Mijn modules›M5 Stabiliteit›8. Uitwateringsmerken, vrijboord en diepgangsmerken (Uitwateringsverdrag)
Onderdelen bekijken

Uitwateringsmerken, vrijboord en diepgangsmerken (Uitwateringsverdrag)

Stabiliteit≈ 3 min lezen

Vrijboord, de deklijn en scheepstypen A en B

1De les in gewone woorden

In één zin

Je meet het vrijboord midscheeps vanaf de deklijn omlaag tot de uitwateringslijn. De waarde hangt af van het scheepstype, de lengte en de vorm.

Vrijboord

Vrijboord is de verticale afstand midscheeps van de bovenkant van de deklijn tot de bovenkant van de uitwateringslijn. Het vrijboorddek is normaal het bovenste volledige dek dat aan weer en zee is blootgesteld. Het blootgestelde deel heeft weer- en zeedichte afsluitingen; openingen in de scheepszijde eronder hebben waterdichte afsluitingen. De deklijn meet 300 × 25 mm, aan beide zijden. De bovenkant volgt normaal het bovenvlak van het dek, doorgetrokken tot de buitenkant van de huidbeplating.

Waarom het telt

Vrijboord helpt reservedrijfvermogen behouden: het omsloten waterdichte volume boven de waterlijn. Meer vrijboord vertraagt doorgaans het onderdompelen van de dekrand, waarbij de dekrand bij helling het water raakt. Dit helpt de stabiliteit bij grotere hellingshoeken behouden en houdt het dek droger. Vrijboord alleen bewijst geen voldoende stabiliteit. Raadpleeg de goedgekeurde stabiliteitsgegevens.

Type A en type B

Een type A-schip is uitsluitend ontworpen voor vloeibare bulklading, met kleine, goed afgedichte openingen en een sterk waterdicht blootgesteld dek. Het krijgt het kleinere tabelvrijboord. Andere schepen zijn type B. Goedgekeurde toekenningen B-60 en B-100 verminderen het tabelvrijboord van type B met 60% of 100% van het verschil tussen de B- en A-waarden, onder aanvullende voorwaarden. Zwakkere luikdeksels kunnen een groter vrijboord vereisen.

Hoe het wordt toegekend

De toekennende instantie, meestal een klassenbureau namens de vlaggenstaat, begint met een tabelwaarde voor de scheepslengte en het type. Ze corrigeert dit tabelvrijboord voor de volheid van de romp (blokcoëfficiënt), de holte, gesloten constructies boven dek (bovenbouwen en trunks), het oplopen van het dek naar de uiteinden (zeeg) en de minimale boeghoogte. Het resultaat is het zomervrijboord. Daaruit volgen de overige seizoensvrijboorden en zoetwatervrijboorden.

Vrijboord en diepgang

Bij de gebruikelijke deklijnpositie is zomerdiepgang plus zomervrijboord gelijk aan de hoogte vanaf de bovenkant van de kiel tot het bovenvlak van het vrijboorddek aan de scheepszijde. Op de brug werk je meestal met diepgangen. Vrijboord geeft dezelfde grens aan, maar gemeten vanaf het dek omlaag. Meet het zo nodig na met een meetband vanaf de deklijn.

2Kerngegevens

Vrijboord
Bovenkant deklijn tot bovenkant uitwateringslijn, midscheeps
Deklijn
300 mm × 25 mm, midscheeps, aan beide zijden
Type A
Alleen vloeibare bulklading, kleine afgedichte openingen: kleiner vrijboord
Type B
Alle overige schepen; verminderingen B-60/B-100 mogelijk
Diepgang + vrijboord
Bovenkant kiel tot bovenvlak vrijboorddek aan de scheepszijde

3Kernpunten

  1. 1

    Je meet vrijboord midscheeps, van de bovenkant van de deklijn tot de bovenkant van de uitwateringslijn.

  2. 2

    De deklijn meet 300 × 25 mm; de bovenkant ligt ter hoogte van het vrijboorddek aan de scheepszijde.

  3. 3

    Type A: tankers, kleiner vrijboord. Type B: alle overige; B-60/B-100 kan het verkleinen.

  4. 4

    Zomervrijboord volgt uit tabelvrijboord plus correcties; daaruit volgen de overige vrijboorden.

  5. 5

    Meer vrijboord helpt doorgaans reservedrijfvermogen behouden en vertraagt het onderdompelen van de dekrand.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Je meet vrijboord vanaf het hoofddek bij de boeg.

    Goed: Je meet het midscheeps, van de bovenkant van de deklijn tot de bovenkant van de uitwateringslijn.

  • Fout: Een bulkcarrier is type A omdat die bulklading vervoert.

    Goed: Type A geldt voor schepen die uitsluitend voor vloeibare bulklading zijn ontworpen, met kleine afgedichte openingen. Drogebulkschepen zijn type B, vaak B-60 of B-100.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Je bulkcarrier heeft een gewone type B-toekenning. Een exploitant stelt een kleiner vrijboord voor, omdat een vergelijkbaar schip B-60 heeft. Kun je dat voorstel aanvaarden?

Toon het antwoord

Nee. Gebruik de toegekende merken en het certificaat van je eigen schip. B-60 en B-100 zijn goedgekeurde verminderingen voor schepen die aan aanvullende eisen voldoen. Gelijkenis met een ander schip is geen goedkeuring. Type A geldt voor geschikte schepen voor vloeibare bulklading, niet voor drogebulkschepen.

Examentips

  • Vrijboord: midscheeps, bovenkant deklijn tot bovenkant uitwateringslijn.
  • Deklijn 300 × 25 mm bij het bovenvlak van het vrijboorddek aan de scheepszijde.
  • Type A = alleen vloeibare bulk, kleiner vrijboord; type B = overige, verminderingen B-60/B-100.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities