Mijn modules›M1 COLREG›11. Lichten: zeilende, vissende, beperkt manoeuvreerbare en ankerende schepen
Onderdelen bekijken

Lichten: zeilende, vissende, beperkt manoeuvreerbare en ankerende schepen

Regels 25–31
Geen notities
COLREG≈ 2 min lezen

25Zeilschepen varend en schepen onder riemen

Een schip onder zeil dat ook door zijn motor wordt voortbewogen geldt als werktuiglijk voortbewogen: het voert de bijbehorende lichten en overdag een kegel met de punt naar beneden.

1De regel in gewone woorden

In één zin

Regel 25 vereist dat een zeilschip onderweg de voorgeschreven lichten toont en biedt opties voor kleine vaartuigen en zeilschepen die ook door een werktuig worden voortbewogen.

Welke lichten toont een zeilschip onderweg?

Het toont de zijlichten en het heklicht.

Wat mag het doen als het minder dan 20 meter lang is?

Het mag die lichten in één gecombineerde lantaarn bij of nabij de top van de mast voeren, waar die het best kan worden gezien.

Is er een aanvullende optie?

Het mag twee rondom zichtbare lichten verticaal tonen, rood boven en groen onder, maar niet samen met de gecombineerde lantaarn.

Hoe zit het met kleine zeilschepen en vaartuigen onder riemen?

Onder 7 m: voorgeschreven lichten als dat praktisch uitvoerbaar is; anders een elektrische zaklamp of brandende lantaarn die een wit licht toont en gereed wordt gehouden. Onder riemen: zeilschiplichten of een wit licht gereed. Toon het gereedgehouden witte licht tijdig om een aanvaring te voorkomen. Onder zeil met werktuig: een kegel vooraan, punt naar beneden.

2Bekijk het in 3D

Draai het schip of kies boeg, hek, bakboord of stuurboord: zo zie je de lichten 's nachts.

Hier wordt een interactieve 3D-illustratie getoond. Dezelfde inhoud is beschreven in de regeltekst en de kernpunten hieronder.

Zeilschip, varend — boordlichten + heklicht.
Detail van de herkenningslichten en -tekens. Een zeilschip mag rondom zichtbare lichten rood boven groen toevoegen aan zijn boordlichten en heklicht. Dit paar mag niet samen met de driekleurenlantaarn worden gevoerd.

3Kernpunten

  1. 1

    Zeilend onderweg → zijlichten + heklicht.

  2. 2

    Minder dan 20 m → gecombineerde lantaarn bij of nabij de masttop.

  3. 3

    Twee rondom zichtbare lichten: rood boven, groen onder · nooit met de gecombineerde lantaarn.

  4. 4

    Onder 7 m/riemen → voorgeschreven of wit licht gereed; zeilend met werktuig → kegel naar beneden.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: "Onder 20 meter moeten de lichten afzonderlijk zijn."

    Goed: Ze mogen worden gecombineerd in één lantaarn bij of nabij de masttop.

  • Fout: "De rode en groene lichten vervangen altijd de gecombineerde lantaarn."

    Goed: Ze zijn aanvullend en mogen niet samen met de gecombineerde lantaarn worden getoond.

  • Fout: "Een vaartuig onder riemen hoeft geen licht gereed te houden."

    Goed: Als het de voorgeschreven lichten niet toont, houdt het een elektrische zaklamp of brandende witte lantaarn gereed.

5Examentips en interpretatie

Examentips

  • "Minder dan 20 meter" sluit precies 20 meter uit: het getal bepaalt of de gecombineerde lantaarn is toegestaan.
  • Rood boven groen is aanvullend, niet de gecombineerde lantaarn: zoek naar "mag niet samen worden getoond".
  • "Punt naar beneden" duidt de kegel aan voor een zeilschip dat ook door een werktuig wordt voortbewogen.

Hoe lees je het

  • Lees "mag" als een optie: de twee rondom zichtbare lichten zijn niet verplicht.
  • "Als dat praktisch uitvoerbaar is" en "op tijd" laten praktisch oordeel toe, maar vereisen dat het witte licht gereed is wanneer de voorgeschreven lichten niet worden getoond.

6Officiële tekst

IMO COLREG 1972Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

De volledige tekst van het voorschrift, overgenomen uit de hieronder vermelde officiële bron.

a Een zeilschip dat varende is, dient te tonen: (i) boordlichten; (ii) een heklicht. b Op een zeilschip met een lengte van minder dan 20 meter mogen de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift worden gecombineerd in één lantaarn, gevoerd aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kan worden gezien. c Een zeilschip dat varende is, mag, behalve de lichten, voorgeschreven onder (a) van dit voorschrift, aan of nabij de top van de mast, waar deze het best kunnen worden gezien, twee rondom zichtbare lichten tonen, het ene loodrecht onder het andere, het bovenste rood en het onderste groen. Deze lichten mogen evenwel niet worden getoond te zamen met de gecombineerde lantaarn, toegestaan onder (b) van dit voorschrift. d (i) Een zeilschip met een lengte van minder dan 7 meter dient, indien uitvoerbaar, de lichten, voorgeschreven onder (a) of (b) van dit voorschrift, te tonen, maar indien het zulks niet doet, dient het een elektrische lamp of een aangestoken lantaarn die een wit licht geven, gereed te houden en tijdig genoeg te tonen om aanvaring te voorkomen. (ii) Een door riemen voortbewogen schip mag de in dit voorschrift voor zeilschepen voorgeschreven lichten tonen, maar indien het zulks niet doet, dient het een elektrische lamp of een aangestoken lantaarn die een wit licht geven, gereed te houden en tijdig genoeg te tonen om aanvaring te voorkomen. e Een schip dat onder zeil is doch tevens werktuiglijk wordt, voortbewogen, dient op het voorschip, waar deze het best kan worden gezien, een kegel met de punt naar beneden te tonen.

Bron: Overheid.nl – Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee (2016)

Oorspronkelijke Engelse tekst
(a) A sailing vessel underway shall exhibit: (i) sidelights; (ii) a sternlight. (b) In a sailing vessel of less than 20 meters in length the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule may be combined in one lantern carried at or near the top of the mast where it can best be seen. (c) A sailing vessel underway may, in addition to the lights prescribed in paragraph (a) of this Rule, exhibit at or near the top of the mast, where they can best be seen, two all-round lights in a vertical line, the upper being red and the lower green, but these lights shall not be exhibited in conjunction with the combined lantern permitted by paragraph (b) of this Rule. (d) (i) A sailing vessel of less than 7 meters in length shall, if practicable, exhibit the lights prescribed in paragraph (a) or (b) of this Rule, but if she does not, she shall have ready at hand an electric torch or lighted lantern showing a white light which shall be exhibited in sufficient time to prevent collision. (ii) A vessel under oars may exhibit the lights prescribed in this Rule for sailing vessels, but if she does not, she shall have ready at hand an electric torch or lighted lantern showing a white light which shall be exhibited in sufficient time to prevent collision. (e) A vessel proceeding under sail when also being propelled by machinery shall exhibit forward where it can best be seen a conical shape, apex downwards.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities