet geen van beide dat en bestaat gevaar voor aanvaring, dan wijkt bij verschillende boegen het schip met de wind van bakboord. Zeilen ze over dezelfde boeg, dan wijkt loef (de kant waar de wind vandaan komt) voor lij (de kant waar de wind naartoe waait). Je noemt de boeg naar de stand van de giek: over bakboord betekent giek naar bakboord, wind van stuurboord; over stuurboord betekent het omgekeerde. Onthoud: "stuurboord wijkt voor bakboord".
2Kerngegevens
- Klein schip
- Gewoonlijk korter dan 20 m; bepaalde scheepstypen gelden als groot
- Volgorde bij voorrang
- Snel schip wijkt; overige: stuurboordzijde → grootte → scheepstype
- Tussen kleine schepen
- Motor wijkt voor spierkracht; beide wijken voor zeil
- Snel schip
- Groot motorschip dat sneller kan dan 40 km/h: wijkt voor iedereen
- Lichtblauw bord
- Groot schip vraagt om stuurboord op stuurboord te passeren
3Kernpunten
- 1
Een snel schip wijkt voor iedereen. Kijk bij andere schepen eerst naar stuurboordzijde, dan naar grootte en scheepstype.
- 2
Houdt geen van beide stuurboordzijde, dan wijkt klein voor groot.
- 3
Tussen kleine schepen wijkt motor voor zeil en spierkracht, en spierkracht voor zeil.
- 4
Lichtblauw bord op een groot schip: wijk, bij voorkeur door stuurboord op stuurboord te passeren.
- 5
Houdt geen van beide kleine zeilschepen stuurboordzijde, dan wijkt over stuurboord voor over bakboord als gevaar voor aanvaring bestaat.
4Veelgemaakte fouten
Fout: Zeil heeft altijd voorrang op motor, dus onder zeil mag ik vlak voor de boeg van een vrachtschip langs.
Goed: Een snel schip wijkt voor iedereen. Bij andere schepen komt eerst stuurboordzijde, dan grootte. Zeil boven motor geldt alleen tussen kleine schepen als geen van beide stuurboordzijde houdt.
Fout: Een zeiler 'over stuurboord' heeft de wind van stuurboord en heeft dus voorrang.
Goed: Je noemt de boeg naar de stand van de giek. Over stuurboord betekent giek naar stuurboord, wind van bakboord. Bij kleine zeilschepen over verschillende boegen wijkt dit schip als geen van beide stuurboordzijde houdt en gevaar voor aanvaring bestaat.
5Praktijkgeval en examentips
Op een breed Fries kanaal zeil je met een open zeilboot van 7 m zo hoog mogelijk aan de wind, met de kleinst haalbare hoek ten opzichte van de wind, nabij het midden. Een motorjacht van 9 m komt je tegemoet en houdt zijn stuurboordzijde van het kanaal. Daarachter toont een vrachtschip van 110 m aan stuurboord een lichtblauw bord. Wie wijkt?
Toon het antwoord
Wijk voor het motorjacht, want dat houdt stuurboordzijde. Wijk ook voor het vrachtschip met het blauwe bord, bij voorkeur door stuurboord op stuurboord te passeren. Voor deze passages kun je verschillende koersen nodig hebben. Vertraag of wacht op een veilige plek totdat duidelijk is wat beide schepen doen en hoeveel passeerruimte er is. Draai niet automatisch naar stuurboord.
Examentips
- BPR 6.04 en 6.17: behalve bij een snel schip wijkt het schip dat geen stuurboordzijde houdt voor het schip dat dit wel doet.
- Daarna wijkt klein voor groot; tussen kleine schepen wijkt motor voor zeil en spierkracht, en spierkracht voor zeil.
- BPR 6.02: een snel schip (groot motorschip > 40 km/h) wijkt voor alle andere schepen.
- BPR 6.04a: lichtblauw bord met wit flikkerlicht = verzoek om stuurboord op stuurboord te passeren.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities

