Mijn modules›M11 Astronavigatie›3. Tijd, de almanak en de stand van de zon
Onderdelen bekijken

Tijd, de almanak en de stand van de zon

Astronavigatie≈ 3 min lezen

UT, het dekhorloge en zijn afwijking

1De les in gewone woorden

In één zin

Voor elke hoogtemeting behalve de middaghoogte voor je breedte heb je UT tot op de seconde nodig: 4 seconden tijdfout geeft 1′ lengtefout. Ken de afwijking en gang van je horloge.

Waarom tijd telt

De GHA van de zon verandert elke minuut tijd met 15′. Dus 4 seconden tijdfout geeft 1′ lengtefout: tot 1 M op de evenaar. Een middaghoogte voor de breedte hangt nauwelijks van de tijd af. Voor elke andere hoogtemeting heb je de UT van de waarneming tot op de seconde nodig.

UT en UTC

De almanak gebruikt UT, universele tijd. Radiotijdseinen en GNSS-ontvangers geven UTC. Die blijft binnen 0,9 s van UT1, de tijdschaal op basis van de aardrotatie. Gebruik UTC als UT. Het kleine verschil, DUT1, telt alleen bij zeer nauwkeurig werk. Zonetijd en zonebeschrijving staan in Navigatie: Poolster en tijd. Noteer alle hoogtemetingen in UT.

Chronometer en dekhorloge

Een chronometer is een nauwkeurige klok die benedendeks blijft en nooit wordt gelijkgezet. Een dekhorloge, of een goed kwartshorloge, vergelijk je daarmee of met GNSS. Je neemt het mee aan dek voor hoogtemetingen. De horlogeafwijking geeft aan hoeveel het voorloopt of achterloopt op UT: UT = horlogetijd − voorstand, of + achterstand. Noteer de afwijking bij elke controle.

Gang

De gang van een horloge is hoeveel tijd het dagelijks wint of verliest. Houd een tijdjournaal bij met datum, afwijking en dagelijkse gang. Reken voorlopen en tijdwinst positief; achterlopen en tijdverlies negatief. Voorspelde afwijking met teken = laatste afwijking met teken + dagelijkse gang met teken × dagen. Positief betekent voorlopen; negatief achterlopen. Een gelijkmatige, bekende gang telt meer dan een kleine gang.

Het tijdstip vastleggen

Vergelijk het horloge dagelijks met GNSS of een radiotijdsein; NP282 vermeldt tijdseinen. Een helper leest de tijd als je 'stop' roept. Ben je alleen, start dan bij de hoogtemeting een stopwatch. Later lees je het horloge af en stop je tegelijk de stopwatch. Trek de verstreken tijd af en corrigeer daarna voor de horlogeafwijking. Controleer voor- of namiddag op een 12-uurswijzerplaat en controleer de UT-datum.

2Kerngegevens

Tijd en lengte
4 s tijd = 1′ lengte; 1 min = 15′
UTC en UT1
Verschil binnen 0,9 s (DUT1): gebruik UTC als UT
Horlogeafwijking
UT = horlogetijd − voorstand, of + achterstand
Voorspelde afwijking
Afwijking + gang × dagen; voorlopen/tijdwinst +, achterlopen/tijdverlies −
Tijdseinen
Vermeld in ADMIRALTY List of Radio Signals NP282
Spaanse termen
Cronómetro, estado absoluto, movimiento diario

3Kernpunten

  1. 1

    4 s tijd = 1′ lengte: leg hoogtemetingen tot op de seconde vast.

  2. 2

    De almanak gebruikt UT; gebruik UTC van GNSS of radio als UT.

  3. 3

    UT = horlogetijd − voorstand, of + achterstand.

  4. 4

    Houd een tijdjournaal bij: afwijking en gang. Je hebt een gelijkmatige gang nodig.

  5. 5

    Controleer uur en datum: een 12-uurswijzerplaat kan 12 uur verschil geven.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Bij een horloge dat voorloopt, moet je de afwijking optellen.

    Goed: Voorlopen betekent dat het een te laat tijdstip aangeeft. Trek de voorstand af voor UT. Tel een achterstand op.

  • Fout: Het dekhorloge geeft zonetijd aan, dus je kunt de hoogtemeting in zonetijd uitwerken.

    Goed: Reken om naar UT voordat je de almanak opent. Veel navigators zetten het dekhorloge op UT.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Op 20 november 2026 liep je dekhorloge 4 s achter op GNSS-UTC en verloor het dagelijks 1 s. Op 26 november valt GNSS uit vóór een ochtendhoogte. Bij de hoogtemeting geeft het horloge 10-14-17 aan. Welke UT gebruik je?

Toon het antwoord

Zes dagen met 1 s tijdverlies per dag geven 6 s extra achterstand: het horloge loopt nu 4 + 6 = 10 s achter. Tel de achterstand op: UT = 10h 14m 17s + 10 s = 10h 14m 27s, op 26 november. Een schattingsfout van enkele seconden kost ongeveer 1′ lengte per 4 s.

Examentips

  • 4 s tijd = 1′ lengte; leg elke hoogtemeting tot op de seconde vast.
  • De almanak gebruikt UT; UTC, binnen 0,9 s van UT1, gebruik je als UT.
  • Horlogeafwijking: trek voorstand af, tel achterstand op. De gang voorspelt de afwijking tussen controles.
  • Controleer uur en datum voordat je de almanak gebruikt.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities