Mijn modules›M6 Meteorologie›10. Een synoptische kaart lezen: isobaren, wind en het komende weer
Onderdelen bekijken

Een synoptische kaart lezen: isobaren, wind en het komende weer

Meteorologie≈ 3 min lezen

Oppervlaktewind: wrijving, ruimen en krimpen

1De les in gewone woorden

In één zin

Wrijving vertraagt de oppervlaktewind en buigt hem af naar lage druk: gekrompen op het noordelijk halfrond, geruimd op het zuidelijk halfrond.

Wrijving vertraagt en draait

Dicht bij het oppervlak vertraagt wrijving de wind. Het corioliseffect neemt daardoor af, zodat de wind de isobaren kruist richting lage druk. Krimpen betekent dat de richting waaruit de wind komt tegen de klok in verandert; ruimen betekent met de klok mee. Vergeleken met de geostrofische wind is de oppervlaktewind gekrompen op het noordelijk halfrond (NH) en geruimd op het zuidelijk halfrond (ZH).

Boven zee

De zee is glad, dus de wrijving is relatief klein. Op het noordelijk halfrond is de oppervlaktewind boven open zee ongeveer 10–20° gekrompen en bedraagt de snelheid ongeveer twee derde tot drie kwart van de geostrofische snelheid. Boven land is de wrijving groter: ongeveer 30° of meer gekrompen en vaak maar de helft van de snelheid.

Stabiliteit verandert de wind

In onstabiele lucht, zoals koude lucht boven warmer zeewater, brengt menging snelle lucht van boven naar beneden: de oppervlaktewind is sterker en vlagerig, met een kleinere draaihoek richting lage druk. In stabiele lucht, zoals warme lucht boven kouder zeewater, is de oppervlaktewind zwakker, met een grotere draaihoek. Vlak boven de mast kan de wind echter sterk blijven.

Rekenvoorbeeld (noordelijk halfrond)

De kaart geeft een geostrofische wind van 30 knopen uit 270°. Verwacht boven open zee ongeveer 20–23 knopen, windkracht 5 tot 6, uit ongeveer 250–260°. Stabiele lucht kan de oppervlaktewind verder verzwakken. Kusteffecten kunnen de wind versterken of verzwakken; windstoten bij buien kunnen bijna 30 knopen bereiken.

Over de kustlijn (noordelijk halfrond)

Wind die van land naar zee waait, ondervindt minder wrijving: boven zee ruimt hij en neemt hij toe. Wind die het land op waait, krimpt en neemt af. Sta je met je rug naar wind die langs de kust waait, met land rechts, dan wordt de stroming samengedrukt: sterkere wind bij de kust. Met land links spreidt de stroming zich: zwakkere wind. Samenstromen heet convergentie; uiteenstromen heet divergentie.

2Kerngegevens

Boven zee (NH)
~10–20° gekrompen; ongeveer 2/3 tot 3/4 van de geostrofische snelheid
Boven land (NH)
~30° of meer gekrompen; vaak ongeveer de halve snelheid
Zuidelijk halfrond
Oppervlaktewind geruimd ten opzichte van geostrofische wind, niet gekrompen
Voorbeeld (NH)
Geostrofisch 270°/30 kn → zeeoppervlak ~255°, 20–23 kn
Aflandige wind vanaf land (NH)
Ruimt en neemt toe boven zee
Langs een kust (NH)
Rug naar de wind, land rechts: sterker; land links: zwakker

3Kernpunten

  1. 1

    Wrijving buigt de oppervlaktewind af naar het lagedrukgebied.

  2. 2

    Noordelijk halfrond: oppervlaktewind is gekrompen; zuidelijk: geruimd.

  3. 3

    Boven zee (NH): ongeveer 10–20° gekrompen, ongeveer twee derde tot drie kwart van de geostrofische snelheid.

  4. 4

    Onstabiele lucht: sterker en vlagerig; stabiele lucht: zwakker aan het oppervlak.

  5. 5

    Wind die van land naar zee waait, ruimt en neemt toe (NH).

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: De oppervlaktewind boven zee is gelijk aan de geostrofische wind van de kaart.

    Goed: Verlaag de snelheid tot ongeveer twee derde à drie kwart en laat de wind 10–20° krimpen (NH). Houd daarna rekening met windstoten.

  • Fout: Wrijving laat de wind op beide halfronden krimpen.

    Goed: Wrijving buigt de wind af naar lage druk. Dat is krimpen op het noordelijk en ruimen op het zuidelijk halfrond.

  • Fout: Weinig wind in de haven betekent weinig wind op zee.

    Goed: Beschutting kan zowel windsnelheid als windrichting in een haven veranderen. Schat de wind op open zee met de kaart en de officiële verwachting.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

De kaart boven de Golfe du Lion toont een geostrofische wind van 45 knopen uit 320°. De lucht is koud en stroomt over warmer zeewater. Welke oppervlaktewind verwacht je op zee?

Toon het antwoord

De standaardcorrectie geeft ongeveer 30–34 knopen, windkracht 7–8, uit 300–310°. Koude lucht boven warmer zeewater bevordert menging, dus de gemiddelde wind kan sterker en minder gekrompen zijn: dichter bij 320°. Windstoten kunnen 45 knopen bereiken of overschrijden; de kaart alleen kan die niet voorspellen. Controleer de officiële verwachting voor wind en windstoten.

Examentips

  • Wrijving aan het oppervlak vertraagt de wind en buigt hem af naar lage druk (gekrompen op NH, geruimd op ZH).
  • Boven zee (NH): ongeveer 10–20° gekrompen en 2/3–3/4 van de geostrofische snelheid; boven land sterker gekrompen en langzamer.
  • Wind vanaf land ruimt en neemt toe boven zee (NH); aanlandige wind krimpt en neemt af.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities