Mijn modules›M16 Oceaan en getijden›4. Waarom er getijden zijn: maan, zon, springtij en doodtij
Onderdelen bekijken

Waarom er getijden zijn: maan, zon, springtij en doodtij

Oceaan en getijden≈ 3 min lezen

Springtij en doodtij: de zon doet mee

1De les in gewone woorden

In één zin

Als zon en maan op één lijn staan, versterken hun getijden elkaar: springtij. Als ze haaks op elkaar werken, verzwakken ze elkaar deels: doodtij. De cyclus duurt ongeveer twee weken.

Springtij

Bij nieuwe maan en volle maan staan zon, aarde en maan ongeveer op één lijn. De waterbergen van de zon vallen samen met die van de maan en versterken ze. Hoogwaters zijn hoger en laagwaters lager. Het getijverschil, het hoogteverschil tussen hoogwater en laagwater, is groot. Dit heet springtij. De Engelse naam ‘spring tide’ heeft niets met de lente te maken: springtij komt het hele jaar twee keer per maand voor.

Doodtij

Bij het eerste en laatste kwartier, wanneer je een halve maan ziet, werkt de aantrekkingskracht van de zon haaks op die van de maan. De waterbergen van de zon vullen de lage delen van het maangetij op en heffen het gedeeltelijk op. Hoogwaters zijn lager, laagwaters hoger en het getijverschil is klein. Dit heet doodtij. In een groot deel van West-Europa is het getijverschil bij doodtij ongeveer half zo groot als bij springtij.

De tweewekelijkse cyclus

Van springtij naar doodtij en weer terug duurt ongeveer 14,8 dagen, de helft van de cyclus van de schijngestalten van de maan. Het getijverschil groeit van dag tot dag tussen doodtij en springtij en neemt daarna weer af.

De vertraging

In veel havens valt het grootste getijverschil bij springtij één tot twee dagen na nieuwe of volle maan. De oceanen hebben tijd nodig om te reageren. Deze vertraging heet de getijleeftijd en verschilt per plaats. Controleer de tijden en het getijverschil in de getijtafels van de haven.

Extra groot springtij

De maanbaan is een ellips. Bij het perigeum, wanneer de maan het dichtst bij de aarde staat, is haar getijverwekkende kracht sterker. In veel havens met dubbeldaags getij is springtij rond de nachteveningen in maart en september ook groot. Dan zijn dag en nacht ongeveer even lang. Lage declinaties van zon en maan versterken het dubbeldaagse getij. Het grootste plaatselijke getijverschil hangt af van de combinatie van deze factoren. Grotere getijverschillen geven meestal sterkere getijstromen: de horizontale waterbeweging. Zie de les Getijstromen.

2Kerngegevens

Springtij
Rond nieuwe en volle maan; groot getijverschil
Doodtij
Rond eerste en laatste kwartier; klein getijverschil
Van springtij tot springtij
Ongeveer 14,8 dagen
Vertraging (getijleeftijd)
Vaak 1–2 dagen na nieuwe of volle maan; verschilt per haven
Groter springtij
Perigeum en nachteveningen kunnen het getijverschil bij springtij vergroten

3Kernpunten

  1. 1

    Springtij: zon en maan op één lijn bij nieuwe en volle maan; groot getijverschil.

  2. 2

    Doodtij: zon en maan haaks op elkaar bij de kwartieren; klein getijverschil.

  3. 3

    De cyclus van springtij en doodtij duurt ongeveer 14,8 dagen.

  4. 4

    Het getijverschil bij springtij piekt vaak 1–2 dagen na nieuwe of volle maan. De vertraging verschilt per haven.

  5. 5

    Perigeum en nachteveningen kunnen het getijverschil bij springtij vergroten. Plaatselijke getijverschillen variëren.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Springtij komt alleen in de lente voor, want ‘spring’ betekent lente in het Engels.

    Goed: Springtij komt het hele jaar twee keer per maand voor, rond nieuwe en volle maan.

  • Fout: Bij doodtij is het laagwater extra laag.

    Goed: Doodtij heeft een klein getijverschil: laagwaters zijn hoger en hoogwaters lager dan bij springtij.

  • Fout: Het grootste getij valt altijd op de dag van volle maan.

    Goed: In veel havens piekt het getijverschil bij springtij één tot twee dagen later, maar de vertraging verschilt per plaats. Controleer de getijtafel.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Volle maan valt op zaterdag, rond de nachtevening van september, met de maan nabij het perigeum. In deze haven met dubbeldaags getij piekt het getijverschil bij springtij meestal één tot twee dagen na volle maan. Welk patroon verwacht je?

Toon het antwoord

Verwacht een groot getijverschil bij springtij, met in deze haven waarschijnlijk een piek op zondag of maandag. De uitlijning bij volle maan en het perigeum bevorderen een groter getijverschil. De omstandigheden rond de nachtevening kunnen dat verder versterken. Controleer de werkelijke tijden en het getijverschil in de getijtafels van de haven. Verwacht doorgaans ook sterkere stromen. Raadpleeg de plaatselijke stroomgegevens voordat je je bezoek plant.

Examentips

  • Springtij bij nieuwe en volle maan (zon en maan op één lijn); doodtij bij de kwartieren (haaks op elkaar).
  • Cyclus ongeveer 14,8 dagen; het getijverschil bij springtij piekt vaak 1–2 dagen na nieuwe of volle maan (getijleeftijd). De vertraging verschilt per haven.
  • Perigeum en nachteveningen kunnen het getijverschil bij springtij vergroten. Plaatselijke getijverschillen variëren.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities