IALACOLREG
Bekijk je voortgang

Gratis oefentoets

Oefentoets lichten en dagmerken

30 vragen over de lichten en dagmerken van COLREG deel C, een aantal met de lichten getekend zoals je ze 's nachts ziet. Elk antwoord is uitgelegd en gelinkt aan de regel.

Gecontroleerd door Ramon Curto, Docent nautiek bij het IECNPC

Om te slagen heb je 80% goed nodig: dezelfde norm als onze vakexamens met tijdslimiet.

Dit zijn eigen oefenvragen van IALACOLREG, geen officiële examenvragen.

Bestudeer eerst de lessen: Lichten en dagtekens

Maak het als examen met tijdslimiet

25 minuten op de klok. De antwoorden blijven verborgen tot je klaar bent; daarna zie je je score tegenover de slaaggrens.

Vragen en antwoorden

  1. 1.Het dagmerk voor een schip gehinderd door zijn diepgang is:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Een cilinder

    Voorschrift 28: het dagmerk is een cilinder.

    Bestudeer voorschrift 28: Schepen gehinderd door hun diepgang

  2. 2.Wanneer het voor een watervliegtuig of WIG-vaartuig praktisch onmogelijk is de lichten en dagmerken van Deel C te tonen, moet het:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Lichten en dagmerken tonen die in kenmerken en plaatsing zo nauw mogelijk overeenkomen met de voorgeschreven lichten en dagmerken

    Wanneer het voor een watervliegtuig of een WIG-tuig niet uitvoerbaar is de lichten en dagmerken te tonen met de kenmerkende eigenschappen of op de plaatsen, voorgeschreven in de voorschriften van dit Deel, dient het lichten en dagmerken te tonen die deze in kenmerkende eigenschappen en plaatsing zoveel mogelijk benaderen.

    Bestudeer voorschrift 31: Watervliegtuigen

  3. 3.Het dagmerk voor een vissend schip is:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Twee kegels met de punten tegen elkaar

    COLREG 26(b)(i), (c)(i): vissende schepen, zowel trawlers als andere, tonen overdag twee kegels loodrecht boven elkaar met de punten tegen elkaar.

    Bestudeer voorschrift 26: Vissende schepen

  4. 4.Een schip van 12 m of meer aan de grond toont 's nachts bovendien:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Twee rode rondom zichtbare lichten verticaal

    d Een schip dat aan de grond zit dient de lichten, voorgeschreven onder (a) of (b) van dit voorschrift te tonen en tevens, daar waar deze het best kunnen worden gezien: (i) twee rondom zichtbare rode lichten, het ene loodrecht onder het andere;

    Bestudeer voorschrift 30: Ten anker liggende schepen en aan de grond zittende schepen

  5. 5.Een schip bezig met trawlen toont:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Groen boven wit rondom zichtbare lichten

    b Een schip bezig met de uitoefening van de treilvisserij, waaronder wordt verstaan het voortslepen door het water van een treil of een ander soort vistuig, dient te tonen: (i) twee rondom zichtbare lichten, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste groen en het onderste wit, of een dagmerk bestaande uit twee kegels met de punten tegen elkaar, de ene loodrecht onder de andere;

    Bestudeer voorschrift 26: Vissende schepen

  6. 6.Een schip bezig met vissen met vistuig dat de manoeuvreerbaarheid beperkt toont boordlichten en een heklicht wanneer:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Vaart door het water maakt

    c Een schip bezig met de uitoefening van de visserij, niet zijnde de treilvisserij, dient te tonen: (iii) wanneer het vaart door het water loopt, behalve de onder (i) en (ii) voorgeschreven lichten, tevens boordlichten en een heklicht.

    Bestudeer voorschrift 26: Vissende schepen

  7. 7.Een loodsvaartuig in dienst toont aan of nabij de top van de mast:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Wit boven rood rondom zichtbare lichten

    Voorschrift 29(a): wit boven rood rondom zichtbare lichten aan of nabij de top van de mast.

    Bestudeer voorschrift 29: Loodsvaartuigen

  8. 8.Het dagmerk van een schip van 12 m of meer aan de grond is:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Drie bollen verticaal

    d Een schip dat aan de grond zit dient de lichten, voorgeschreven onder (a) of (b) van dit voorschrift te tonen en tevens, daar waar deze het best kunnen worden gezien: (ii) drie ballen, loodrecht ten opzichte van elkaar.

    Bestudeer voorschrift 30: Ten anker liggende schepen en aan de grond zittende schepen

  9. 9.Welk dagmerk toont een werktuiglijk voortbewogen schip dat achter zich sleept met een sleep langer dan 200 m?

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Een ruitvorm

    a Een werktuiglijk voortbewogen schip dient bij het slepen te tonen: (v) wanneer de lengte van de sleep meer is dan 200 meter, een ruitvormig dagmerk, daar waar dit het best kan worden gezien.

    Bestudeer voorschrift 24: Slepen en duwen

  10. 10.Een schip gehinderd door zijn diepgang mag tonen:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Drie rode rondom zichtbare lichten verticaal

    Een schip door zijn diepgang beperkt in zijn manoeuvreerbaarheid mag, behalve de lichten voor een werktuiglijk voortbewogen schip, voorgeschreven in voorschrift 23, drie rondom zichtbare rode lichten tonen, loodrecht ten opzichte van elkaar, of een cylinder, daar waar deze het best kunnen worden gezien.

    Bestudeer voorschrift 28: Schepen gehinderd door hun diepgang

  11. 11.Een werktuiglijk voortbewogen schip sleept achter zich; de sleep is langer dan 200 m, gemeten van zijn hek tot het achtereinde van de sleep. Het toont:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Drie toplichten in een verticale lijn

    a Een werktuiglijk voortbewogen schip dient bij het slepen te tonen: (i) in plaats van het licht, voorgeschreven in voorschrift 23 (a)(i) of (a)(ii), twee toplichten, het ene loodrecht onder het andere. Wanneer de lengte van de sleep, gerekend van het hek van het slepende schip tot het uiteinde van de sleep, meer is dan 200 meter, drie van zulke lichten, loodrecht ten opzichte van elkaar;

    Bestudeer voorschrift 24: Slepen en duwen

  12. 12.Voor een schip van 50 m of meer moet het toplicht zichtbaar zijn op:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. 6 zeemijl

    Voorschrift 22: het toplicht van schepen van 50 m of meer moet zichtbaar zijn op ten minste 6 zeemijl.

    Bestudeer voorschrift 22: Zichtbaarheid van lichten

  13. 13.Identificeer het vaartuig aan zijn navigatielichten:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: A. schip gehinderd door diepgang — één toplicht getoond (optie voor schepen <50 m); facultatieve rode lichten en cilinder getoond (Voorschrift 28)

    Van de gegeven antwoorden past dit lichtenbeeld bij: schip gehinderd door diepgang — één toplicht getoond (optie voor schepen <50 m); facultatieve rode lichten en cilinder getoond (Voorschrift 28). Aanzicht: stuurboordzijde.

    Bestudeer voorschrift 28: Schepen gehinderd door hun diepgang

  14. 14.Het schip is ten minste 12 m lang. Een baggerschip dat beperkt manoeuvreerbaar is, toont aan de gehinderde zijde:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Twee rode rondom zichtbare lichten of bollen

    d Een beperkt manoeuvreerbaar schip bezig met baggeren of met werkzaamheden onder water dient de lichten en dagmerken te tonen, voorgeschreven onder (b) (i), (ii) en (iii) van dit voorschrift en tevens, wanneer er een versperring aanwezig is, te tonen: (i) twee rondom zichtbare rode lichten of twee ballen, loodrecht ten opzichte van elkaar, om de kant aan te duiden waar de versperring zich bevindt;

    Bestudeer voorschrift 27: Onmanoeuvreerbare of beperkt manoeuvreerbare schepen

  15. 15.Het tweede toplicht op een werktuiglijk voortbewogen schip moet staan:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Achter en hoger dan het voorste

    a Een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is dient te tonen: (i) een toplicht op het voorschip; (ii) een tweede toplicht achter het toplicht op het voorschip en hoger geplaatst, behalve dat een schip met een lengte van minder dan 50 meter niet verplicht is zulk een licht te tonen, doch het wel mag doen;

    Bestudeer voorschrift 23: Werktuiglijk voortbewogen schepen varend

  16. 16.Navigatielichten moeten worden getoond:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Van zonsondergang tot zonsopkomst en, indien aanwezig, ook overdag bij beperkt zicht

    b De voorschriften betreffende lichten dienen te worden nageleefd van zonsondergang tot zonsopkomst en gedurende die tijd mogen geen andere lichten worden getoond, behalve lichten die niet kunnen worden verward met de in deze Voorschriften omschreven lichten, hun zichtbaarheid of kenmerkende karakter niet aantasten of het houden van goede uitkijk niet belemmeren. c De in deze Voorschriften voorgeschreven lichten dienen, indien zij worden gevoerd, ook te worden getoond van zonsopkomst tot zonsondergang bij beperkt zicht en mogen in alle andere omstandigheden worden getoond wanneer zulks noodzakelijk wordt geacht.

    Bestudeer voorschrift 20: Toepassing (lichten)

  17. 17.Het schip is ten minste 12 m lang. Een onmanoeuvreerbaar schip (NUC) toont:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Twee rode rondom zichtbare lichten verticaal

    a Een onmanoeuvreerbaar schip dient te tonen: (i) twee rondom zichtbare rode lichten, het ene loodrecht onder het andere, daar waar deze het best kunnen worden gezien;

    Bestudeer voorschrift 27: Onmanoeuvreerbare of beperkt manoeuvreerbare schepen

  18. 18.Een schip van 50 m of meer voor anker toont 's nachts:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Een rondom zichtbaar wit licht voor en een tweede, lager geplaatst, achter

    a Een ten anker liggend schip dient te tonen, waar deze het best kunnen worden gezien: (i) op het voorschip een rondom zichtbaar wit licht of een bal; (ii) aan of bij het hek en lager dan het onder (i) voorgeschreven licht, een rondom zichtbaar wit licht.

    Bestudeer voorschrift 30: Ten anker liggende schepen en aan de grond zittende schepen

  19. 19.Identificeer het vaartuig aan zijn navigatielichten:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: D. schip ten anker — twee ankerlichten getoond (verplicht vanaf 50 m; daaronder toegestaan)

    Van de gegeven antwoorden past dit lichtenbeeld bij: schip ten anker — twee ankerlichten getoond (verplicht vanaf 50 m; daaronder toegestaan). Aanzicht: achteraanzicht.

    Bestudeer voorschrift 30: Ten anker liggende schepen en aan de grond zittende schepen

  20. 20.Identificeer het vaartuig aan zijn navigatielichten:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. werktuiglijk voortbewogen schip < 12 m - vereenvoudigd

    Van de gegeven antwoorden past dit lichtenbeeld bij: werktuiglijk voortbewogen schip < 12 m - vereenvoudigd. Aanzicht: stuurboordzijde.

    Bestudeer voorschrift 23: Werktuiglijk voortbewogen schepen varend

  21. 21.Vanuit welke hoek observeer je dit vaartuig?

    Toon antwoord

    Goed antwoord: A. Stuurboordaanzicht

    Vaartuig: Sleepboot <50 m — sleep >200 m. Aanzicht: stuurboordzijde. De andere aangeboden aanzichten tonen andere lichtencombinaties.

    Bestudeer voorschrift 24: Slepen en duwen

  22. 22.Het sleeplicht is:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Geel, met dezelfde sector als het heklicht

    d Onder „sleeplicht” wordt verstaan een geel licht met dezelfde kenmerken als het „heklicht”, omschreven onder (c) van dit voorschrift.

    Bestudeer voorschrift 24: Slepen en duwen

  23. 23.Een toplicht toont over een boog van:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. 225 graden

    Voorschrift 21(a): een toplicht toont over een boog van 225 graden, van recht vooruit tot 22,5 graden achterlijker dan dwars aan elke zijde.

    Bestudeer voorschrift 21: Begripsomschrijvingen (lichten)

  24. 24.De standaardopstelling van Voorschrift 23(a) geldt. Een varend werktuiglijk voortbewogen schip van 50 m of meer moet tonen:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Twee toplichten, boordlichten en heklicht

    a Een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is dient te tonen: (i) een toplicht op het voorschip; (ii) een tweede toplicht achter het toplicht op het voorschip en hoger geplaatst, behalve dat een schip met een lengte van minder dan 50 meter niet verplicht is zulk een licht te tonen, doch het wel mag doen; (iii) boordlichten; (iv) een heklicht.

    Bestudeer voorschrift 23: Werktuiglijk voortbewogen schepen varend

  25. 25.Identificeer het vaartuig aan zijn navigatielichten:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. onmanoeuvreerbaar schip, vaart door het water

    Van de gegeven antwoorden past dit lichtenbeeld bij: onmanoeuvreerbaar schip, vaart door het water. Aanzicht: stuurboordzijde.

    Bestudeer voorschrift 27: Onmanoeuvreerbare of beperkt manoeuvreerbare schepen

  26. 26.Welke lichten toont een varend zeilschip volgens de standaardopstelling van Voorschrift 25(a)?

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Boordlichten en een heklicht

    a Een zeilschip dat varende is, dient te tonen: (i) boordlichten; (ii) een heklicht.

    Bestudeer voorschrift 25: Zeilschepen varend en schepen onder riemen

  27. 27.Een door riemen voortbewogen schip moet 's nachts, als het niet de lichten voor zeilschepen toont:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: C. Een elektrische zaklamp of lantaarn met wit licht gereed houden

    d (ii) Een door riemen voortbewogen schip mag de in dit voorschrift voor zeilschepen voorgeschreven lichten tonen, maar indien het zulks niet doet, dient het een elektrische lamp of een aangestoken lantaarn die een wit licht geven, gereed te houden en tijdig genoeg te tonen om aanvaring te voorkomen.

    Bestudeer voorschrift 25: Zeilschepen varend en schepen onder riemen

  28. 28.Welke kleuren heeft het vrijwillige paar rondom zichtbare lichten nabij de masttop van een zeilschip?

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Rood boven groen

    c Een zeilschip dat varende is, mag, behalve de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kunnen worden gezien, twee rondom zichtbare lichten tonen, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste rood en het onderste groen. Deze lichten mogen evenwel niet worden getoond te zamen met de gecombineerde lantaarn, toegestaan onder (b) van dit voorschrift.

    Bestudeer voorschrift 25: Zeilschepen varend en schepen onder riemen

  29. 29.Een luchtkussenvaartuig in niet-waterverplaatsende toestand moet daarnaast tonen:

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Een rondom zichtbaar geel flikkerlicht

    b Een luchtkussenvaartuig, varende zonder waterverplaatsing, dient, behalve de lichten voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, een rondom zichtbaar geel schitterlicht te tonen.

    Bestudeer voorschrift 23: Werktuiglijk voortbewogen schepen varend

  30. 30.Een beperkt manoeuvreerbaar schip van ten minste 12 m, behalve bij mijnenopruiming, toont welke statuslichten?

    Toon antwoord

    Goed antwoord: B. Rood-wit-rood rondom zichtbare lichten verticaal

    b Een beperkt manoeuvreerbaar schip, behalve een schip bezig met mijnenopruimingswerkzaamheden, dient te tonen: (i) drie rondom zichtbare lichten, loodrecht ten opzichte van elkaar, daar waar deze het best kunnen worden gezien. Het bovenste en het onderste licht dienen rood en het middelste licht dient wit te zijn;

    Bestudeer voorschrift 27: Onmanoeuvreerbare of beperkt manoeuvreerbare schepen

IALACOLREG Exam Pass

Elke keer een nieuw oefenexamen?

Met de Exam Pass krijg je onbeperkt willekeurige oefenexamens, een foutenbank die elke gemiste vraag terugbrengt tot je hem goed hebt, en je score voor examengereedheid.

Bekijk de Exam Pass

eenmalig · 12 maanden · geen abonnement

Meer gratis oefentoetsen

De regels achter de vragen