Ware wind en schijnbare wind
1De les in gewone woorden
De wind die je op een varende boot voelt, verschilt van de wind boven zee. Je zeilen werken altijd in de schijnbare wind.
Ware wind
Ware wind betekent hier wind ten opzichte van het water: wat je voelt als je met het water meedrijft. De windrichting geeft aan waar de wind vandaan komt: een noordenwind komt uit het noorden. De ware windhoek is de hoek tussen je boeg en die richting.
Vaarwind
Door je beweging maak je zelf wind, even sterk als je vaart door het water en tegengesteld daaraan. Vaar je bij windstilte met 6 knopen op de motor, dan voel je 6 knopen wind recht van voren. Eén knoop is één zeemijl per uur, ongeveer 1,85 km/h. Ook onder zeil is deze vaarwind er zolang je vaart. Hij telt op bij de ware wind.
Schijnbare wind
Schijnbare wind is de combinatie van ware wind en vaarwind. Je voelt hem in je gezicht. Je windvaantje (klein vlaggetje boven in de mast) en telltales geven hem aan en je zeilen gebruiken hem. Telltales zijn korte draadjes wol of lintjes die de luchtstroming tonen. Schijnbare wind komt meer van voren dan ware wind, behalve als je recht met de wind mee vaart: pal voor de wind.
Aan de wind en voor de wind
Vaar je zo dicht mogelijk bij de wind terwijl je boot nog goed zeilt (hoog aan de wind), dan telt de vaarwind op bij de ware wind: de schijnbare wind is sterker en komt meer van voren. Komt de ware wind ruim van achteren, dan is de schijnbare wind meestal zwakker. Komt de ware wind net van achter de dwarsrichting (haaks op de boot), dan kan de schijnbare wind nog sterker zijn dan de ware wind. Pal voor de wind kan harde wind ongemerkt blijven tot je naar de wind toe draait. Controleer eerst je zeiloppervlak; verminder het zo nodig vóór die draai.
Snelheid en vlagen
Hoe sneller je vaart, hoe verder de schijnbare wind naar voren komt. Met de wind van opzij, op een halvewindse koers, laat een vlaag (plotseling sterkere wind) uit dezelfde ware windrichting de schijnbare wind naar achteren draaien, voordat de boot versnelt. Een luwte, een tijdelijke afname van de windsterkte bij dezelfde ware windrichting, laat hem naar voren draaien voordat de boot vertraagt.
De voorbeelden lezen
Alle hoeken meet je vanaf de boeg. Bij 45° wordt 12 knopen ongeveer 16,8 knopen bij 30°: sterker en meer van voren. Bij 90° wordt 10 knopen ongeveer 11,7 knopen bij 59°: ook wind van opzij voelt meer van voren. Bij 150° wordt 12 knopen ongeveer 7,4 knopen bij 126°: zwakker, maar nog steeds meer van voren.
2Kerngegevens
- Schijnbare wind
- Ware wind + vaarwind (tel ook de richtingen mee, niet alleen de getallen)
- Vaarwind
- Even sterk als je vaarsnelheid, recht van voren
- Voorbeeld halve wind
- Waar 10 kn bij 90° + boot 6 kn → schijnbaar ≈ 11,7 kn bij ≈ 59°
- Voorbeeld hoog aan de wind
- Waar 12 kn bij 45° + boot 6 kn → schijnbaar ≈ 16,8 kn bij ≈ 30°
- Voorbeeld ruime wind
- Waar 12 kn bij 150° + boot 6 kn → schijnbaar ≈ 7,4 kn bij ≈ 126°
3Kernpunten
- 1
Ware wind geldt ten opzichte van het water; schijnbare wind is wat je aan boord voelt.
- 2
Je zeilen, telltales en windvaantje reageren allemaal op de schijnbare wind.
- 3
Aan de wind is de schijnbare wind sterker; met de ware wind ruim van achteren is hij meestal zwakker.
- 4
Schijnbare wind komt meer van voren dan ware wind, behalve pal voor de wind.
- 5
Met wind van opzij, bij gelijke ware windrichting en vaarsnelheid, draait schijnbare wind in een vlaag naar achteren; in een luwte naar voren.
4Veelgemaakte fouten
Fout: Voor de wind voelt de wind zwak, dus dat zal aan de wind ook zo zijn.
Goed: Vaar je voor de wind langzamer dan de ware wind, dan verzwakt de vaarwind de schijnbare wind. Naar de wind toe draaien versterkt hem. Controleer eerst je zeiloppervlak; verminder het zo nodig vóór die draai.
Fout: Het windvaantje geeft de ware windrichting aan.
Goed: Het windvaantje geeft schijnbare wind aan. Het toont deze ware wind ten opzichte van het water alleen als de boot ten opzichte van het water stilligt.
5Praktijkgeval en examentips
Je vaart pal voor de wind bij 12 knopen ware wind met een snelheid van 6 knopen. Het voelt als een rustige 6 knopen. Je wilt een kaap ronden en daarna een uur zo hoog aan de wind zeilen als de boot goed aankan.
Toon het antwoord
Voor de wind voel je ongeveer 6 knopen; hoog aan de wind bij dezelfde vaart ongeveer 17 knopen. Reken na de draai op meer helling. Controleer vooraf het zeiloppervlak en bereid de bemanning voor; verklein het zeiloppervlak als de boot anders te veel zeil voert.
Examentips
- Schijnbare wind = ware wind + vaarwind; zeilen werken in de schijnbare wind.
- Aan de wind is schijnbare wind sterker en meer van voren; met ware wind ruim van achteren meestal zwakker.
- Met wind van opzij, bij gelijke ware windrichting en vaarsnelheid, draait schijnbare wind in een vlaag naar achteren; in een luwte naar voren.
- De windrichting geeft aan waar de wind vandaan komt.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities

