Bijlage II: visserijseinen; Bijlage III: geluidsseinapparatuur
1De les in gewone woorden
Bijlage II voegt lichten toe voor vissersschepen die dicht bij elkaar werken. Bijlage III bepaalt per scheepslengte de toonhoogte, sterkte en hoorbaarheid van de fluit, en de eisen voor bel en gong.
Bijlage II: algemeen
Vissen ze dicht bij andere vissersschepen, dan moeten treilers van 20 m of meer de toepasselijke seinen van Bijlage II tonen. Kleinere treilers mogen ze tonen; het sein voor ringzegenvisserij is vrijwillig. Deze extra lichten zijn rondom zichtbaar, staan minstens 0,9 m uit elkaar en onder de hoofdvisserijlichten. Ze zijn minstens 1 NM (zeemijl) zichtbaar, maar minder ver dan de hoofdlichten. Ze geven de handeling met het vistuig aan, niet de snelheid of de precieze plaats van al het vistuig.
Treilers
Een treiler van 20 m of meer toont in een verticale lijn: twee witte lichten bij het uitzetten, dus laten uitlopen, van de netten; wit boven rood bij het binnenhalen; twee rode als het net aan een obstakel vastzit. Bij spanvisserij slepen twee schepen één net. 's Nachts toont elk schip van 20 m of meer een zoeklicht dat naar voren en naar het andere schip schijnt. Treilers onder 20 m mogen deze lichten tonen.
Ringzegenvaartuigen
Een schip dat met een ringzegen vist, mag twee gele lichten in een verticale lijn tonen. Ze flitsen elke seconde afwisselend, met even lange lichte en donkere perioden. Het schip mag ze alleen tonen als het door zijn vistuig wordt belemmerd. Een ringzegen is een net waarmee je vissen omsluit.
Fluiten
De grondtoon van de scheepsfluit, gemeten in hertz (Hz), hangt af van de lengte: 70–200 Hz bij ≥200 m; 130–350 Hz bij 75–<200 m; 250–700 Hz onder 75 m. Minimaal geluidsniveau op 1 m: 143/138/130 decibel (dB) bij ≥200/75–<200/20–<75 m. Voor schepen ≥20 m meet je dit in tertsbanden: smalle frequentiebanden binnen 180–700 Hz, onderscheiden van de grondtoon. Banden en niveaus voor kleinere schepen staan bij de feiten. Typische hoorbaarheid bij windstilte: 2/1,5/1/0,5 NM bij ≥200/75–<200/20–<75/<20 m. Wind en lawaai verkleinen die afstand.
Plaatsing van fluiten
Plaats de fluit zo hoog mogelijk. Op de luisterposten van het eigen schip mag het geluid niet boven 110 dB(A) komen, en zo mogelijk niet boven 100 dB(A). Fluiten op meer dan 100 m van elkaar mogen niet tegelijk klinken. Een gecombineerd systeem, binnen 100 m en tegelijk klinkend, telt als één fluit. De frequenties van de afzonderlijke fluiten moeten minstens 10 Hz verschillen.
Bel en gong
Een bel of gong geeft minstens 110 dB op 1 m. Op schepen van 20 m of meer heeft de belmond minstens 300 mm middellijn. De klepel heeft minstens 3 % van de massa van de bel. Een mechanisch aangedreven klepel wordt aanbevolen, maar handbediening moet mogelijk blijven. De bel en gong moeten duidelijk verschillende tonen hebben.
2Kerngegevens
- Lichten Bijlage II
- Rondom zichtbaar, ≥0,9 m uit elkaar, zichtbaar ≥1 NM, onder hoofdlichten
- Fluit ≥200 m
- 143 dB op 1 m; typische hoorbaarheid 2 NM
- Fluit 75–<200 m
- 138 dB op 1 m; typische hoorbaarheid 1,5 NM
- Fluit 20–<75 m
- 130 dB op 1 m; typische hoorbaarheid 1 NM
- Fluit <20 m: dB op 1 m per band
- 120/115/111 dB: 180–450/450–800/800–2.100 Hz; 0,5 NM
- Bel
- ≥110 dB op 1 m; belmond ≥300 mm bij schepen ≥20 m
3Kernpunten
- 1
Bijlage II: extra lichten op 0,9 m van elkaar voor visserij dicht bij andere schepen.
- 2
Treiler: 2 witte bij uitzetten, wit boven rood bij binnenhalen, 2 rode bij vastzittend net.
- 3
Ringzegenvaartuig: 2 gele, elke seconde afwisselend flitsend.
- 4
Fluit: 70–200 Hz en 2 NM bij schepen van 200 m of meer.
- 5
Belmond minstens 300 mm bij schepen van 20 m of meer.
4Veelgemaakte fouten
Fout: Twee rode lichten onder de visserijlichten van een treiler betekenen dat het schip onmanoeuvreerbaar is.
Goed: Bij een treiler die dicht bij andere vissersschepen vist, betekenen twee rode lichten volgens Bijlage II dat het net aan een obstakel vastzit.
Fout: Een hoorbaarheidsafstand van 2 NM betekent dat je fluit op 2 NM wordt gehoord.
Goed: Dat is een typische waarde bij windstilte. Wind en achtergrondlawaai kunnen die sterk verkleinen. Reken er nooit op dat je wordt gehoord.
5Praktijkgeval en examentips
Een treiler die dicht bij andere schepen vist, toont extra wit-boven-roodlichten op 0,5 m van elkaar. Ze zijn 3 NM zichtbaar, even ver als de hoofdvisserijlichten. Een collega zegt dat dit voldoet, omdat het sein terecht binnenhalen betekent. Ben je het daarmee eens?
Toon het antwoord
Nee. Wit boven rood geeft terecht binnenhalen aan, maar de extra rondom zichtbare lichten moeten minstens 0,9 m uit elkaar staan. Ze moeten minstens 1 NM zichtbaar zijn, maar minder ver dan de hoofdvisserijlichten. Alleen de juiste betekenis maakt de installatie nog niet conform.
Examentips
- Bijlage II: extra rondom zichtbare lichten, ≥0,9 m uit elkaar, zichtbaar ≥1 NM, voor visserij dicht bij andere schepen.
- Treilers ≥20 m: 2 witte bij uitzetten, wit boven rood bij binnenhalen, 2 rode bij vastzitten; bij spanvisserij 's nachts zoeklicht.
- Fluiten naar lengte: 70–200, 130–350, 250–700 Hz; hoorbaarheidsafstanden 2; 1,5; 1; 0,5 NM.
- Bel ≥110 dB, belmond ≥300 mm (≥20 m); fluiten >100 m uit elkaar klinken niet tegelijk.
Dit onderdeel afronden
Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.
Mijn notities bij dit onderdeel
Geen notities
