Bulkschepen: de BLU-code, het laadplan en SOLAS XII
1De les in gewone woorden
Bulkschepen laden snel en zwaar. De BLU-code en SOLAS-hoofdstukken VI en XII verplichten kapitein en terminal tot een plan dat de romp binnen de grenzen houdt.
Waarom bulkschepen anders zijn
Terminals kunnen duizenden tonnen per uur laden. Zware lading zoals ijzererts vult maar een deel van een ruim, maar belast de tanktop, de bovenkant van de dubbele bodem, plaatselijk sterk. Het verlies van bulkschepen, soms zo plotseling dat geen noodbericht werd verstuurd, leidde tot SOLAS-hoofdstuk XII, de BLU-code en strengere klassevoorschriften.
De BLU-code
De BLU-code, de Code voor het veilig laden en lossen van bulkschepen (IMO-resolutie A.862(20)), beschrijft de taken van de kapitein en de terminalvertegenwoordiger. Volgens SOLAS VI/7 spreken zij vóór het laden een laad- of losplan af: de ruimvolgorde, het gewicht van elke stort (één laadstap in een ruim) en de ballastfasen. Het BLU-handboek geeft terminalpersoneel richtlijnen.
Veiligheidscontrolelijst schip/wal
Vóór de werkzaamheden vullen kapitein en terminalvertegenwoordiger de veiligheidscontrolelijst schip/wal in (BLU-code, aanhangsel 3): ligplaatsdiepte en kruiphoogte (air draught: de hoogte van de waterlijn tot het hoogste punt van het schip), meerlijnen, communicatie, het afgesproken plan, ballastdebieten en de noodstopprocedure. De kapitein mag het laden stoppen als het plan niet wordt gevolgd of de veiligheid gevaar loopt. Houd het schip rechtop, of beperk de slagzij tot wat de werkzaamheden vereisen.
SOLAS XII
Bulkschepen van 150 m en langer moeten een beladingsinstrument hebben dat dwarskrachten (SF) en buigende momenten (BM) in de scheepsromp berekent (XII/11). Elk bulkschip heeft waterniveaudetectoren in ieder ruim (XII/12): één alarm op 0,5 m boven de binnenbodem en een tweede op 15 % van de ruimhoogte, maar niet hoger dan 2 m. Ballasttanks vóór het aanvaringsschot geven ook alarm bij hoogstens 10 % van de tankinhoud.
Laden in de praktijk
Met de laatste storten breng je het schip op de geplande vertrekdiepgangen en -trim. Houd daarom lading achter voor trimstorten. Blijf per stort binnen het geplande tonnage; walweegschalen kunnen afwijken. Stop als het ontballasten achterloopt.
2Stap voor stap
Een laadplan afspreken en uitvoeren
- 1
Stuur je laadplan tijdig naar de terminal, met de uitvoer van het beladingsinstrument.
SOLAS VI/7 en de BLU-code vereisen deze informatie vooraf.
- 2
Spreek het laadplan af: ruimvolgorde, stortgroottes, ballastfasen en debieten.
Elke fase is gecontroleerd op SF, BM en tanktopbelasting.
- 3
Vul met de terminalvertegenwoordiger de veiligheidscontrolelijst schip/wal in.
Hiermee bevestig je communicatie, ligplaatsdiepte, kruiphoogte en de stopprocedure.
- 4
Vraag na elke stort het tonnage op, lees de diepgangen af en vergelijk met het plan.
Zo ontdek je weegfouten en afwijkingen van het plan tijdig.
- 5
Laat ontballasten gelijke tred houden; stop het laden als het achterloopt.
Als lading vóórloopt op ballastafvoer, kan de romp overbelast raken.
- 6
Eindig met de afgesproken trimstorten; toets de uiteindelijke diepgangen, trim en het tonnage aan het plan.
Zo bevestig je dat de eindtoestand overeenkomt met het gecontroleerde plan.
3Kerngegevens
- BLU-code
- IMO-resolutie A.862(20); taken van kapitein en terminal
- SOLAS VI/7
- Kapitein en terminal spreken het laad-/losplan af
- Controlelijst
- Veiligheidscontrolelijst schip/wal, BLU-code aanhangsel 3
- SOLAS XII/11
- Beladingsinstrument op bulkschepen ≥ 150 m
- SOLAS XII/12
- Ruimalarmen op 0,5 m en 15 % van de ruimhoogte (≤ 2 m)
4Kernpunten
- 1
Kapitein en terminal spreken een schriftelijk laadplan af: ruimen, storten en ballast.
- 2
Vul vóór de werkzaamheden de veiligheidscontrolelijst schip/wal in.
- 3
De kapitein kan het laden stoppen als het plan niet wordt gevolgd.
- 4
Houd laadtempo en ballastdebiet in de afgesproken verhouding, binnen de gecontroleerde laadvolgorde.
5Veelgemaakte fouten
Fout: Het terminalplan is de verantwoordelijkheid van de terminal.
Goed: De kapitein is verantwoordelijk voor stabiliteit en sterkte van het schip. Controleer elke stort met het beladingsinstrument voordat je akkoord gaat.
Fout: De stortgrootte maakt niet uit als het ruimtotaal klopt.
Goed: Eén grote stort kan in een tussenfase plaatselijke of langsscheepse sterktebegrenzingen overschrijden. Houd je aan de afgesproken stortgroottes.
6Praktijkgeval en examentips
IJzererts: voor ruim nr. 4 is 12.000 t in drie storten gepland. De terminal laadt met 4.500 t/h en wil één doorlopende stort om tijd te besparen. Je plan is alleen gecontroleerd voor storten van 4.000 t. Wat zeg je?
Toon het antwoord
Pas na controle. Een stort van 12.000 t, ongeveer 2 h 40 min bij 4.500 t/h, kan tussentijds de SF- of BM-grens overschrijden. Ook kan het ontballasten achterlopen. Houd de afgesproken storten van 4.000 t aan (elk ongeveer 53 minuten). Of controleer eerst de nieuwe volgorde met het beladingsinstrument en pas het plan schriftelijk aan.
Examentips
- BLU-code A.862(20); SOLAS VI/7 vereist het afgesproken laadplan.
- Veiligheidscontrolelijst schip/wal vóór het laden.
- XII/11 beladingsinstrument (≥ 150 m); XII/12 waterniveaudetectoren.
- De kapitein mag het laden stoppen; houd lading en ballast in de pas.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities

