Mijn modules›M6 Meteorologie›13. Mist en zicht op zee
Onderdelen bekijken

Mist en zicht op zee

Meteorologie≈ 3 min lezen

Mist voorspellen met het dauwpunt

1De les in gewone woorden

In één zin

Het dauwpunt is de temperatuur waarbij lucht verzadigd raakt. Is de zee kouder dan het dauwpunt van de aankomende lucht, dan dreigt zeemist.

De zeemisttest

Zeemist ontstaat als water de lucht afkoelt tot het dauwpunt. Vergelijk het dauwpunt van de toestromende lucht met de zeewatertemperatuur aan het oppervlak. Is de zee even koud als of kouder dan dat dauwpunt, dan is mist mogelijk. Deze vergelijking voorspelt niet hoe dicht de mist wordt of hoelang ze duurt. Ook wind, menging en de tijd boven koud water tellen mee.

De meetwaarden vinden

Een psychrometer heeft een nattebolthermometer met een nat meetbolletje en een drogebolthermometer met een droog meetbolletje. Gebruik de metingen met de bijbehorende tabel of een rekenhulpmiddel om het dauwpunt te bepalen. Een elektronisch temperatuur- en vochtigheidsinstrument kan dit automatisch berekenen. Meet de zeetemperatuur met een boordsensor of een thermometer in een emmer zeewater, of gebruik verwachtingskaarten. Bekijk ook de lucht bovenwinds, waar de wind vandaan komt: die lucht bereikt je hierna.

De stralingsmisttest

Vergelijk boven land de verwachte minimumtemperatuur in de nacht met het dauwpunt van de avond. Een heldere hemel, weinig wind en een minimum op of onder het dauwpunt vergroten de kans op mist tegen zonsopkomst, vooral in dalen en riviermondingen.

Een rekenvoorbeeld

De toestromende lucht is 17 °C met een dauwpunt van 14 °C. De zee voor je is 12 °C. De zee is 2 °C kouder dan het dauwpunt en kan de lucht dus genoeg afkoelen om mist te vormen. Was de zee 16 °C, boven het dauwpunt, dan zou zeemist door deze afkoeling onwaarschijnlijk zijn.

Andere aanwijzingen

Het dauwpuntverschil is de luchttemperatuur min het dauwpunt. Een verschil dat afneemt tot 1–2 °C waarschuwt dat de lucht bijna verzadigd is, maar garandeert geen mist. Een vochtig dek kan door dauw komen. Een vervagende horizon en verwachte mistbanken versterken de waarschuwing: bereid je op tijd voor.

2Kerngegevens

Kans op zeemist
Zeetemperatuur op of onder het dauwpunt van de lucht
Zeemist onwaarschijnlijk
Zeetemperatuur ruim boven het dauwpunt van de lucht
Stralingsmist waarschijnlijk
Nachtminimum ≤ dauwpunt, heldere hemel, weinig wind
Waarschuwing
Klein dauwpuntverschil: weinig afkoeling nodig voor condensatie
Voorbeeld
Dauwpunt 14 °C, zee 12 °C → grotere kans op zeemist

3Kernpunten

  1. 1

    Vergelijk het dauwpunt van de lucht met de zeetemperatuur.

  2. 2

    Zee op of onder het dauwpunt: grotere kans op zeemist.

  3. 3

    Vergelijk boven land de minimumtemperatuur in de nacht met het dauwpunt.

  4. 4

    Een kleiner wordend dauwpuntverschil waarschuwt voor meer kans op mist.

  5. 5

    "Mistbanken" in een weerbericht betekent dat er echt kans is op mist.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Vergelijk de luchttemperatuur met de zeetemperatuur.

    Goed: Vergelijk de zeetemperatuur met het dauwpunt van de toestromende lucht. Water op of onder dat dauwpunt kan de lucht tot verzadiging afkoelen. Mist is mogelijk, maar niet zeker.

  • Fout: Alleen de lucht rond je boot telt mee.

    Goed: Bekijk de lucht die van bovenwinds toestroomt en de zee verderop langs je route.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Je logboek toont om 0800, 1000 en 1200 luchttemperaturen van 18, 18, 17 °C en dauwpunten van 13, 15, 16 °C. Een zuidwestenwind voert de lucht naar een kust waar de zee 14 °C is. Wat verwacht je daar bij aankomst vanmiddag?

Toon het antwoord

Het dauwpuntverschil is afgenomen van 5 °C tot 1 °C. Het dauwpunt van de toestromende lucht, 16 °C, ligt boven de zeetemperatuur bij de kust van 14 °C. De koude zee kan die lucht tot het dauwpunt afkoelen. Dat vergroot de kans op zeemist bij aankomst. Plan een veilige aanloop bij slecht zicht, of kies water dat op de kaart staat met genoeg diepte en ruimte om buiten het scheepvaartverkeer te wachten.

Examentips

  • Kans op zeemist: zee op of onder het dauwpunt van toestromende lucht; ook wind, menging en tijd tellen mee.
  • Kans op stralingsmist: nachtminimum op of onder het dauwpunt, heldere hemel, weinig wind.
  • Met de metingen van de nattebol- en drogebolthermometer van een psychrometer bepaal je het dauwpunt.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities