Mijn modules›M2 IALA›2. Regio A en B, en markeringen voor het voorkeursvaarwater
Onderdelen bekijken

Regio A en B, en markeringen voor het voorkeursvaarwater

IALA≈ 3 min lezen

Markeringen voor het hoofdvaarwater

1De les in gewone woorden

In één zin

Volg je de betonningsrichting, passeer een scheidingsmarkering voor het hoofdvaarwater dan zoals de hoofdkleur en vorm aangeven. Het licht, indien aanwezig, is Fl(2+1).

Waar je ze tegenkomt

Waar een vaarwater zich in de betonningsrichting splitst, kan de autoriteit het hoofdvaarwater, de hoofdroute of aanbevolen route, aangeven met een aangepaste laterale markering bij de splitsing. Dit is een scheidingsmarkering. Beide takken kunnen bevaarbaar zijn, maar het hoofdvaarwater is meestal de diepere geul of de belangrijkste scheepvaartroute.

Hoe je ze herkent

Een scheidingsmarkering behoudt de hoofdkleur, vorm en het topteken van een laterale markering, met één brede horizontale band in de andere kleur. Een eventueel licht heeft de hoofdkleur en toont Fl(2+1): twee schitteringen, een pauze, één schittering en dan een langere pauze vóór de herhaling. Dit heet samengesteld groepsschitterlicht. De periode, de tijd voor één volledige cyclus, is maximaal 16 seconden. Rood of groen Fl(2+1) is voorbehouden aan deze markeringen.

Hoe je ze uitlegt

Gebruik in de betonningsrichting de hoofdkleur en vorm voor het hoofdvaarwater. Houd in regio A een rode stompe ton met een groene band aan bakboord: het hoofdvaarwater ligt aan stuurboord. Houd een groene spitse ton met een rode band aan stuurboord: het hoofdvaarwater ligt aan bakboord. Keer deze passeerzijden om als je tegen de betonningsrichting in vaart.

In regio B

In de betonningsrichting wisselen de kleuren, maar de logica blijft gelijk. Houd een groene stompe ton met een rode band aan bakboord: het hoofdvaarwater ligt aan stuurboord. Houd een rode spitse ton met een groene band aan stuurboord: het hoofdvaarwater ligt aan bakboord. In deze richting leiden stomp aan bakboord en spits aan stuurboord je nog steeds het hoofdvaarwater in.

Het nevenvaarwater nemen

Gebruik in de betonningsrichting de andere kant van de markering voor het nevenvaarwater. Leg de bandkleur uit volgens de plaatselijke regio. In regio A dient een rode stompe ton met een groene band dan als groene stuurboordmarkering. Controleer eerst de zeekaart: het nevenvaarwater kan ondieper, smaller of minder goed gemarkeerd zijn.

2Kerngegevens

Lichaam
Laterale hoofdkleur met één brede band in de andere kleur
Licht
Fl(2+1) in de hoofdkleur; periode maximaal 16 s
Regio A, hoofdvaarwater stuurboord
Rode stompe ton, groene band, rood Fl(2+1)
Regio A, hoofdvaarwater bakboord
Groene spitse ton, rode band, groen Fl(2+1)
Regio B, hoofdvaarwater stuurboord
Groene stompe ton, rode band, groen Fl(2+1)
Regio B, hoofdvaarwater bakboord
Rode spitse ton, groene band, rood Fl(2+1)

3Kernpunten

  1. 1

    Een scheidingsmarkering voor het hoofdvaarwater is een laterale markering met één brede band in de andere kleur.

  2. 2

    Het licht is Fl(2+1) in de hoofdkleur, een ritme dat voorbehouden is aan deze markeringen.

  3. 3

    Houd in de betonningsrichting een stompe ton aan bakboord of een spitse ton aan stuurboord voor het hoofdvaarwater.

  4. 4

    De bandkleur bepaalt de betekenis van de markering voor het nevenvaarwater.

4Veelgemaakte fouten

  • Fout: De bandkleur geeft aan hoe je de markering passeert voor het hoofdvaarwater.

    Goed: Dat doen de hoofdkleur en de vorm. De band geeft de betekenis voor het nevenvaarwater aan.

  • Fout: Een rood of groen Fl(2+1)-licht kan bij elke laterale markering horen.

    Goed: In rood of groen is Fl(2+1) voorbehouden aan scheidingsmarkeringen voor het hoofdvaarwater waar een vaarwater zich splitst.

  • Fout: Markeringen voor het hoofdvaarwater werken in regio B andersom.

    Goed: Alleen de kleuren wisselen. In de betonningsrichting leiden stomp aan bakboord en spits aan stuurboord je nog steeds het hoofdvaarwater in.

5Praktijkgeval en examentips

Situatie

Je vaart vanaf zee een riviermonding in regio A binnen. Je ziet een rode stompe ton met een brede groene band en rood Fl(2+1). Je ligplaats ligt aan het nevenvaarwater. Een bemanningslid zegt dat de band betekent dat die tak gesloten is. Hoe bepaal je aan welke kant van je boot je de markering houdt?

Toon het antwoord

De band geeft een nevenvaarwater aan, geen afsluiting. Controleer de zeekaart en of de diepten in die tak geschikt zijn voor je boot. Zo ja, neem het nevenvaarwater en houd deze markering aan stuurboord: de groene band bepaalt de betekenis voor het nevenvaarwater. Voor het hoofdvaarwater houd je de rode stompe ton aan bakboord. Deze zijden gelden in de betonningsrichting.

Examentips

  • Markering voor het hoofdvaarwater: laterale kleuren met één brede band in de andere kleur.
  • Licht Fl(2+1) in de hoofdkleur; periode maximaal 16 s.
  • Regio A: rode stompe ton met groene band = hoofdvaarwater aan stuurboord.
  • Houd in de betonningsrichting een stompe ton aan bakboord of een spitse ton aan stuurboord voor het hoofdvaarwater.

Dit onderdeel afronden

Als je het gelezen hebt, koppel je de begrippen en beantwoord je daarna drie vragen. Heb je alles goed, dan is het onderdeel afgerond; alleen de pagina openen telt niet.

Mijn notities bij dit onderdeel

Geen notities