Uitvoeren en bewaken: varen volgens het plan
1De les in gewone woorden
Instrueer de bemanning en controleer de boot. Vaar daarna volgens het plan en blijf het toetsen. Pas het vroeg aan als een aanname niet klopt.
Vóór vertrek
Haal de nieuwste verwachting op en vergelijk die met je vertrekcriteria. Instrueer de bemanning over route, tijden, wachtindeling, gevaren, reddingsvesten en veiligheidsharnassen, de man-overboordprocedure en de plaats van veiligheidsmiddelen. Controleer motor, brandstof en instrumenten, en of de plotterroute overeenkomt met het papieren plan. Meld je vertrek aan je walcontact.
Uitvoeren
Uitvoeren betekent dat je volgens het plan vaart in de werkelijke omstandigheden. Het plan gaf tijden; nu bepalen wind, stroming en bootsnelheid de echte tijden. Werk onderweg de ETA's bij de getijpoorten bij. Ben je vroeg, verminder dan vaart of wacht ergens met veilige manoeuvreerruimte. Passeer alleen als diepte, stroming en zeegang binnen je grenzen vallen. Kun je niet veilig wachten of mis je het venster, gebruik dan je geplande uitwijkroute.
Bewaken
Bewaken betekent voortdurend de voortgang controleren. Bepaal je positie met meerdere methoden en met tussenpozen die kort genoeg zijn om fouten te ontdekken en vóór gevaar te handelen. Verkort ze bij hogere snelheid of meer onzekerheid. Noteer elke positie in het logboek en vergelijk die met het plan. Let op je cross-track error (XTE): de zijdelingse afstand tot je geplande grondkoerslijn. Vergelijk bij het navigeren op zicht diepte en veiligheidspeilingen met het plan. Toets bij elke update het weer aan de verwachting.
Wanneer je het plan wijzigt
Pas het plan aan zodra een belangrijke aanname niet klopt: wind of zee buiten je grenzen, een getijpoort die je mist, een zeeziek of gewond bemanningslid, of materiaalpech. Beslis op je geplande afbreekpunten, voordat je zonder uitweg voor een lagerwal ligt (een kust waar de wind naartoe waait). Uitwijken hoort bij goede planning; het is geen mislukking.
Aankomst en daarna
Bereid de aankomst voor voordat je de ingang bereikt: lijnen en stootwillen klaar, herkenningspunten geïdentificeerd, marifoonoproep gedaan. Meld na binnenkomst aan je walcontact dat je bent aangekomen. Noteer in het logboek wat afweek van het plan. Dat maakt het volgende plan beter.
2Stap voor stap
Vertrekchecklist
- 1
Vergelijk de nieuwste verwachting met je vertrekcriteria.
Je vertrekbesluit gebruikt de nieuwste informatie, getoetst aan vooraf bepaalde grenzen.
- 2
Instrueer de bemanning over route, wachtindeling, gevaren en noodprocedures.
Iedereen kent het plan en weet wat te doen als de schipper gewond raakt.
- 3
Controleer motor, brandstof, instrumenten, navigatieverlichting en veiligheidsmiddelen.
Gebreken zijn aan de steiger makkelijker te verhelpen dan op zee.
- 4
Vergelijk de plotterroute traject voor traject met het papieren plan.
Een verkeerd waypoint dat je nu ontdekt, kan je later niet in gevaar brengen.
- 5
Geef je walcontact je vertrektijd en ETA door.
De afgesproken alarmtijd werkt alleen als je walcontact weet wanneer je bent vertrokken.
3Kerngegevens
- Tussenpozen positiebepaling
- Kort genoeg om fouten te ontdekken en vóór gevaar te handelen
- Uitvoeren
- Vaar volgens het plan; werk ETA's bij elke getijpoort bij
- Bewaken
- Posities, XTE, diepte en weer toetsen aan het plan
- Wijzig het plan als
- Weer, tijden, bemanning of boot een aanname onderuit haalt
4Kernpunten
- 1
Controleer de verwachting, instrueer de bemanning en controleer de boot vóór vertrek.
- 2
Werk ETA's bij elke getijpoort bij zodra de werkelijke snelheden duidelijk worden.
- 3
Kies tussenpozen voor positiebepaling op basis van snelheid, onzekerheid en tijd tot gevaar. Controleer met een andere methode.
- 4
Wijzig het plan vroeg, op je afbreekpunten, als een aanname niet klopt.
- 5
Meld aan je walcontact wanneer je vertrekt en wanneer je aankomt.
5Veelgemaakte fouten
Fout: Houd de geplande tijden aan, ook als de boot langzamer is dan verwacht.
Goed: Werk de ETA's onderweg bij. Te laat bij een getijpoort aankomen kan tegenstroom betekenen. Pas je plan aan of wijk uit.
Fout: Bepaal je positie alleen als er iets mis lijkt.
Goed: Kies tussenpozen die tijd laten om een fout te ontdekken en vóór gevaar te handelen. Controleer met een andere methode.
Fout: Omkeren betekent dat het plan mislukt is.
Goed: Uitwijken bij een gepland afbreekpunt betekent dat het plan werkt. Doorgaan buiten je grenzen is de fout.
6Praktijkgeval en examentips
Twee uur na vertrek op een tocht van 35 M is je gemiddelde snelheid over de grond 4 kn in plaats van de geplande 5,5 kn. Je vaart tegen een niet voorspelde tegenzee in. Het veilige venster bij de kaap sluit over 4 uur en de kaap ligt nog op 18 M. Eén bemanningslid is zeeziek.
Toon het antwoord
Bij 4 kn duurt 18 M 4,5 uur: je bereikt de kaap nadat het venster sluit. Een belangrijke aanname klopt niet meer en de bemanning is verzwakt. Wijk uit naar de geplande uitwijkplek zolang die veilig toegankelijk is, of keer terug als die route veilig is. Geef je walcontact de nieuwe ETA door. Noteer de wijziging en de reden in het logboek.
Examentips
- Vóór vertrek: nieuwste verwachting toetsen aan grenzen, bemanning instrueren, boot controleren, plotterroute vergelijken met papieren plan.
- Uitvoeren: vaar volgens het plan en werk ETA's bij getijpoorten bij.
- Bewaken: regelmatige positiebepaling met meerdere methoden, XTE, diepte en weer.
- Wijzig het plan vroeg, bij afbreekpunten; informeer het walcontact.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities

