Mijn modules›M8 Noodsituaties›17. Opsporing en redding dicht onder de kust: IAMSAR voor kleine schepen
Onderdelen bekijken

Opsporing en redding dicht onder de kust: IAMSAR voor kleine schepen

Noodsituaties≈ 5 min lezen

Uitdijend vierkant, sector, routelijn en parallelle zoekbanen

1De les in gewone woorden

In één zin

Kies het patroon dat past bij wat je weet: een nauwkeurige positie, een bekende route of een groot gebied met een onzekere positie. Vaar het nauwkeurig en meld je voortgang.

Uitdijend vierkant (SS)

Gebruik dit als de positie van het object vrij nauwkeurig bekend is en het weinig winddrift heeft, zoals een persoon in het water. Begin bij datum. De eerste twee banen zijn elk één zoekbaanafstand lang, de volgende twee 2S, dan 3S, enzovoort. Draai na elke baan 90° in dezelfde richting. Vaar de eerste baan zo mogelijk tegen de wind in om navigatiefouten te beperken. Nauwkeurige navigatie is nodig, dus teken elke baan op de kaart in. Slechts één schip vaart dit patroon tegelijk.

Sectorzoeken (VS)

Gebruik dit bij een nauwkeurige positie en een klein gebied. Markeer datum met een rookboei of geschikte markering. Schepen gebruiken gewoonlijk een straal van 2 tot 5 NM, waar dat veilig kan. Vaar drie driehoeken die elk bij datum beginnen en eindigen. Draai alleen op de buitenste punten 120° naar stuurboord. Vaar tussen de driehoeken rechtdoor door datum. Na drie driehoeken eindig je bij datum. Vind je niets, herhaal het patroon dan 30° gedraaid.

Zoeken langs een routelijn (TS)

Gebruik dit voor een vaartuig dat op een bekende route vermist is. Bij TSR (met terugkeer) zoek je heen langs één kant en terug langs de andere; je eindigt nabij het begin. Bij TSN (zonder terugkeer) doorzoek je de route zelf, vaar je terug langs één kant en weer heen langs de andere; je eindigt bij het andere uiteinde. Zonder terugkeer beschrijft waar de zoekactie eindigt; het betekent niet dat geen enkele baan terug langs de route loopt.

Parallelle zoekbanen (PS)

In een groot gebied met een onzekere positie zoeken eenheden op parallelle banen met de afgesproken zoekbaanafstand, vaak met meerdere schepen naast elkaar. De SMC of OSC bepaalt de banen en het startpunt van de zoekactie. Het plannen van grote gecoördineerde zoekacties staat in Noodsituaties: noodhulpcoördinatie.

Kiezen en rapporteren

Nauwkeurige positie, klein gebied: uitdijend vierkant of sectorzoeken. Bekende route: routelijn. Groot gebied, meerdere eenheden: parallelle zoekbanen. Welk patroon je ook vaart, meld de start, elke voltooide baan en alle waarnemingen met positie en tijd aan de OSC.

2Stap voor stap

Sectorzoeken met een schip

  1. 1

    Werk datum bij voor drift en markeer het met een rookboei of geschikte markering.

    Een zichtbaar middelpunt helpt je het patroon te varen. Blijf de positie controleren als de drift verandert.

  2. 2

    Spreek met de OSC een veilige straal R en de eerste koers af; controleer elke baan en bocht op de kaart.

    Blijf vrij van land en ondiepten en zorg voor veilige draairuimte. Andere eenheden moeten je plan kennen.

  3. 3

    Vaar vanaf datum R; draai 120° naar stuurboord en vaar R.

    De eerste baan bereikt een buitenpunt; de volgende loopt naar een ander buitenpunt.

  4. 4

    Draai 120° naar stuurboord en vaar 2R door datum. Draai 120° naar stuurboord en vaar R.

    Door datum te kruisen voltooi je de eerste driehoek en begin je de tweede. De volgende baan verbindt de buitenpunten daarvan.

  5. 5

    Draai 120° naar stuurboord en vaar 2R door datum. Draai 120° naar stuurboord en vaar R. Draai 120° naar stuurboord en vaar R terug naar datum.

    De tweede kruising van datum begint de derde driehoek. Eindig bij datum.

  6. 6

    Vind je niets, draai het patroon dan 30° en vaar het opnieuw.

    De nieuwe banen liggen halverwege de eerste banen en doorzoeken de tussenruimten.

3Kerngegevens

Uitdijend vierkant
Start bij datum; banen S, S, 2S, 2S, 3S…; 90° draaien, dezelfde kant op
Sectorzoeken, schepen
Straal gewoonlijk 2–5 NM waar veilig; buitenpunten: 120° naar stuurboord
Tweede sectorzoekactie
Draai het patroon 30°
Routelijn
TSR eindigt nabij het begin; TSN aan het andere uiteinde
Parallelle zoekbanen
Groot gebied met een onzekere positie; parallelle banen, vaak schepen naast elkaar

4Kernpunten

  1. 1

    Uitdijend vierkant: vanaf datum, banen S, S, 2S, 2S, 3S…, 90° dezelfde kant op draaien, eerste baan tegen de wind.

  2. 2

    Sectorzoeken: 120° bij buitenpunten; rechtdoor door datum; straal gewoonlijk 2–5 NM; herhaal 30° gedraaid.

  3. 3

    Routelijn: TSR doorzoekt beide kanten en eindigt nabij het begin; TSN doorzoekt route en beide kanten en eindigt aan het andere uiteinde.

  4. 4

    Parallelle zoekbanen voor grote gebieden; meld start, banen en waarnemingen aan de OSC.

5Veelgemaakte fouten

  • Fout: Vaar een uitdijend vierkant met twee schepen in hetzelfde kleine gebied.

    Goed: Slechts één schip vaart een vierkant of sectorpatroon in een bepaald gebied; meer eenheden geven kans op aanvaringen en hiaten.

  • Fout: Begin een sectorzoekactie waar je toevallig bent.

    Goed: Markeer datum en start daar. Draai alleen bij buitenpunten; vaar tussen driehoeken rechtdoor door datum en eindig bij datum.

  • Fout: Gebruik parallelle zoekbanen voor iemand die enkele minuten geleden in het water is gezien.

    Goed: Bij een nauwkeurige positie en klein gebied vind je de persoon sneller met sectorzoeken of een uitdijend vierkant.

6Praktijkgeval en examentips

Situatie

Een jacht meldt een bemanningslid in het water op 1 NM van een kaap, tien minuten geleden gezien. Het zicht is goed en er staat weinig wind. Jij bent het enige schip in de buurt; een reddingboot is nog 25 minuten onderweg.

Toon het antwoord

Werk datum bij voor drift sinds de waarneming. Controleer de kaart en kies een sectorstraal en koersen die elke baan en bocht vrijhouden van de kaap en ondiepten; 2 NM kan hier onveilig zijn. Markeer datum, plaats uitkijken en meld je plan en start aan het RCC. Meld doorzocht gebied en waarnemingen meteen. Stem af met de reddingboot voordat die aansluit; draag pas over als een nieuwe OSC is aangewezen.

Examentips

  • Uitdijend vierkant: CSP bij datum; banen S, S, 2S, 2S…; 90° dezelfde kant op draaien; eerste baan tegen de wind.
  • Sectorzoeken: 120° naar stuurboord bij buitenpunten; tussen driehoeken rechtdoor door datum; straal gewoonlijk 2–5 NM waar veilig; herhaal 30° gedraaid.
  • Routelijn bij een bekende route: TSR eindigt nabij het begin; TSN doorzoekt route en beide kanten en eindigt aan het andere uiteinde.
  • Parallelle zoekbanen voor een groot gebied met een onzekere positie, vaak meerdere schepen naast elkaar.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities