Mijn modules›M2 IALA›14. Vuurtorens, sectorlichten, geleidelichten en draagwijdte
Onderdelen bekijken

Vuurtorens, sectorlichten, geleidelichten en draagwijdte

IALA≈ 4 min lezen

Sectorlichten: kleur per richting

1De les in gewone woorden

In één zin

Een sectorlicht toont een andere kleur of een ander ritme naargelang je peiling van het licht. De grenzen zijn ware peilingen vanuit zee, met de klok mee gelezen.

Wat een sector is

Een sectorlicht toont verschillende kleuren of ritmen over bepaalde hoeken van de horizon. De kleur die je ziet, vertelt je in welke sector je zit. Sectorlichten markeren veilige aanlopen, koersveranderingspunten, splitsingen van vaargeulen en gevaren. Een sector waarin je het licht niet kunt zien, is verduisterd. De totale hoek waarbinnen het licht zichtbaar is, heet de zichtbaarheidssector.

Hoe peilingen worden vermeld

Sectorgrenzen in de lichtenlijst en op de kaart zijn ware peilingen, gemeten vanaf het ware noorden, van 000° tot 359°. Ze staan met de klok mee en vanuit zee vermeld: je peilt het licht zoals je dat vanaf je boot zou doen. Een witte sector 358°–002° betekent dus dat je wit ziet als je het licht tussen 358° en 002° peilt.

Welke kleur waar

Waar een sectorlicht de randen van een vaargeul markeert, volgen de kleuren volgens IALA de laterale betonningsregels van de regio. In regio A zie je dan meestal rood aan bakboord en groen aan stuurboord, met wit in het midden. Niet elk licht volgt dit patroon. Veel sectoren markeren gevaren. Bekijk daarom elk licht op de kaart en in de lijst.

Uitgewerkt voorbeeld

Een licht toont groen 352°–358°, wit 358°–002° en rood 002°–008°. De kaart geeft wit aan als je aanloopsector. Je vaart ongeveer noord naar het licht toe en ziet groen. Met een handpeilkompas peil je het licht op 355°T. Dat is lager dan de witte grens van 358°. Je zit dus oostelijk van de witte sector, aan de stuurboordzijde ervan. Verander koers naar bakboord tot het licht weer wit wordt.

Grenzen zijn niet scherp

Bij elke kleurgrens ligt een smalle onzekerheidssector, waarin het licht wit, gemengd of donker kan lijken. Bij koud of nat weer maken rijp en vocht op de lantaarn deze zone breder. Gekleurde sectoren kunnen dan wit lijken. Stuur nooit langs een sectorgrens. Controleer je positie met een kompaspeiling van het licht.

2Stap voor stap

Binnenlopen met een sectorlicht

  1. 1

    Zoek het licht op de kaart en in de lichtenlijst. Noteer de kleur en grenzen van elke sector.

    Je moet al weten welke kleur aan welke kant ligt voordat je het licht ziet.

  2. 2

    Herken het licht aan zijn volledige lichtkarakter voordat je de kleur gebruikt.

    Een ander licht in de buurt kan dezelfde kleuren tonen.

  3. 3

    Volg de sector voor je geplande veilige aanloop, binnen de gekarteerde grenzen.

    Wit alleen garandeert geen veilig vaarwater voor je boot.

  4. 4

    Verandert de kleur onverwacht, controleer dan je peiling en kaart voordat je langs de veilige route corrigeert.

    Een kleurwisseling kan een geplande koersverandering of gevaar aangeven. Controleer je sector voordat je koers verandert.

  5. 5

    Controleer met een handpeilkompas en het echolood.

    Sectorgrenzen zijn niet scherp en een licht kan verkeerd zijn afgesteld.

3Kerngegevens

Sectorgrenzen
Ware peilingen, met de klok mee, vanuit zee gezien
Wit 358°–002°
Je ziet wit als je het licht tussen 358° en 002° peilt
Onzekerheidssector
Smalle zone bij elke grens; breder bij rijp of regen
Verduisterde sector
Sector waarin het licht niet zichtbaar is

4Kernpunten

  1. 1

    Sectorgrenzen zijn ware peilingen vanuit zee, met de klok mee gelezen.

  2. 2

    De kleur die je ziet, vertelt je in welke sector je zit.

  3. 3

    Grenzen zijn vaag: controleer met een kompaspeiling en stuur nooit op de grens.

  4. 4

    Welke kleur waar ligt, hangt af van het licht. Lees de kaart.

5Veelgemaakte fouten

  • Fout: Sectorpeilingen worden vanaf het licht naar zee opgegeven.

    Goed: Het zijn peilingen van het licht vanuit zee, zoals je ze vanaf je boot neemt.

  • Fout: Groen betekent bij een sectorlicht altijd veilig vaarwater.

    Goed: Lees de kaart om te zien welke sector, als die er is, je aanloop markeert.

  • Fout: De kleur verandert precies op de gekarteerde peiling.

    Goed: Bij elke grens ligt een onzekerheidssector, die bij slecht weer breder is.

6Praktijkgeval en examentips

Situatie

Een licht toont vanuit zee de sectoren groen 090°–095°, wit 095°–099° en rood 099°–104°. De kaart geeft wit aan als aanloopsector. Je vaart oost naar het licht toe en ziet groen. Met je handpeilkompas peil je het licht op 093°T. Waar zit je en wat doe je?

Toon het antwoord

De peiling van 093° is lager dan de witte grens van 095°. Je zit dus zuidelijk van de witte sector, aan de stuurboordzijde als je oost vaart. Verander koers naar bakboord, naar het noorden, tot het licht wit wordt en tussen 095° en 099° peilt. Stuur dan zo dat het wit blijft. Controleer met de diepte en nieuwe peilingen.

Examentips

  • Sectorgrenzen: waar, met de klok mee, vanuit zee.
  • De kleur geeft je sector aan; de kaart toont of die geschikt is voor je aanloop.
  • Onzekerheidssector bij elke grens; controleer met een kompaspeiling.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities