Mijn modules›M4 Navigatie›25. Meer plaatsbepalingen: verzeilde peiling, dubbele boeghoek en lichten op de kim
Onderdelen bekijken

Meer plaatsbepalingen: verzeilde peiling, dubbele boeghoek en lichten op de kim

Navigatie≈ 4 min lezen

Opkomende en verdwijnende lichten: afstand bepalen met de kim

1De les in gewone woorden

In één zin

Een sterk licht verschijnt boven de horizon op een afstand die afhangt van zijn hoogte en jouw ooghoogte. De peiling op dat moment geeft een positie.

Opkomen en verdwijnen

Op grote afstand zie je soms eerst de lichtgloed van een licht in de lucht. Als je nadert, verschijnt het licht zelf aan de horizon, de kim: het komt op. Vaar je weg, dan verdwijnt het onder de kim. Op dat moment is je afstand gelijk aan de geografische dracht voor jouw ooghoogte. Spaanse cursussen noemen dit een faro en el horizonte.

De formule

De horizonafstand in zeemijlen ≈ 2,08 × √h, met h in meters. De constante houdt rekening met gemiddelde lichtbreking. Tel de bijdrage van het licht en die van jou op: D = 2,08 × (√H + √h). H is de lichthoogte boven het huidige waterniveau en h jouw ooghoogte boven dat water, beide in meters. Andere tabellen gebruiken constanten rond 2,1 of 2,12.

Rekenvoorbeeld

Een licht staat 49 m boven het huidige waterniveau en je oog bevindt zich 2,5 m boven het water. D = 2,08 × (√49 + √2,5) = 2,08 × (7,0 + 1,58) = 2,08 × 8,58 ≈ 17,8 M. Neem een peiling zodra het opkomt. De peillijn en een cirkelboog van 17,8 M rond het licht geven je positie. Controleer of het echt aan de kim staat: breng je ogen lager en het moet verdwijnen; breng ze hoger en het verschijnt weer.

Kan het licht echt onder de kim verdwijnen?

Het licht moet de horizon bereiken: zijn optische dracht, de afstand waarop het licht onder de huidige omstandigheden zichtbaar is, moet groter zijn dan de geografische dracht. Nominale dracht is de optische dracht bij 10 M meteorologisch zicht. MHWS betekent gemiddeld hoogwater bij springtij. Controleer het opgegeven referentieniveau voor de lichthoogte: het niveau waarboven kaarthoogten gelden. Voor de formule is H de hoogte boven het huidige zeeoppervlak. Tel erbij hoeveel het getij onder dat niveau staat, of trek af hoeveel het erboven staat.

Tabellen en aandachtspunten

Almanakken en Spaanse examenboeken hebben een tabel voor afstanden bij opkomende of verdwijnende lichten. Je zoekt daarin de lichthoogte en je ooghoogte op: geen rekenwerk in het donker. Afwijkende lichtbreking, vooral boven koud water of bij warm en windstil weer, kan de werkelijke horizonafstand merkbaar veranderen. Beschouw de uitkomst als een benadering. Controleer met een dieptemeting of een tweede standlijn.

2Kerngegevens

Geografische dracht
D (M) = 2,08 × (√H + √h), H en h in meters
Voorbeeld
H 49 m, h 2,5 m → ongeveer 17,8 M
Horizon vanaf 2,5 m
2,08 × √2,5 ≈ 3,3 M
Nominale dracht
Optische dracht bij een meteorologisch zicht van 10 M
Hoogte H
Hoogte boven huidig water; corrigeer kaarthoogte voor getij
Spaanse termen
Faro en el horizonte, alcance geográfico

3Kernpunten

  1. 1

    Een licht dat opkomt of verdwijnt aan de kim, staat op de geografische dracht voor jouw ooghoogte.

  2. 2

    D ≈ 2,08 × (√H + √h) met hoogten in meters geeft zeemijlen.

  3. 3

    Dit werkt alleen als de optische dracht groter is dan de geografische dracht.

  4. 4

    Combineer de afstand met de peiling van het licht voor een positie en controleer die.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Gebruik de nominale dracht op de kaart als je afstand tot het licht.

    Goed: Nominale dracht gaat over lichtsterkte. De opkomstafstand volgt uit de lichthoogte en jouw ooghoogte.

  • Fout: Laat je eigen ooghoogte weg.

    Goed: Tel beide bijdragen op: de horizon van het licht en die van jou. Vanaf 2,5 m is jouw bijdrage alleen al ongeveer 3,3 M.

  • Fout: Beschouw de eerste gloed in de lucht als het opkomen van het licht.

    Goed: Dat is de lichtgloed. Wacht tot het licht zelf aan de kim staat. Controleer door je ogen hoger en lager te brengen.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Een licht staat 64 m boven het water en heeft een nominale dracht van 12 M. Je ooghoogte is 3 m en het meteorologisch zicht is 10 M. Het verschijnt ’s nachts voor het eerst. Kun je die eerste verschijning en peiling gebruiken voor een kimafstandsbepaling?

Toon het antwoord

Nee. De geografische dracht is 2,08 × (√64 + √3) ≈ 20,2 M, maar de optische dracht is slechts 12 M bij 10 M zicht. Het licht wordt binnen de geografische horizon zichtbaar. De eerste verschijning geeft dus geen 20,2 M. Zoek een andere standlijn.

Examentips

  • Geografische dracht D = 2,08 × (√H + √h), hoogten in meters, D in zeemijlen.
  • H is de lichthoogte boven huidig water: corrigeer de kaarthoogte voor getij. h is jouw ooghoogte boven water.
  • Een licht komt alleen echt op of verdwijnt aan de kim als de optische dracht groter is dan de geografische dracht.
  • Peiling bij opkomst + afstand = positie (faro en el horizonte).

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities