Mijn modules›M1 COLREG›10. Lichten: definities, werktuiglijk voortbewogen en slepende schepen
Onderdelen bekijken

Lichten: definities, werktuiglijk voortbewogen en slepende schepen

Regels 20–24
Geen notities
COLREG≈ 2 min lezen

23Werktuiglijk voortbewogen schepen varend

Stuurboordaanzicht van de armaturen: twee toplichten, het achterste hoger, en het boordlicht achter het voorste toplicht. Twee toplichten zijn verplicht vanaf 50 m en toegestaan onder 50 m.

1De regel in gewone woorden

In één zin

Een werktuiglijk voortbewogen vaartuig onderweg toont 's nachts toplicht, zijlichten en heklicht; vanaf 50 meter twee toplichten.

Welke lichten?

Een toplicht vooraan, zijlichten (groen aan stuurboord en rood aan bakboord, zie Regel 21) en een heklicht achteraan. Dit zijn de basislichten van elk werktuiglijk voortbewogen vaartuig onderweg.

En het tweede toplicht?

Het komt achterlijker en hoger dan het voorste. Het is verplicht vanaf een lengte van 50 meter; onder 50 meter mag je het voeren, maar het hoeft niet.

Luchtkussenvaartuig of WIG-vaartuig?

Bovenop de normale lichten voegt een luchtkussenvaartuig in niet-waterverplaatsende toestand een rondom zichtbaar flitsend geel licht toe; een WIG-vaartuig dat opstijgt, landt of dicht bij het oppervlak vliegt, voegt een rondom zichtbaar flitsend rood licht met hoge lichtsterkte toe.

En kleine motorboten?

Onder 12 meter mag je ze allemaal vervangen door een rondom zichtbaar wit licht en zijlichten. Onder 7 meter met een maximumsnelheid van 7 knopen volstaat het witte licht, met zijlichten als dat praktisch uitvoerbaar is.

2Bekijk het in 3D

Draai het schip of kies boeg, hek, bakboord of stuurboord: zo zie je de lichten 's nachts.

Hier wordt een interactieve 3D-illustratie getoond. Dezelfde inhoud is beschreven in de regeltekst en de kernpunten hieronder.

Werktuiglijk voortbewogen schip in de vaart, korter dan 50 m: wit voorste toplicht, rood boordlicht aan bakboord, groen aan stuurboord en wit heklicht. Een tweede toplicht mag, maar is niet verplicht.
Schematisch bovenaanzicht van de armaturen. Een werktuiglijk voortbewogen schip korter dan 12 m mag in plaats van de gebruikelijke opstelling een rondom zichtbaar wit licht en boordlichten voeren.

3Kernpunten

  1. 1

    Werktuiglijk voortbewogen onderweg = voorste toplicht + zijlichten + heklicht.

  2. 2

    50 m of meer → tweede toplicht, achterlijker en hoger.

  3. 3

    Onder 12 m → rondom zichtbaar wit licht + zijlichten kan volstaan.

  4. 4

    Onder 7 m en max. 7 knopen → rondom zichtbaar wit; zijlichten als praktisch uitvoerbaar.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: "Een vaartuig van 40 meter mag geen tweede toplicht voeren."

    Goed: Het mag het wel voeren; het is alleen niet verplicht. Het is verplicht vanaf 50 meter.

  • Fout: "Het tweede toplicht komt vóór het eerste en lager."

    Goed: Het komt achterlijker dan het eerste en hoger dan het eerste.

  • Fout: "Een motorboot van 10 meter heeft altijd een afzonderlijk toplicht en heklicht nodig."

    Goed: Onder 12 meter mag hij in plaats daarvan een rondom zichtbaar wit licht en zijlichten tonen.

5Examentips en interpretatie

Examentips

  • Twee toplichten bewijzen niet dat het vaartuig 50 meter of langer is: een kleiner vaartuig mag beide vrijwillig voeren.
  • "Flitsend geel" = luchtkussenvaartuig in niet-waterverplaatsende toestand; "flitsend rood met hoge lichtsterkte" = WIG-vaartuig nabij het oppervlak.
  • Let op de grenzen: "onder 12 m" en "onder 7 m en niet meer dan 7 knopen" zijn verschillende uitzonderingen.

Hoe lees je het

  • Lees eerst de toplichten: als er twee zijn, geeft het lagere het voorschip aan. De kleur van het zijlicht vertelt daarna welke zijde je ziet.
  • Onder 12 meter mag het licht worden verplaatst als het niet op de hartlijn kan worden geplaatst, maar de zijlichten moeten dan in één lantaarn worden gecombineerd.

6Officiële tekst

IMO COLREG 1972Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

a Een werktuiglijk voortbewogen schip dat varende is dient te tonen: (i) een toplicht op het voorschip; (ii) een tweede toplicht achter het toplicht op het voorschip en hoger geplaatst, behalve dat een schip met een lengte van minder dan 50 meter niet verplicht is zulk een licht te tonen, doch het wel mag doen; (iii) boordlichten; (iv) een heklicht. b Een luchtkussenvaartuig, varende zonder waterverplaatsing, dient, behalve de lichten voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, een rondom zichtbaar geel schitterlicht te tonen. c Een WIG-tuig dient alleen tijdens de start, de landing en de vlucht vlak boven water, behalve de lichten voorgeschreven onder a van dit voorschrift, een rondom zichtbaar rood schitterlicht te tonen. d (i) Een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van minder dan 12 meter mag, in plaats van de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit Voorschrift, een rondom zichtbaar wit licht en de boordlichten tonen; (ii) een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van minder dan 7 meter en waarvan de hoogst bereikbare snelheid niet meer is dan 7 zeemijl per uur mag, in plaats van de lichten voorgeschreven onder (a) van dit Voorschrift, een rondom zichtbaar wit licht tonen en dient, indien uitvoerbaar, ook boordlichten te tonen; (iii) het toplicht of het rondom zichtbaar wit licht van een werktuiglijk voortbewogen schip met een lengte van minder dan 12 meter mag uit het midscheeps verticale vlak in langsrichting worden geplaatst, indien plaatsing in dit vlak niet uitvoerbaar is, mits de boordlichten worden gecombineerd in één lantaarn, die gevoerd dient te worden in het midscheeps verticale vlak in langsrichting of nabij hetzelfde langsscheepse vlak als waarin het toplicht of het rondom zichtbaar wit licht zich bevindt.

Bron: Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) A power-driven vessel underway shall exhibit: (i) a masthead light forward; (ii) a second masthead light abaft of and higher than the forward one; except that a vessel of less than 50 meters in length shall not be obliged to exhibit such light but may do so; (iii) sidelights; and (iv) a sternlight. (b) An air-cushion vessel when operating in the non-displacement mode shall, in addition to the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule, exhibit an all-round flashing yellow light. (c) A WIG craft only when taking off, landing and in flight near the surface shall, in addition to the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule, exhibit a high intensity all-round flashing red light. (d) (i) A power-driven vessel of less than 12 meters in length may in lieu of the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule exhibit an all-round white light and sidelights; (ii) a power-driven vessel of less than 7 meters in length whose maximum speed does not exceed 7 knots may in lieu of the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule exhibit an all-round white light and shall, if practicable, also exhibit sidelights; (iii) the masthead light or all-round white light on a power-driven vessel of less than 12 meters in length may be displaced from the fore and aft centerline of the vessel if centerline fitting is not practicable, provided that the sidelights are combined in one lantern which shall be carried on the fore and aft centerline of the vessel or located as nearly as practicable in the same fore and aft line as the masthead light or the all-round white light.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities