Mijn modules›M8 Noodsituaties›5. Man overboord: manoeuvres om iemand terug te halen
Onderdelen bekijken

Man overboord: manoeuvres om iemand terug te halen

Noodsituaties≈ 4 min lezen

Naderen op de motor

1De les in gewone woorden

In één zin

De schroef is het gevaar. Nader langzaam tegen wind of golven in, houd de drenkeling in zicht en zet de keerkast in neutraal voordat diegene bij de achtersteven komt.

Voor je terugvaart

Zie je iemand vallen, draai dan meteen naar de kant waar diegene overboord viel om achtersteven en schroef vrij te laten zwaaien. Maak een beheerste draai die bij je boot past; minder meteen vaart en houd de bemanning veilig. Rol of strijk daarna het voorzeil en zet de giek bij de hartlijn vast om uitzwaaien te beperken. Controleer of er geen lijnen overboord slepen voordat je de voortstuwing inschakelt voor de terugweg.

Tegen wind of golven in

Nader tegen de wind of de golven in, afhankelijk van wat de bestuurbaarheid het meest beïnvloedt. Vaar heel langzaam en houd de drenkeling aan de kant van de stuurman in zicht, vóór dwars (vóór de lijn dwars door de boot). Houd rekening met drift door zowel wind als golven; tegen het ene invaren heft het andere niet op. Houd de romp vrij van de drenkeling terwijl je langszij stopt.

Neutraal bij de drenkeling

Minder vroeg vaart, zodat je op ongeveer één bootlengte bijna stilligt. Zet de keerkast in neutraal: dat neemt de aandrijving door de motor weg, maar remt de boot niet af en garandeert geen stilstaande schroef. Zet de motor af voordat de drenkeling bij de schroef of het punt voor berging via de achtersteven komt. Maak diegene vast zodra je langszij bent.

Motorboten

De hekgolf (de golven die de boot maakt) en schroef van een snelle motorboot kunnen de drenkeling verwonden. Keer heel langzaam terug. Zet een buitenboordmotor af voordat de drenkeling bij de achtersteven komt. Draag het killcord, de veiligheidsverbinding die de motor stopt als je bij de bediening wegvalt.

2Stap voor stap

Op de motor een drenkeling naderen

  1. 1

    Zie je iemand vallen, draai dan meteen naar die kant. Minder vaart en maak een beheerste draai die bij je boot past.

    De achtersteven en de schroef zwaaien van de drenkeling weg.

  2. 2

    Rol of strijk het voorzeil, zet de giek bij de hartlijn vast en controleer op slepende lijnen voordat je de voortstuwing voor de terugweg inschakelt.

    Slepende lijnen kunnen in de schroef komen; een losse giek kan overzwaaien.

  3. 3

    Nader langzaam tegen wind of golven in en houd de drenkeling aan de kant van de stuurman in zicht.

    Dat helpt je de nadering te beheersen, maar wind en golven kunnen de boot nog steeds op de drenkeling zetten.

  4. 4

    Minder vroeg vaart; schakel op ongeveer één bootlengte naar neutraal, terwijl je bijna stilligt.

    Neutraal koppelt de motoraandrijving los, maar de schroef kan nog draaien.

  5. 5

    Stop langszij, vóór de achtersteven, en maak meteen een lijn aan de drenkeling vast.

    Zodra het contact is gezekerd, kan het aan boord halen beginnen.

  6. 6

    Zet de motor af vóór berging via de achtersteven of als de drenkeling naar de schroef drijft.

    Een afgezette motor voorkomt aangedreven schroefrotatie en onbedoeld inschakelen vlak bij de drenkeling.

3Kernpunten

  1. 1

    Zie je iemand vallen, draai dan beheerst naar die kant en minder meteen vaart.

  2. 2

    Nader langzaam tegen wind of golven in.

  3. 3

    Houd de drenkeling in zicht aan de kant van de stuurman.

  4. 4

    Lig op één bootlengte bijna stil: neutraal neemt de aandrijving weg. Zet de motor af vóór berging via de achtersteven.

  5. 5

    Draag op kleine motorboten het killcord.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: Vaar achteruit naar de drenkeling om tijd te besparen.

    Goed: Achteruitvaren brengt de schroef rechtstreeks naar de drenkeling. Nader met de boeg vooruit.

  • Fout: Laat de motor in zijn werk staan om langszij op je plek te blijven.

    Goed: Schakel naar neutraal voordat de drenkeling bij je is. Zet de motor af als diegene naar achteren drijft.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Vanaf een motorjacht van 9 m valt een bemanningslid aan stuurboord overboord terwijl je 15 knopen vaart. Er staat weinig wind, maar er loopt deining uit het westen. Wat doe je?

Toon het antwoord

Neem meteen gas terug en draai beheerst naar stuurboord, passend bij de boot. Houd de bemanning veilig. Gooi iets drijvends en druk op MOB. Keer langzaam tegen de deining in terug met de drenkeling aan de kant van de stuurman in zicht. Lig op één bootlengte bijna stil en schakel naar neutraal; de schroef kan nog draaien. Stop langszij vóór de achtersteven en maak de drenkeling vast. Zet de motor af vóór berging via de achtersteven of als diegene naar de schroef drijft.

Examentips

  • Val gezien: draai beheerst naar die kant en minder vaart, zodat de schroef vrij zwaait.
  • Nader langzaam tegen wind of golven in, met de drenkeling in zicht.
  • Bijna stil op één bootlengte; neutraal neemt aandrijving weg, maar niet alle schroefrotatie. Motor af bij de achtersteven.
  • Controleer op lijnen in het water; draag het killcord op kleine motorboten.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, beantwoord je drie vragen. Heb je ze alle drie goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities