Mijn modules›M8 Noodsituaties›14. Brand aan boord: brandchemie, ontstekingsbronnen, detectie en vaste blussystemen (STCW A-VI/1-2)
Onderdelen bekijken

Brand aan boord: brandchemie, ontstekingsbronnen, detectie en vaste blussystemen (STCW A-VI/1-2)

Noodsituaties≈ 3 min lezen

Branddetectie- en alarmsystemen

1De les in gewone woorden

In één zin

Melders, handbrandmelders en de brandmeldcentrale geven vroegtijdig alarm. Weet wat elke melder waarneemt en wat je bij een alarm moet doen.

Waarom detectie telt

Vroege detectie geeft je tijd om alarm te slaan en te vluchten. SOLAS II-2/7 vereist vast aangebrachte branddetectie- en brandalarmsystemen in bepaalde ruimten, waaronder tijdelijk onbemande machinekamers en accommodatie. Hoofdstuk 9 van de FSS-code (Internationale Code voor brandveiligheidssystemen onder SOLAS) bepaalt hoe ze werken. De centrale toont de meldsectie en, bij adresseerbare systemen die afzonderlijke apparaten herkennen, de melder of handbrandmelder.

Drie soorten melders

Rookmelders nemen rookdeeltjes waar en waarschuwen meestal het vroegst. Ze passen bij hutten, gangen en trappen. Hittemelders reageren op een vaste temperatuur of snelle temperatuurstijging. Ze passen bij kombuizen en wasserijen waar rook of stoom normaal is. Melders met een vaste aanspreektemperatuur reageren normaal bij 54–78 °C; voor hetere ruimten zijn goedgekeurde hogere instellingen geschikt. Vlammelders nemen infrarood of ultraviolet licht van vlammen waar en staan bij motoren, separatoren en ketels.

Handbrandmelders

Een handbrandmelder is een rood kastje met een glazen of kunststof paneel dat je breekt of indrukt om brandalarm te slaan. Ze zijn verspreid over accommodatie, dienstruimten en controlestations aangebracht, met één bij elke uitgang. Ontdek je brand? Sla meteen alarm met de dichtstbijzijnde handbrandmelder en meld daarna de locatie telefonisch of per radio aan de brug. Neem niet aan dat iemand anders het al heeft gedaan.

De brandmeldcentrale

Op vrachtschepen staat de centrale op de brug of in het brandcontrolestation; op passagiersschepen in het veiligheidscentrum. De centrale toont de meldsectie of het apparaat, niet de omvang van de brand. Is het alarm na twee minuten niet bevestigd, dan klinkt een hoorbaar alarm in bemanningsverblijven, dienstruimten, controlestations en machineruimten van categorie A, zoals machine- en ketelkamers. Ook storingen en uitgeschakelde secties worden getoond. Weet waar alarmen op jouw schip binnenkomen, ook in de haven.

Brandbestrijdingsplan

Zoek het brandbestrijdingsplan van je schip: een algemeen indelingsplan met brandscheidingen, melders, handbrandmelders, blussystemen, branddeuren, ventilatiebedieningen en vluchtroutes. Het hangt normaal zichtbaar op; een door de vlaggenstaat goedgekeurd boekje mag ook. Buiten het dekhuis ligt een kopie van het plan of boekje in een gemarkeerde, weerbestendige koker voor de walbrandweer. Bestudeer het als je aan boord komt.

2Kerngegevens

Voorschriften
SOLAS II-2/7; FSS-code hfdst. 9
Hittemelders (FSS)
Normaal 54–78 °C; goedgekeurde hogere instellingen in hetere ruimten
Na 2 min niet bevestigd
Alarm: bemanningsverblijven, dienst- en controleruimten; machineruimten categorie A
Handbrandmelders
Verspreid over accommodatie en controlestations; één bij elke uitgang
Brandbestrijdingsplan
Zichtbaar plan of goedgekeurd boekje; kopie buiten voor de walbrandweer

3Kernpunten

  1. 1

    Rookmelders waarschuwen meestal vroeg in accommodatie; hittemelders passen bij stoom; vlammelders bewaken machinerisico's.

  2. 2

    De centrale toont de meldsectie of het apparaat; meld wat je veilig kunt waarnemen.

  3. 3

    Brand ontdekt: bedien de dichtstbijzijnde handbrandmelder en meld daarna de locatie aan de brug.

  4. 4

    Na 2 min niet bevestigd: alarm in bemanningsverblijven, dienstruimten, controlestations en machineruimten van categorie A.

  5. 5

    Bestudeer het brandbestrijdingsplan als je aan boord komt.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Als de melder afgaat, weet de brug al alles.

    Goed: De centrale toont een alarmlocatie, niet de omvang of omstandigheden van de brand. Meld wat je vanaf een veilige plek ziet.

  • Fout: Een rookmelder afdekken tijdens het werk voorkomt ongewenste alarmen op een veilige manier.

    Goed: Dek een melder nooit zelf af en schakel die niet zelf uit. Een officier regelt uitschakeling volgens een beheerste procedure.

  • Fout: Hittemelders zijn overal het best omdat ze het vroegst waarschuwen.

    Goed: Rookmelders waarschuwen meestal eerder. Hittemelders gebruik je waar rook of stoom normaal is.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

's Nachts geeft de brandmeldcentrale op de brug alarm voor de wasserij en een berging. Je bent beschikbaar en hebt geen brugwachttaak. De officier stuurt je met een radio op onderzoek.

Toon het antwoord

Neem de radio en een zaklamp mee. Blijf uit de rook en laat verdachte deuren dicht. Zie je vuur of rook? Bedien de dichtstbijzijnde veilig bereikbare handbrandmelder. Meld per radio de exacte locatie, wat je ziet en wie gevaar loopt. Kun je niet veilig verder, trek je dan terug en meld het. Volg de instructies van de officier.

Examentips

  • Rook: vroege waarschuwing in accommodatie; hitte: kombuizen en wasserijen; vlammen: machinerisico's.
  • Handbrandmelders: sla alarm en meld daarna de locatie aan de brug.
  • Op vrachtschepen staat de centrale op de brug of in het brandcontrolestation; ze toont een meldsectie of afzonderlijk apparaat.
  • SOLAS II-2/7 en FSS hfdst. 9; het brandbestrijdingsplan toont alle brandbestrijdingsmiddelen.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities