Bijlage I: waar de lichten op een schip staan
1De les in gewone woorden
Bijlage I bepaalt de hoogten en afstanden van navigatielichten. Daarmee controleer je de opstelling op een schip.
Hoogte boven de romp
Je meet de hoogte vanaf het bovenste doorlopende dek, recht onder het licht. Breedte is de scheepsbreedte; de voorsteven is de voorste rand van de boeg; het dolboord is de bovenrand van de romp. Trim is het verschil in diepgang tussen voor- en achterschip.
Toplichten, verticaal
Op een werktuiglijk voortbewogen schip van 20 m of meer staat het voorste of enige toplicht minstens 6 m boven de romp. Is de breedte meer dan 6 m, dan is de hoogte minstens gelijk aan de breedte, maar hoger dan 12 m hoeft niet. Het achterste toplicht staat minstens 4,5 m hoger dan het voorste. Bij elke normale trim moet je het achterste licht boven en los van het voorste zien, vanaf zeeniveau op 1.000 m van de voorsteven.
Toplichten, horizontaal
Zijn twee toplichten verplicht, plaats ze dan minstens de halve scheepslengte uit elkaar. Meer dan 100 m wordt niet vereist. Het voorste licht staat hoogstens een kwart van de lengte achter de voorsteven. Plaats een enkel toplicht vóór het midden van het schip; onder 20 m zo ver mogelijk naar voren. Voorbeeld: 180 m lang, 28 m breed: voorste licht minstens 12 m boven de romp, achterste 16,5 m, minstens 90 m uit elkaar, voorste binnen 45 m van de voorsteven.
Boordlichten
Op een werktuiglijk voortbewogen schip staan boordlichten niet hoger dan drie kwart van de hoogte van het voorste toplicht. Ze staan niet zo laag dat deklichten ze hinderen. Op een schip van 20 m of meer staan ze niet vóór het voorste toplicht, maar aan of nabij de scheepszijde, met matzwarte schermen aan de binnenzijde.
Lichten in een verticale lijn
Twee of drie lichten in een verticale lijn, zoals bij een onmanoeuvreerbaar schip, staan op schepen van 20 m of meer minstens 2 m uit elkaar. Het onderste staat minstens 4 m boven de romp, behalve waar een sleeplicht vereist is. Drie lichten staan op gelijke afstanden. Voor anker staat op een schip van 50 m of meer het voorste ankerlicht minstens 6 m boven de romp en minstens 4,5 m boven het achterste.
Kleinere schepen
Op een werktuiglijk voortbewogen schip van 12 m tot minder dan 20 m staat het toplicht minstens 2,5 m boven het dolboord. Onder 20 m staan lichten in een verticale lijn minstens 1 m uit elkaar. Het onderste staat minstens 2 m boven het dolboord, behalve waar een sleeplicht vereist is. Op een werktuiglijk voortbewogen schip onder 12 m mag het bovenste licht lager staan. Een toplicht of wit rondom zichtbaar licht dat samen met boordlichten wordt gevoerd, staat minstens 1 m erboven.
2Kerngegevens
- Voorste toplicht, ≥20 m
- ≥6 m boven romp; ≥breedte als die >6 m is; hoger dan 12 m hoeft niet
- Achterste toplicht, ≥20 m
- ≥4,5 m boven het voorste
- Bij twee verplichte toplichten
- ≥½ lengte, meer dan 100 m hoeft niet; voorste licht ≤¼ L van voorsteven
- Boordlichten
- ≤¾ hoogte voorste toplicht; niet ervoor (≥20 m)
- Verticale lijn, ≥20 m
- ≥2 m uit elkaar; onderste ≥4 m boven romp, behalve bij verplicht sleeplicht
- Rekenvoorbeeld, 180 m × 28 m
- 12 m en 16,5 m hoog; ≥90 m uit elkaar; voorste ≤45 m van voorsteven
3Kernpunten
- 1
Werktuiglijk voortbewogen schepen ≥20 m: voorste toplicht ≥6 m boven de romp, of de breedte; hoger dan 12 m hoeft niet.
- 2
Werktuiglijk voortbewogen schepen ≥20 m: achterste toplicht minstens 4,5 m boven het voorste.
- 3
Bij twee verplichte toplichten: afstand ≥½ lengte, meer dan 100 m hoeft niet; voorste licht ≤¼ lengte van de voorsteven.
- 4
Boordlichten niet hoger dan ¾ van de hoogte van het voorste toplicht.
- 5
Verticale lijnen op schepen ≥20 m: ≥2 m uit elkaar; onderste ≥4 m boven de romp, behalve waar een sleeplicht vereist is.
4Veelgemaakte fouten
Fout: Op een schip van 300 m moeten de toplichten 150 m uit elkaar staan.
Goed: Minstens de halve lengte, maar meer dan 100 m hoeft niet te worden vereist.
Fout: Het voorste toplicht moet minstens zo hoog staan als de scheepsbreedte, hoe breed het schip ook is.
Goed: Hoger dan 12 m boven de romp hoeft niet, ook als het schip breder is.
5Praktijkgeval en examentips
Je keurt een werktuiglijk voortbewogen schip van 180 m lang en 28 m breed. Het voorste toplicht staat 12 m boven de romp en 50 m achter de voorsteven. Het achterste staat 16,5 m hoog en 80 m achter het voorste. Wat moet veranderen?
Toon het antwoord
Verplaats het voorste licht 10 m naar de voorsteven. Het staat dan op 40 m van de voorsteven en de onderlinge afstand wordt 90 m. De hoogten voldoen aan de basisminima. Controleer ook of je het achterste licht bij elke normale trim boven en los van het voorste ziet, vanaf zeeniveau op 1.000 m van de voorsteven.
Examentips
- Hoogte boven de romp: boven het bovenste doorlopende dek.
- ≥20 m: voorste minimaal 6 m, verhoogd tot de breedte maar niet verder dan 12 m; achterste ≥4,5 m hoger; afzonderlijk zichtbaar op 1.000 m.
- Bij twee verplichte toplichten: ≥½ L, meer dan 100 m hoeft niet; voorste ≤¼ L van de voorsteven.
- Boordlichten ≤¾ hoogte voorste toplicht; verticale lijnen op schepen ≥20 m: ≥2 m uit elkaar, onderste ≥4 m boven de romp behalve bij een verplicht sleeplicht.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities
