Mijn modules›M2 IALA›3. Lichtkarakters: schitterlicht, flikkerlicht, isofaselicht, onderbroken licht en morse
Onderdelen bekijken

Lichtkarakters: schitterlicht, flikkerlicht, isofaselicht, onderbroken licht en morse

IALA≈ 3 min lezen

Een lichtaanduiding op de kaart lezen

1De les in gewone woorden

In één zin

Een lichtaanduiding op de kaart vat ritme, kleur, periode, hoogte en dracht samen. Lees van links naar rechts: Fl(3)G.10s15m5M.

De volgorde

Kaarten volgens INT 1, de internationale verklaring van kaartsymbolen, geven een licht in vaste volgorde weer: ritme, kleur, periode, lichthoogte, dracht. Een magenta lichtvlam naast het symbool geeft aan dat de markering verlicht is. Admiralty-kaarten en Amerikaanse kaarten gebruiken dezelfde volgorde, al verschillen spaties en punten per kaart.

Uitgewerkt voorbeeld

Neem Fl(3)G.10s15m5M. Fl(3): groepsschitterlicht, drie schitteringen. G: groen. 10s: de hele reeks herhaalt zich elke 10 seconden. 15m: het licht staat 15 meter boven het op de kaart aangegeven hoogtereferentievlak, het uitgangsniveau voor hoogten. 5M: de nominale dracht, de afstand waarop het licht onder standaardomstandigheden zichtbaar is, bedraagt 5 zeemijl (NM).

Andere onderdelen

Een sectorlicht vermeldt meerdere kleuren: Iso.WRG.4s toont wit, rood of groen, afhankelijk van waar je bent. Dir betekent richtingslicht, met een smalle bundel die een richting aangeeft. Ldg betekent geleidelichten: twee lichten die je op één lijn houdt om een koerslijn te volgen. (vert) betekent lichten boven elkaar. Bij boeien staan vaak alleen ritme, kleur en periode.

Nominale dracht

Het getal met M op moderne kaarten is de nominale dracht: hoe ver het licht in het donker reikt bij een meteorologisch zicht van 10 zeemijl. Het geeft de lichtsterkte weer, niet hoe ver je het vanavond ziet. Je ooghoogte, de aardkromming en het werkelijke zicht beïnvloeden dat. De lessen over vuurtorens en dracht leggen uit hoe.

Welk ritme bij welke markering

Lateraal: rood of groen, elk ritme behalve Fl(2+1), dat voor voorkeursvaarwater is gereserveerd. Kardinaal: wit Q of VQ, ononderbroken of in groepen. Afzonderlijk gevaar: wit Fl(2). Veilig vaarwater: wit Iso, Oc, LFl 10s of Mo(A). Bijzonder: geel; andere ritmes dan die van kardinale markeringen, afzonderlijk gevaar en veilig vaarwater. Noodwrakmarkering: afwisselend blauw en geel. De kleur beperkt de mogelijkheden; het ritme bevestigt de herkenning.

2Kerngegevens

Lateraal
Rood of groen; elk ritme behalve Fl(2+1)
Voorkeursvaarwater
Rood of groen Fl(2+1)
Kardinaal
Wit Q of VQ: ononderbroken, of groepen van 3, 6 + LFl, 9
Afzonderlijk gevaar
Wit Fl(2)
Veilig vaarwater
Wit Iso, Oc, LFl 10s of Mo(A)
Bijzonder
Geel; geen ritmes van kardinalen, afzonderlijk gevaar of veilig vaarwater

3Kernpunten

  1. 1

    Lees de aanduiding in volgorde: ritme, kleur, periode, lichthoogte, dracht.

  2. 2

    Kleine m is hoogte in meters; hoofdletter M is dracht in zeemijlen.

  3. 3

    De dracht op de kaart is de nominale dracht, bij 10 NM zicht.

  4. 4

    De kleur beperkt de mogelijke typen markering; het ritme bevestigt de herkenning.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: 15m in een lichtaanduiding is de dracht.

    Goed: 15m is de lichthoogte in meters. De dracht is het getal met een hoofdletter M.

  • Fout: De dracht op de kaart is hoe ver je het licht vanavond ziet.

    Goed: Het is de nominale dracht bij 10 NM zicht. Je ooghoogte en het werkelijke zicht beïnvloeden wat je ziet.

  • Fout: Elk geel licht is een kardinale markering.

    Goed: Kardinale lichten zijn wit. Bijzondere markeringen tonen geel; noodwrakmarkeringen wisselen blauw en geel af. Bekijk de hele cyclus.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Je kaart toont Fl(2)R.6s8m4M naast een licht. Wat betekent elk onderdeel? Garandeert 4M dat je het licht vanavond op 4 zeemijl afstand ziet?

Toon het antwoord

Fl(2) betekent twee schitteringen per groep; R betekent rood; 6s is de volledige periode; 8m is de lichthoogte boven het op de kaart aangegeven hoogtereferentievlak; 4M is de nominale dracht in zeemijlen. Het is geen garantie: het zicht en je ooghoogte bepalen mede of je het licht ziet.

Examentips

  • Volgorde: ritme, kleur, periode, lichthoogte (m), dracht (M).
  • De lichthoogte wordt gemeten boven het op de kaart aangegeven hoogtereferentievlak.
  • Dracht op de kaart = nominale dracht (10 NM zicht).
  • Wit Fl(2) = afzonderlijk gevaar; rood of groen Fl(2+1) = voorkeursvaarwater.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities