Mijn modules›M16 Oceaan en getijden›6. Zeestromingen (de belangrijkste stromingen van de Atlantische Oceaan), golven en deining
Onderdelen bekijken

Zeestromingen (de belangrijkste stromingen van de Atlantische Oceaan), golven en deining

Oceaan en getijden≈ 3 min lezen

De belangrijkste Noord-Atlantische zeestromen

1De les in gewone woorden

In één zin

De Noord-Atlantische gyre combineert snelle westelijke en langzamere oostelijke stromen. Gebruik pilot charts voor typische snelheden en recente analyses voor veranderingen.

De kringloop

Volg de subtropische kringloop met de klok mee: de Noord-Equatoriale Stroom westwaarts naar het Caribisch gebied; de Floridastroom en Golfstroom noord- en noordoostwaarts; een oostwaartse terugweg via de Azorenstroom, ten zuiden van de Azoren; dan de Canarische Stroom zuidwestwaarts naar de tropen. De Noord-Atlantische Stroom takt noordoostwaarts af van het Golfstroomsysteem, richting Noord-Europa.

Golfstroom

Volgens NOAA haalt de Golfstroom gemiddeld ongeveer 3,5 knopen, met aan het oppervlak in de kern ongeveer 5 knopen. Hij is ongeveer 100 km breed. Verder noordwaarts wordt hij breder, gaat hij meanderen en vertraagt hij tot minder dan 1 knoop. Er ontstaan ook warme en koude wervels: ronddraaiende watermassa's die de stroomrichting en stroomsnelheid kunnen veranderen.

De oostkant

De Noord-Atlantische Stroom voert via meerdere takken water noordoostwaarts naar Europa. De snelheid verschilt per tak en plaats. De Azorenstroom, ten zuiden van de Azoren, haalt gemiddeld slechts ongeveer 0,2 knopen, met snellere stroomstroken. De Canarische Stroom stroomt met ongeveer 0,2–0,6 knopen zuidwestwaarts langs Afrika en de Canarische Eilanden. De Noord-Equatoriale Stroom, tussen ongeveer 10° en 20° N, stroomt gemiddeld slechts ongeveer 0,2–0,3 knopen westwaarts, geholpen door de passaten.

Stromen benutten op overtocht

De klassieke passaatroute van de Canarische Eilanden naar het Caribisch gebied benut de Canarische en Noord-Equatoriale Stroom samen met de passaten. Op de terugweg varen jachten noordwaarts richting Bermuda en de Azoren om de westenwinden te benutten. Pilot charts, kaarten met gemiddelde vaaromstandigheden, en routegidsen geven per maand de gemiddelde stroomrichting en stroomsnelheid. Recente stroomanalyses schatten de ligging van de Golfstroom en zijn wervels. Controleer voor welk tijdstip ze gelden.

Stroming en je positie

De stroomrichting geeft aan waar het water naartoe stroomt; de stroomsnelheid is de snelheid in knopen. Een stroom van 0,5 knopen verplaatst je in 24 uur 12 zeemijl. Met gisbestek bepaal je vanuit een bekende positie je positie op basis van koers, snelheid en verstreken tijd. Pas de stroomverplaatsing toe op je gegiste positie om een geschatte positie te krijgen. Vergelijk die met je waargenomen positie: de werkelijke stroom kan afwijken van het maandgemiddelde.

2Kerngegevens

Golfstroom (NOAA)
Gemiddeld ongeveer 3,5 kn; in de kern tot ongeveer 5 kn
Breedte Golfstroom
Ongeveer 100 km
Noord-Atlantische Stroom
Noordoostwaarts naar Europa; snelheid verschilt per tak en plaats
Azorenstroom
Gemiddeld ongeveer 0,2 kn, met snellere stroomstroken
Canarische Stroom
Ongeveer 0,2–0,6 kn, zuidwestwaarts
Voorbeeld stroomverplaatsing
0,5 kn gedurende 24 h = 12 nm

3Kernpunten

  1. 1

    Subtropische kring: Noord-Equatoriale → Florida/Golfstroom → Azoren → Canarische Stroom. Noord-Atlantische Stroom takt noordoostwaarts af.

  2. 2

    De Golfstroom haalt gemiddeld ongeveer 3,5 knopen en bereikt in de kern ongeveer 5 knopen.

  3. 3

    Oostelijke stromen zijn langzaam: de Canarische Stroom haalt ongeveer 0,2–0,6 knopen.

  4. 4

    Gebruik pilot charts voor maandgemiddelden en recente stroomanalyses voor veranderingen. Controleer voor welk tijdstip elke bron geldt.

  5. 5

    Een halve knoop gedurende een dag is 12 zeemijl: houd daar rekening mee.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: De Golfstroom is een constante rivier op een vaste plaats.

    Goed: Hij meandert en vormt wervels. Bekijk een recente stroomanalyse voordat je hem oversteekt.

  • Fout: Een stroom van een halve knoop is op zee te zwak om mee te tellen.

    Goed: Een halve knoop gedurende 24 uur is 12 zeemijl. Pas de stroomverplaatsing toe op je gegiste positie om een geschatte positie te krijgen.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Je zuidwestelijke overtocht is 850 nm bij 6 knopen door het water. Een pilot chart toont gemiddeld 0,4 knopen stroom mee. Je bemanning belooft negen uur eerder aan te komen. Is die belofte verantwoord?

Toon het antwoord

Het is een bruikbare schatting, geen belofte. Een constante stroom mee geeft 6,4 knopen over de grond: ongeveer 133 uur in plaats van 142. Maar de kaart geeft een maandgemiddelde. Controleer je werkelijke voortgang met satellietnavigatie (GNSS) en recente stroominformatie voordat je op die aankomsttijd rekent.

Examentips

  • Subtropische kringloop met de klok mee: Noord-Equatoriale Stroom westwaarts → Floridastroom/Golfstroom noord- en noordoostwaarts → Azorenstroom oostwaarts → Canarische Stroom zuidwestwaarts. De Noord-Atlantische Stroom takt noordoostwaarts af naar Europa.
  • Golfstroom: gemiddeld ongeveer 3,5 kn, in de kern ongeveer 5 kn (NOAA), meanders en wervels.
  • Oostelijke stromen langzaam: Canarische Stroom ongeveer 0,2–0,6 kn; stroomverplaatsing = stroomsnelheid × tijd.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities