Klein Vaarbewijs II
Het Klein Vaarbewijs II is de uitbreiding op het Klein Vaarbewijs I. Je vaart er ook mee op de grotere Nederlandse wateren, zoals de Waddenzee, het IJsselmeer en de Oosterschelde.
Nederland · CBR / Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Voor het KVB II slaag je voor twee examens: het KVB1-examen en het KVB2-examen. Het KVB2-examen gaat over de regels op de ruime vaarwateren en over navigatie.
CBR: Klein Vaarbewijs II, voorwaarden en examen ·
Wat voegt vaarbewijs 2 toe aan vaarbewijs 1?
Vaarbewijs 1 is voor rivieren, kanalen en meren. Vaarbewijs 2 breidt dat vaargebied uit met grotere Nederlandse wateren, zoals de Waddenzee, het IJsselmeer en de Oosterschelde. Voor het KVB II moet je slagen voor zowel het KVB1-examen als het KVB2-examen.
Naast de basis van KVB1 leer je de regels voor de ruime vaarwateren en navigatie. Denk aan een positie op de kaart lezen, koersen bepalen en rekening houden met getij en stroming. Ook het weer hoort bij de examenstof. Alleen internationale vaarregels herhalen is dus geen volledige voorbereiding.
Wanneer heb je vaarbewijs 2 nodig?
Deze uitbreiding is bedoeld voor schippers die vaarbewijsplichtig zijn en op de grotere wateren willen varen waarvoor KVB II nodig is. Wil je bijvoorbeeld naar de Waddenzee of het IJsselmeer, kies dan de bijbehorende examenvoorbereiding in plaats van alleen de KVB1-stof te herhalen.
Of je een vaarbewijs nodig hebt, hangt ook af van je boot. De KVB1-gids beschrijft de bestaande regels voor snelle motorboten, waterscooters en pleziervaartuigen van 15 tot 25 meter. Controleer voor jouw vaartuig en vaargebied de actuele voorwaarden bij het CBR via de bronlink bovenaan.
Zo ziet het KVB2-examen eruit
Het examen duurt 90 minuten en heeft 27 vragen: 23 meerkeuzevragen en 4 open vragen, waarbij je antwoord binnen een vaste marge moet liggen. Een vraag is 1 tot 4 punten waard; je kunt 50 punten halen en bent geslaagd met 35 punten of meer.
Het CBR toetst de wettelijke bepalingen die gelden op de ruime vaarwateren waar vaarbewijs II nodig is, en navigatie: kaartgebruik, koersen, getij en stroming en het weer.
Hoe oefen je voor vaarbewijs 2?
Op deze site leer je de internationale aanvaringsregels (COLREG), IALA-betonning, lichten en geluidsseinen, met gratis oefentoetsen. Dat is achtergrond: de examenstof voor de ruime wateren en de navigatie leer je uit een cursusboek of cursus en het voorbeeldexamen van het CBR.
Begin met de KVB1-stof en werk daarna apart aan kaartgebruik, koersen, getij en stroming. Maak navigatieopgaven zelf en controleer je uitwerking met je cursusmateriaal. Gebruik vervolgens het voorbeeldexamen van het CBR om te bekijken welke onderdelen nog aandacht vragen.
Het gratis oefenexamen op deze site bevat 30 zelfgeschreven vragen over internationale regels. Het is geen officieel CBR-examen en toetst niet de volledige KVB2-stof. Gebruik de antwoorden om de bijbehorende lessen opnieuw te lezen; oefen de navigatieberekeningen daarnaast met je cursusboek of cursus.
Voor wie
Voor schippers die vaarbewijsplichtig zijn en ook op de grotere wateren willen varen waarvoor het KVB II nodig is, zoals de Waddenzee en het IJsselmeer.
Verwante lesstof (internationale regels)
Oefentoetsen over de internationale regels
Oefenvragen (met antwoorden)
Veilig-vaarwatermerktekens hebben:
- Rode en witte verticale strepen
- Zwarte en gele horizontale banden
- Een geheel gele kleur
- Blauwe en gele verticale strepen
Antwoord tonen
Juiste antwoord: A. Rode en witte verticale strepen
Veilig-vaarwatermerktekens hebben rode en witte verticale strepen en geven aan dat rondom bevaarbaar water ligt.
Bijzondere merktekens zijn gekleurd:
- Rood
- Groen
- Geel
- Blauw en geel
Antwoord tonen
Juiste antwoord: C. Geel
Bijzondere merktekens zijn geel en duiden bijzondere gebieden aan, zoals militaire zones, kabels of pijpleidingen.
Een werktuiglijk voortbewogen schip sleept achter zich; de sleep is langer dan 200 m, gemeten van zijn hek tot het achtereinde van de sleep. Het toont:
- Twee toplichten in een verticale lijn
- Drie toplichten in een horizontale lijn
- Drie toplichten in een verticale lijn
- Vier toplichten in een verticale lijn
Antwoord tonen
Juiste antwoord: C. Drie toplichten in een verticale lijn
a Een werktuiglijk voortbewogen schip dient bij het slepen te tonen: (i) in plaats van het licht, voorgeschreven in voorschrift 23 (a)(i) of (a)(ii), twee toplichten, het ene loodrecht onder het andere. Wanneer de lengte van de sleep, gerekend van het hek van het slepende schip tot het uiteinde van de sleep, meer is dan 200 meter, drie van zulke lichten, loodrecht ten opzichte van elkaar;
Het sleeplicht is:
- Wit, met dezelfde sector als het heklicht
- Geel, met dezelfde sector als het toplicht
- Geel, met dezelfde sector als het heklicht
- Geel en flikkerend, rondom zichtbaar over de hele horizon
Antwoord tonen
Juiste antwoord: C. Geel, met dezelfde sector als het heklicht
d Onder „sleeplicht” wordt verstaan een geel licht met dezelfde kenmerken als het „heklicht”, omschreven onder (c) van dit voorschrift.
Welke kleuren heeft het vrijwillige paar rondom zichtbare lichten nabij de masttop van een zeilschip?
- Wit boven rood
- Rood boven groen
- Groen boven wit
- Twee witte lichten
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Rood boven groen
c Een zeilschip dat varende is, mag, behalve de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kunnen worden gezien, twee rondom zichtbare lichten tonen, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste rood en het onderste groen. Deze lichten mogen evenwel niet worden getoond te zamen met de gecombineerde lantaarn, toegestaan onder (b) van dit voorschrift.
Een schip bezig met trawlen toont:
- Rood boven wit rondom zichtbare lichten
- Groen boven wit rondom zichtbare lichten
- Twee rode rondom zichtbare lichten
- Wit boven rood rondom zichtbare lichten
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. Groen boven wit rondom zichtbare lichten
b Een schip bezig met de uitoefening van de treilvisserij, waaronder wordt verstaan het voortslepen door het water van een treil of een ander soort vistuig, dient te tonen: (i) twee rondom zichtbare lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste groen en het onderste wit, of een dagmerk bestaande uit twee kegels met de punten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere;
Waarin verschilt IALA-regio B van regio A?
- De vormen zijn omgekeerd: cilinders aan stuurboord
- De kleuren zijn omgekeerd: rood aan stuurboord
- Kardinale markeringen wisselen hun zwarte en gele banden
- Alleen de toptekens verschillen
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. De kleuren zijn omgekeerd: rood aan stuurboord
Regio A: rood aan bakboord, groen aan stuurboord. Regio B: groen aan bakboord, rood aan stuurboord. Dit geldt in de conventionele betonningsrichting op de kaart.
Hoeveel snelle flikkeringen toont een oostkardinaal merkteken?
- 1 flikkering
- 3 flikkeringen
- 6 flikkeringen + lange flikkering
- 9 flikkeringen
Antwoord tonen
Juiste antwoord: B. 3 flikkeringen
Witte lichten, indien aanwezig: noord Q of VQ; oost VQ(3) 5 s of Q(3) 10 s; zuid VQ(6)+LFl 10 s of Q(6)+LFl 15 s; west VQ(9) 10 s of Q(9) 15 s. De lange schittering duurt minstens 2 s.
Hoe bereid je je voor
Zorg eerst dat je de KVB1-stof beheerst. Leer daarna de regels voor de ruime wateren en de navigatie met een cursusboek of cursus en oefen met het voorbeeldexamen van het CBR.
