Op de motor of onder zeil: welke lichten je voert
1De les in gewone woorden
Een toplicht duidt op motorvaart. Onder zeil voer je boordlichten en een heklicht, of een toegestaan alternatief. Zodra de motor je voortstuwt, voer je de lichten voor motorvaart.
Op de motor
Een werktuiglijk voortbewogen schip is elk schip dat door een motor wordt voortgestuwd. Varend voert het voorop een toplicht, boordlichten en een heklicht (Voorschrift 23). Een tweede toplicht, achter en hoger dan het eerste, is verplicht vanaf 50 m en daaronder toegestaan. Varend betekent: niet ten anker, niet aan de wal vastgemaakt en niet aan de grond.
Kleine motorboten
Onder 12 m mag je ook een rondom zichtbaar wit licht en boordlichten voeren (Voorschrift 23(d)). Onder 7 m, met een topsnelheid van hoogstens 7 knopen, volstaat een rondom zichtbaar wit licht, met boordlichten als dat uitvoerbaar is. Onder 20 m mogen beide boordlichten in één lantaarn op de lengtehartlijn zitten. Op motorboten onder 12 m moet een toplicht of rondom zichtbaar wit licht dat samen met boordlichten wordt gevoerd, minstens 1 m boven die boordlichten staan (Bijlage I).
Onder zeil
Een zeilschip dat varende is, voert boordlichten en een heklicht, zonder toplicht (Voorschrift 25). Onder 20 m mogen die samen in één driekleurenlicht bij de masttop zitten, waar golven en zeilen het minder afschermen. Je mag bij de masttop rondom zichtbare lichten rood boven groen toevoegen, maar nooit samen met het driekleurenlicht.
Zeilen met de motor bij
Zodra de motor je boot voortstuwt, ook met gehesen zeilen, ben je een werktuiglijk voortbewogen schip. Zet het driekleurenlicht uit. Voer een toplicht, op zeiljachten ook stoomlicht genoemd, met boordlichten en een heklicht. Onder 12 m voldoen een rondom zichtbaar wit licht en boordlichten ook. Overdag toon je voorop een kegel met de punt omlaag (Voorschrift 25(e)). Een motor die in vrijloop accu's laadt, stuwt je niet voort.
De kleinste vaartuigen
Een zeilboot onder 7 m voert zeillichten als dat uitvoerbaar is. Anders moet een witte zaklamp of brandende lantaarn klaarliggen om tijdig te tonen en een aanvaring te voorkomen (Voorschrift 25(d)). Een boot die met roeispanen wordt voortbewogen, zoals een roeiboot, mag zeillichten voeren. Anders moet hetzelfde witte licht klaarliggen. Volledige tekst: /colreg/rule-23 en /colreg/rule-25.
2Kerngegevens
- Standaardlichten bij motorvaart
- Toplicht, boordlichten, heklicht; tweede toplicht vanaf 50 m
- Motorboot onder 12 m
- Rondom zichtbaar wit licht + boordlichten ook toegestaan
- Motorboot onder 7 m, max. 7 kn
- Rondom zichtbaar wit licht; boordlichten indien uitvoerbaar
- Zeilschip onder 20 m
- Driekleurenlicht bij de masttop toegestaan
- Zeilen met de motor bij
- Lichten voor motorvaart; overdag een kegel met de punt omlaag
- Zeilboot onder 7 m
- Zeillichten indien uitvoerbaar; anders witte zaklamp gereed
3Kernpunten
- 1
Een wit toplicht dat naar voren over 225° schijnt, duidt op een werktuiglijk voortbewogen schip.
- 2
Onder 12 m mag een motorboot een rondom zichtbaar wit licht en boordlichten voeren.
- 3
Onder zeil: boordlichten en heklicht; onder 20 m mogen die samen in één driekleurenlicht zitten.
- 4
Stuwt de motor je voort, ook met gehesen zeilen? Zet het driekleurenlicht uit en voer de lichten voor motorvaart.
- 5
Voer nooit rondom zichtbare lichten rood boven groen samen met een driekleurenlicht.
4Veelgemaakte fouten
Fout: Laat het driekleurenlicht aan als je 's nachts op de motor gaat varen.
Goed: Op de motor ben je werktuiglijk voortbewogen. Schakel over op het stoomlicht, de boordlichten en het heklicht.
Fout: Voer voor extra veiligheid het driekleurenlicht samen met de boordlichten op dekhoogte.
Goed: Voer één stel: het driekleurenlicht óf de aparte boordlichten en het heklicht, nooit beide.
Fout: Elke motorboot onder 7 m mag alleen een rondom zichtbaar wit licht voeren.
Goed: Onder 7 m, met een topsnelheid van hoogstens 7 knopen, voer je een rondom zichtbaar wit licht en zo mogelijk boordlichten. Snellere boten hebben ook boordlichten nodig.
5Praktijkgeval en examentips
Je zeilt 's nachts met je jacht van 10 m en voert het driekleurenlicht. De wind valt weg. Je start de motor en schakelt vooruit, terwijl het grootzeil blijft staan.
Toon het antwoord
Je bent nu werktuiglijk voortbewogen, dus het driekleurenlicht moet uit. Zet het stoomlicht, de boordlichten op dekhoogte en het heklicht aan. Onder 12 m voldoen een rondom zichtbaar wit licht en boordlichten ook. Andere schepen herkennen je nu als werktuiglijk voortbewogen schip en passen de juiste regels toe. Overdag zou je voorop een kegel met de punt omlaag hijsen.
Examentips
- Motorvaart: toplicht, boordlichten, heklicht; onder 12 m zijn rondom zichtbaar wit licht en boordlichten toegestaan.
- Onder 7 m en max. 7 kn: rondom zichtbaar wit licht, boordlichten indien uitvoerbaar (Voorschrift 23(d)).
- Zeilvaart: boordlichten en heklicht; driekleurenlicht onder 20 m; rood boven groen mag, maar nooit met het driekleurenlicht.
- Zeilen met de motor bij: 's nachts lichten voor motorvaart, overdag kegel met de punt omlaag.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities

