Mijn modules›M7 Knopen›11. Landvasten en stootwillen: voorlijn, achterlijn en springen
Onderdelen bekijken

Landvasten en stootwillen: voorlijn, achterlijn en springen

Knopen≈ 2 min lezen

Bekijk de richting voordat je de lijn benoemt

1De les in gewone woorden

In één zin

Een meerlijn trekt in de richting waarin hij loopt. Die richting bepaalt welke beweging de lijn kan tegenhouden.

Begin bij de beweging

Een ligplaats is de plek waar je de boot vastmaakt. Vooruit betekent naar voren; achteruit betekent naar achteren. Welke lijn zou strak komen als je vooruit, achteruit of van de ligplaats af beweegt? Een lijn die strak staat, houdt beweging tegen die de afstand tussen zijn uiteinden vergroot. Hij kan niet duwen.

Voorlijn en achterlijn

De boeg is de voorkant van de boot; het achterschip is de achterkant. Naar voren betekent richting de boeg; naar achteren betekent richting het achterschip. Een voorlijn loopt naar een punt aan de wal vóór de boot; een achterlijn naar een punt erachter. Hun hoek bepaalt hoeveel ze beweging langs de ligplaats en ervandaan tegenhouden.

Springen en dwarslijnen

Springen lopen vooral langs de ligplaats en beperken beweging vooruit of achteruit. Een lijn van voren naar achteren houdt beweging vooruit tegen; een lijn van achteren naar voren houdt beweging achteruit tegen. Dwarslijnen lopen meer dwars over de ruimte tussen boot en wal en beperken beweging van de ligplaats af.

2Kerngegevens

1 · Voorlijn
Vanaf de boeg naar een punt vóór de boot
2 · Achterlijn
Vanaf het achterschip naar een punt achter de boot
3 · Springen
Langs de ligplaats; houden beweging vooruit en achteruit tegen
4 · Dwarslijn
Dwars over de tussenruimte; houdt beweging van de ligplaats af tegen

3Kernpunten

  1. 1

    Volg de richting: alleen de naam zegt niet welke beweging de lijn tegenhoudt.

  2. 2

    Een lijn trekt; hij duwt niet.

  3. 3

    Springen houden beweging langs de ligplaats tegen.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Een lijn vanaf de boeg houdt elke beweging tegen.

    Goed: Het effect hangt af van de richting en van welke beweging de lijn strak zou trekken.

  • Fout: Een spring moet naar het dichtstbijzijnde bevestigingspunt aan de wal lopen.

    Goed: Juist doordat hij over een lange afstand langs de ligplaats loopt, houdt hij beweging vooruit en achteruit tegen.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

De boot kruipt vooruit. Eén klaarliggende lijn loopt van voren naar een punt achteraan op de wal; een andere loopt van achteren naar een punt vooraan. Welke lijn kan het kruipen tegenhouden, en waarom?

Toon het antwoord

De lijn van voren naar achteren kan dit tegenhouden: bij vooruit bewegen wordt de afstand tussen zijn uiteinden groter. Controleer de werkelijke richting en de afgesproken opstelling. Grijp niet in een lijn die onder spanning staat.

Examentips

  • Bepaal welke beweging de lijn strak trekt.
  • Van voren naar achteren: houdt beweging vooruit tegen.
  • Van achteren naar voren: houdt beweging achteruit tegen.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities