Mijn modules›M8 Noodsituaties›13. Persoonlijke overleving: het schip verlaten, in het water en in het overlevingsvaartuig
Onderdelen bekijken

Persoonlijke overleving: het schip verlaten, in het water en in het overlevingsvaartuig

Noodsituaties≈ 4 min lezen

Het bevel tot verlaten, je kleden om te overleven en van boord gaan

1De les in gewone woorden

In één zin

Verlaat het schip alleen op bevel van de kapitein, gekleed voor lang wachten in de kou. Stap zo mogelijk droog in; moet je springen, doe dat dan veilig vanaf een zo laag mogelijke plek.

Het bevel

De kapitein, de gezagvoerder van het schip, geeft mondeling of via de omroepinstallatie het bevel om het schip te verlaten. Blijf aan boord tot dat bevel komt: een beschadigd schip is vaak veiliger dan de zee. Ga daarna met je groep naar je inschepingsplaats, waar je in de toegewezen boot of het vlot stapt, en volg de leider. Springen, zwemmen met een reddingsvest en een vlot keren oefen je tijdens je erkende opleiding.

Kleed je om te overleven

Draag warme lagen, een muts, handschoenen en sokken; wol en fleece isoleren ook nat nog enigszins. Trek je overlevingspak aan, een waterdicht beschermend pak, met de rits dicht en de capuchon op. Draag er een reddingsvest over als het etiket dat voorschrijft. Drink water en neem extra kleding of dekens mee als er tijd is. Neem verstrekte zeeziektetabletten alleen als je veilig kunt slikken en volg de bijsluiter.

Blijf zo mogelijk droog

Het beste ga je droog van boord, zonder nat te worden: stap op het inschepingsdek in een reddingboot of een vlot dat met een davit (een dekkraan) wordt neergelaten. Of gebruik een maritiem evacuatiesysteem (een glijkoker of glijbaan naar een drijvend platform) of daal af via een inschepingsladder. Elke minuut buiten het water houdt je warmer en sterker. Spring alleen als er geen andere mogelijkheid is.

Als je moet springen

Spring vanaf een zo laag mogelijke plek. Reddingsvesten en overlevingspakken worden getest op sprongen van 4,5 m; hogere sprongen kunnen je verwonden of je uitrusting beschadigen. Klim zo mogelijk eerst een stuk langs een ladder of touw naar beneden. Spring nooit op de overkapping van een reddingsvlot of vlak ernaast in het water, waar je op mensen kunt landen.

2Stap voor stap

Veilig in het water springen

  1. 1

    Kies de laagste plek die je kunt bereiken, aan de kant zonder vuur en olie.

    Elke extra meter vergroot de klap; de uitrusting wordt getest op sprongen van 4,5 m.

  2. 2

    Controleer of het water beneden vrij is van mensen, wrakstukken, reddingboten, reddingsvlotten en brandende olie.

    Als je op iets of iemand landt, kunnen jullie allebei gewond raken.

  3. 3

    Houd je reddingsvest omlaag met één arm over je borst; bedek je neus en mond met je andere hand.

    Zo voorkom je dat het vest tegen je kin en hals slaat en dat er water in je neus komt.

  4. 4

    Kijk recht vooruit, niet omlaag, en stap van de rand.

    Als je omlaag kijkt, kantelt je lichaam naar voren en kom je verkeerd terecht.

  5. 5

    Houd je voeten bij elkaar en je benen gestrekt, en raak het water met je voeten eerst.

    Rechtop en verticaal het water ingaan geeft de kleinste kans op letsel.

  6. 6

    Krijg na het bovenkomen je ademhaling onder controle en ga dan weg van de scheepszijde.

    Door koudeschok hap je naar adem; wrakstukken en neergelaten reddingmiddelen vormen gevaren bij de romp.

3Kerngegevens

Schip verlaten
Alleen op bevel van de kapitein
Beste manier om van boord te gaan
Droog: reddingboot, davitvlot, glijkoker of ladder
Testhoogte voor springen
Vesten en pakken getest op sprongen van 4,5 m; spring vanaf een lagere plek

4Kernpunten

  1. 1

    Blijf aan boord tot de kapitein het bevel geeft het schip te verlaten.

  2. 2

    Warme lagen, muts en handschoenen, dan het overlevingspak en daarover het reddingsvest als dat is aangegeven.

  3. 3

    Stap waar mogelijk droog in.

  4. 4

    Moet je springen: laag, water beneden vrij, vest vasthouden, vooruitkijken, voeten eerst, benen bij elkaar.

  5. 5

    Spring nooit op de overkapping van een reddingsvlot of vlak naast een vlot.

5Veelgemaakte fouten

  • Fout: Draag zo weinig mogelijk zodat je goed kunt zwemmen in het overlevingspak.

    Goed: Draag warme lagen onder het pak. Kou is het grootste gevaar, niet het zwemmen.

  • Fout: Kijk tijdens het springen naar het water, zodat je ziet waar je landt.

    Goed: Controleer eerst het water beneden. Kijk dan bij het afstappen recht vooruit, zodat je lichaam rechtop blijft.

  • Fout: Spring direct op het reddingsvlot om droog te blijven.

    Goed: Op de overkapping springen kan mensen binnenin verwonden en het vlot beschadigen. Stap droog in of spring op veilige afstand in het water.

6Praktijkgeval en examentips

Situatie

De kapitein geeft het bevel het schip te verlaten. Brand blokkeert de inschepingsplaats van je reddingboot. De enige uitweg is een reddingsvlot aan de andere kant. Het dek ligt daar ongeveer 9 m boven het water en het vlot ligt al opgeblazen langszij.

Toon het antwoord

Ga eerst omlaag: daal via de inschepingsladder af naar het vlot en stap zo mogelijk droog in. Moet je springen, doe dat dan vanaf de laagste bereikbare plek. Controleer of het water vrij is en spring ruim naast het vlot, niet erop. Houd je reddingsvest omlaag, bedek je neus en mond, kijk vooruit en houd je voeten bij elkaar. Kom boven, beheers je ademhaling en zwem dan op je rug naar het vlot.

Examentips

  • Verlaat het schip alleen op bevel van de kapitein; ga naar je inschepingsplaats.
  • Kleed je warm, trek je overlevingspak aan en draag daarover een reddingsvest als dat vereist is.
  • Stap zo mogelijk droog in; de uitrusting wordt getest op sprongen van 4,5 m.
  • Springen: water beneden vrij, vest vasthouden, neus en mond bedekken, vooruitkijken, voeten eerst, benen bij elkaar.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities