Een lier veilig gebruiken
1De les in gewone woorden
Een lier vergroot je trekkracht vele malen. Leg de slagen rechtsom, houd je vingers vrij en leer hoe je viert en een overloper verhelpt.
Werking
Een lier is een trommel die je met een hendel of motor draait. De lijn loopt eromheen; wrijving houdt hem vast. Bijna alle jachtlieren draaien van bovenaf gezien rechtsom, dus leg je de slagen rechtsom. Een palmechanisme voorkomt terugdraaien. Bij een lier met twee snelheden geeft de ene draairichting van de hendel meer snelheid; de andere geeft meer kracht.
Slagen en het vrije eind
Leid de lijn onderaan op de trommel. Leg bij weinig belasting twee of drie slagen rechtsom, van onder naar boven, zonder kruisingen. Voeg bij toenemende belasting slagen toe, vaak tot drie of vier. De lijnhouder houdt het vrije eind op spanning terwijl iemand draait. Een zelfhalende lier klemt het vrije eind in gegroefde bekken bovenop.
Vieren
Een lijn vieren is hem beheerst laten uitlopen. Haal de hendel eruit. Houd voldoende slagen op de trommel om de belasting te beheersen. Pak het vrije eind stevig vast voordat je het uit de zelfhalende bekken of kikker haalt. Laat het langzaam uitlopen, terwijl de slagen om de trommel slippen: dit heet slippend vieren. Houd je vingers vrij. Til belaste slagen nooit van de trommel.
Overloper
Een overloper ontstaat wanneer een belaste slag over een andere kruist en vastloopt. Stop met lieren. Vraag de schipper het zeil veilig te ontlasten of neem de belasting over met een geschikte tweede lier. Zet daarvoor een reservelijn met een stoppersteek aan de belaste schoot vast. Die knoop grijpt op een andere lijn (zie Knopen). Maak de vastgelopen slagen pas vrij als ze slap staan. Beleg de oorspronkelijke lier opnieuw en breng de belasting terug voordat je de reservelijn losmaakt.
Veiligheid
Haal de lierhendel na gebruik eruit: een draaiende of losse hendel kan verwonden. Houd vingers en haar weg van de trommel en het punt waar de lijn erop komt. Blijf bij een elektrische lier naar het zeil kijken. Stop de motor direct als iets vastloopt of iemand bekneld raakt.
2Stap voor stap
Een schoot met de lier aanhalen
- 1
Leid de schoot onderaan op de trommel. Leg bij weinig belasting twee of drie slagen rechtsom, van onder naar boven.
Met weinig slagen trek je de losse lijn snel met de hand binnen.
- 2
Haal met de hand zo ver mogelijk aan. Houd je handen vrij van de trommel.
Met de hand binnenhalen gaat sneller dan lieren.
- 3
Voeg slagen toe als de belasting toeneemt. Leg het vrije eind dan in de zelfhalende bekken of geef het aan een lijnhouder.
Meer slagen voorkomen slippen onder belasting.
- 4
Plaats de hendel en draai. Gebruik bij een lier met twee snelheden eerst de snelle stand, daarna de krachtige stand als de belasting toeneemt.
Stem de overbrenging af op de belasting.
- 5
Zet het vrije eind op een kikker vast als de lier niet zelfhalend is.
Zo blijft de schoot vast zonder dat iemand het vrije eind vasthoudt.
- 6
Haal de hendel eruit en berg hem op.
Een losse hendel kan overboord vallen of iemand verwonden.
3Kerngegevens
- Draairichting
- Slagen rechtsom, bij vrijwel alle jachtlieren
- Onder belasting
- Meestal drie of vier slagen
- Overloper
- Ontlasten; via een stoppersteek naar een andere lier
4Kernpunten
- 1
Leg slagen rechtsom; voeg slagen toe als de belasting toeneemt.
- 2
Beheers het vrije eind en houd bij het vieren voldoende slagen op de trommel.
- 3
Verhelp een overloper door de belasting weg te nemen, niet door harder te lieren.
- 4
Haal de hendel eruit; stop een elektrische lier direct als iets vastloopt.
5Veelgemaakte fouten
Fout: Harder lieren om een overloper los te krijgen.
Goed: Daarmee trek je hem vaster. Neem eerst de belasting van de lijn.
Fout: De hendel voor de volgende overstagmanoeuvre in de lier laten zitten.
Goed: Een losse hendel kan draaien, vallen of vingers breken. Berg hem na gebruik op.
Fout: Vijf slagen leggen voordat je de losse lijn binnenhaalt.
Goed: Begin met twee of drie om snel binnen te halen. Voeg slagen toe als de belasting toeneemt.
6Praktijkgeval en examentips
De schoot van een voorzeil, het zeil vóór de mast, loopt met een overloper vast op de lier. Voor je ligt een ondiepte, een stuk ondiep water. Je hebt een reservelijn en een geschikte tweede lier.
Toon het antwoord
Waarschuw de schipper direct: vrij blijven van de ondiepte gaat voor. De schipper moet een veilige koers kiezen voordat je iets probeert te herstellen. Zet zodra het veilig is een reservelijn met een stoppersteek aan de belaste schoot vast, aan de zeilkant van de overloper. Neem de belasting over op een geschikte andere lier tot de vastgelopen slagen slap staan. Maak ze vrij en beleg de oorspronkelijke lier opnieuw. Vier de reservelijn langzaam om de belasting terug te brengen voordat je hem verwijdert. Houd je vingers vrij.
Examentips
- Slagen rechtsom; drie of vier onder belasting.
- Beheers het vrije eind en houd bij het vieren voldoende slagen op de trommel.
- Overloper: ontlasten, via een stoppersteek naar een andere lier.
- Haal de hendel na gebruik eruit.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities

